Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VDK 0777A*    VDK 0777A*   

- Het mannetje (vrouwtje) in de maan (zon).

Een sprookje (),

Beschrijving

(a) In de maan, (a1) zon, (b) kan men een man(netje) [A751], (b1) vrouw(tje) [A751.8], zien, (c) met een juk en emmers, (c1) een takkenbos (op de rug), (c2) dikke kool onder de arm, (c3) dat zit te karnen, (d) en met een bijl op de rug. (e) Hij (zij) is hierheen verplaatst voor straf [A751.1], (e1) als gevolg van een (eigen) ondoordachte wens, (e2) uitspraak. (f) De straf is op gelegd door God, (f1) de wens is uitgesproken door een oude vrouw wiens sprokkelhout hij gestolen had, (f2) man die daar met meel op een stoel gevangen had en daarom mocht wensen wat hij wilde. (g) De man was een boerenknecht, (g1) melkverkoper, (g2) de vrouw een domineesvrouw, (g3) boerenmeis, (g4) nachtmerrie. (h) Hij (zij) had zichzelf naar de maan gewenst omdat hij genoeg had van het melken, (h1) het lopen met een juk met emmers, (h2) het bestaan; (h3) hij had met de woorden "als dat zo is mag ik naar de maan vliegen" tegen beter weten in ontkend dat hij melk weggegooid had, (h4) water bij de melk gedaan, (h5) gelogen, (h6) iets misdaan, (h7) de kool gestolen had; (h8) hij (zij) had op zondag hout gestolen, (h9) gesprokkeld, (h10) boter gekarnd, (h11) gewerkt [C631, C954]; (h12) hij had hout gesprokkeld, (h13) takkenbossen gestolen [A751.1.4], (h14) op de maan geschoten (2 bloedstralen kwamen er uit), (h15) iets misdaan. (i) God had hem de keus gelaten: verbranden in de zon of bevriezen in de maan; (i1) hij had tegen iemand die hem op het verkeerde van zijn handelwijze wees, gezegd: "Voor mij zijn alle dagen maandagen"; (i2) het touw dat hij om de takken gebonden had bleef achter de laaghangende maan haken; deze trok hem mee.

Subgenre

sprookje

Literatuur

De Blécourt 1980 284-286
De Lille 1973
Sinninghe 1943 47 nr. 8.