Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0213

Een mop (mondeling), woensdag 02 oktober 1901

Hoofdtekst

Een ander pastoor kon altijd heel mooi preeken.
Hij werkte dan op het gemoed van zijn hoorders en wist dan altijd veel geld los te krijgen door te zeggen: "Wat ge mij schenkt, zal u dubbel vergolden worden."
Nu was er een van zijn hoorders, op wie dat altijd een diepe indruk maakte. Het was een arm boertje die maar één koe had, maar hij gaf van zijn armoedje zooveel als hij half kon missen, overtuigd dat hij het dubbel weerom zou krijgen. En dat was ook werkelijk zoo. Het was of de zegen in zijn huis kwam. Maar na eenige jaren, toen de koe een jaar of acht werd, begon dat te veranderen. Hij melkte lang zoo veel niet en hij ging al achteruit.
"Hoor es, vrouw," zei die, "we mosten de heele koe maar aan mijnheer pastoor geven; het zal ons toch dubbel vergolden worden."
Dat ging an.
"Doen hem maar bij mijn koeien in de wei," zei pastoor.
Dat ware andere beeste, acht prachtig mooie, vette beesten. Maar het ouwe magere koetje beviel het niet bij pastoors koeien. Het wilde weer naar zijn ouwe wei terug. 's Nachts eerst schreeuwe, toen kwaadaardig; het hek stuk gebonsd en hij op de loop naar zijn oude baas. De acht vette koeie hem achterna.
Toe de boer 's morgens op kwam, zei die: "Zie je, vrouw, deer heb je het al: nou is het ons niet dubbel, maar zelfs achtvoudig vergolden."
Maar die vreugde duurde kort, want al heel gauw kwam pastoor zijn beeste weerom vragen.
"Nee, nee," zei de boer, "je hebt zelf epreekd dat het me dubbel vergolden zou worden en nou is dat de zegen van boven."
Wat pastoor deed, hij kreeg ze niet.
"Dan zel ik je verklagen," zei die op 't lest.
"Ga je gang," zei de boer, en zoo most ie op 't lest voor de rechter kommen.
Maar ons boertje kwam niet. Hoeveel maal ze om hem stuurden, hij bleef weg. Dan kwam pastoor weer.
"Als je nou een rechtvaardige zaak voor heb," zei die, "waarom kom je je dan niet verdedigen?"
"Ik heb geen kleere," zei de boer, "om voor die hooge heere te verschijnen."
"O, da's niks. Die ken je van mijn wel krijgen."
En zoo ging de boer in pastoor zijn kleeren na de rechtbank.
Nou, daar was het natuurlijk een gepraat over en weer, tot de boer op laast nijdig zei: "Wel ja, me koeie zouwe van jou wezen, me vrouw misschien wel, en op laatst ken je nog wel zegge, dat de kleere die ik an heb van jou bennen."
"Dat ben ze ook," zei pastoor.
Maar nou maakte de rechter er een end an. Het bleek nou genog dat de pastoor gek was en de boer mocht de negen koeien houwen. Dat had nou wel goed egaan, maar hij most natuurlijk bij pastoor aldoor weer in de kerk kommen, biechte en meer zuk, en dan hadde ze natuurlijk telkes armoed.
Op laast zei pastoor: "Weet je wat? Wie van ons de ander het eerst nieuwjaar wenscht, mag de koeie houwen, en dan late we verder het zakie blaauw blaauw."
"Afgesproke," zei de boer.
Ouwejaarsavond: een mooie avond, de boer er op uit. Hij klom bove in de boom bij pastoor zijn huis en wachtte tot hij buite zou komme. Maar wat zag ie door het bovelicht? Pastoor kwam nakend uit bed, alleen zijn sjamberloek an. Zijn huishouster was ook nakend.
Toe zei de pastoor tegen zijn huishouster: "Wat is dat?"
"Dat is Egypte," zei ze: "Wat heb jij daar tusschen je beenen?"
"Dat is Jozef," zei pastoor, "en nu moet Jozef maar in Egypte gaan."
Dat gebeurde. Toen het twaalf uur was, moest pastoor naar de kerk toe.
Toe die buitenkwam, riep de boer: "Veel zegen in het nieuwe jaar, mijnheer pastoor."
Deze schrok en riep: "Zit je daar al lang?"
"O ja, toen Jozef in Egypte ging, was ik hier al," zei de boer.
"We zellen ons an de afspraak houwen," zei pastoor: "Je mag die koeie houwe, hoor."
En zoo was het op pastoor zijn zeggen weer af ekomen.
(Broek)

Onderwerp

AT 1735 - "Who Gives his Own Goods shall Receive it Back Tenfold"    AT 1735 - "Who Gives his Own Goods shall Receive it Back Tenfold"   

ATU 1735    ATU 1735   

Beschrijving

Arme boer neemt de uitspraak van de pastoor dat alles wat aan hem zal worden geschonken dubbel terugkomt, voor waar aan. Hij besluit zijn enige koe die steeds minder melk geeft, aan de pastoor te geven. De koe loopt echter terug naar de boer, met de acht vette koeien van de pastoor. De boer denkt dat het schenken van de ene koe achtvoudig is vergolden. De pastoor eist zijn koeien terug, de boer weigert teruggave, uiteindelijk moet hij voor de rechter verschijnen, maar blijft weg. Hij verklaart geen kleding te hebben, en mag kleding van de pastoor lenen. Na veel gepraat zegt de boer dat de pastoor wel kan zeggen dat de koeien, zijn vrouw en de kleding die hij draagt van hem zijn. De pastoor zegt dat dat zo is, waarop de rechter verklaart dat hij gek is, en dat de boer de negen koeien mag houden. De zaak loopt een tijd door tot de pastoor voorstelt dat degene die de ander het eerst nieuwjaar wenst de koeien mag houden. Op oudejaarsavond klimt de boer in een boom bij het huis van de pastoor en wacht af. Door het bovenlicht ziet hij de pastoor met zijn huishoudster copuleren. Om twaalf uur komt de pastoor naar buiten om naar de kerk te gaan, en de boer wenst hem veel zegen in het nieuwe jaar. Uit het antwoord van de boer op zijn vraag hoelang hij al wacht kan de pastoor opmaken dat hij alles heeft gezien en gehoord, en zegt dat hij de koeien mag houden.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Motief

K366.1.1 - Cow makes a hundred-fold return.    K366.1.1 - Cow makes a hundred-fold return.   

K176 - Deceptive bargain: first to say “Good morning.”    K176 - Deceptive bargain: first to say “Good morning.”   

Commentaar

2 oktober 1901
Zie ook CBAK0096 en CBAK0476
"Who Gives his Own Goods shall Receive it Back Tenfold" & AT 1642A, The Borrowed Coat

Naam Overig in Tekst

Jozef    Jozef   

Naam Locatie in Tekst

Egypte    Egypte   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21