Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0218

Een sprookje (mondeling), woensdag 02 oktober 1901

Hoofdtekst

Deer was ers een serzant. Die diende al jaren bij het leger, maar hij kwam nooit hooger. Hoe die zijn best ook dee, andere ginge hem altijd vooruit. Dat begon hem te verdriete en hij besloot dus om te dizzerteere. Maar toen ie een endje weg was, kreeg ie berouw. Andere raadde het hem sterk af, en dan bleef ie maar weer. Dat was zoo al ers een keer of wat ebeurd, en telkes was ie weerom ekomme. Maar op een goeje dag, toen ze hem weer goed ekoejeneerd hadde, zei die bij zijn zelf: nou is het vienaal oit en nou gaan ik vort.
Stilletjes maakte nie dat ie weg kwam, en hai het bos in. In dit bosch was net de koning an het jage, maar terwijl de koning een hert agterna gong, raakte nie van zijn gevolg vandaan en verdwaalde heelemaal. Terwijl de koning zoo liep te zoeke na de weg, kwam ie de serzant teugen.
Nou, ze sprakke mekaar natuurlijk an, en de koning vertelde van zijn ongeluk, maar hij verzweeg dat ie de koning was. Toe begon de serzant ook te praten en zei, dat ie gedizzerteerd was.
"Waarom dat?" zei de koning: "Ik heb wel les ehoord, dat het in het leger nog zoo slecht niet is."
"Och man," zei de serzant, "dan weet je er weinig van."
En hij begon een boekie ope te doen van al de koejernatie die die al ondervonden had. Maar al pratende, wier het mooi laat en ze beslote dus same maar ders te zoeke of ze geen lozement konde vinden. En ja, dat lukte. Ze kloppe an, en een meid doet ope. Ze vrage nachtlooggies en die kenne ze krijge. Maar toe ze vertelde, dat ze verdwaalde reizigers ware, dee de meid niks den zuchte.
"Waarom zucht je toch zoo?" zei de serzant.
"Och," zeit de meid, "ik heb mit jelui te doen. Hier komme zavends altijd roovers, die dan gaan kaartspeule, en as alles dan goed en wel op gang is, make ze ruzie, en vermoorde en plundere de reizigers."
Nou, de koning wier natuurlijk erg benauwd en wou dadelijk vortgaan, maar de serzant zei: "Nee maat, das niet sekuur. We blijve stilletjes weer we benne, en ik zel wel raad schafte. Als ze vrage om te speule, doen we deftig mee. As we goed en wel an de gang benne, trap ik je op je toone, den blaas jij het licht uit en den neme we ze te graze."
Dat gong an, maar toe ze goed en wel an de gang benne, loopt een hond over de koning zen voete. Die blaast het licht uit, en de roovers beginne te vloeke en te raze en te schreeuwe. De koning vliegt in de schoorsteen, maar de serzant die net even weg eweest was, komt er met de bloote zabel op an, en slaat er zoo op los, dat de roovers vergiffenis vroege, en bebloed en wel aftrokken.
Toe stak ie het licht op en zei: "En nou ben ik baas."
En zoo hadde ze een goeje avond.
Toe ze weer bij het vuur zatte, begon de koning weer over de dienst en na veel viere en vijve zeidie: "Nou, ik gong maar weer na de kazerne: je ziet wel dat dat zwervend leve ook alles niet is."
Dat vond de serzant ook en ze gonge same na de stad.
De volgende dag was er een boodschap an de kazerne dat de serzant bij de koning most komme.
"Das verraje spul," docht hij, maar hij most er toch heen.
Toen ie an het hof kwam, zei de koning: "Ken je me niet, kameraad?"
En ja, toe hij goed keek, zag ie dat het zijn reiskameraad was. Nou, hij wier natuurlijk dadelijk verhoogd, en goed ook, maar den most hij zorge dat de foute, waar ie van esproke had, verbeterd wiere.

Onderwerp

AT 0952 - The King and the Soldier    AT 0952 - The King and the Soldier   

ATU 0952    ATU 0952   

Beschrijving

In het bos treft een uit onvrede gedeserteerde sergeant de koning die zijn jachtgezelschap is kwijtgeraakt. Ze spreken over elkaars zaken, waarbij de koning zich niet bekend maakt, en besluiten 's avonds een herberg te zoeken om te overnachten. De sergeant bedenkt een plan om de rovers te weerstaan. Hij trapt de koning op de tenen, waarna die de kaars moet uitblazen, zodat ze de rovers te pakken kunnen nemen. Dat mislukt deels doordat een hond over de voet van de koning loopt, en de koning eerder de kaars uitblaast. De sergeant slaat er echter zo op los dat de rovers vertrekken. Op aanraden van de koning gaat de sergeant terug naar de kazerne, waar hij de boodschap krijgt naar het hof te gaan, waar hij ontdekt dat zijn reisgenoot de koning is geweest. Hij krijgt promotie, en moet zorgen voor verbeteringen.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Motief

K1812.1 - Incognito king helped by humble man.    K1812.1 - Incognito king helped by humble man.   

N884.1 - Robber helps king.    N884.1 - Robber helps king.   

Commentaar

2 oktober 1901
Vgl. ook CBAK0384.
Bewerkte publicatie: G.J. Boekenoogen: `Nederlandsche sprookjes en vertelsels', in: Volkskunde 17 (1905), p.106.
The King and the Soldier

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21