Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0311

Een sprookje (mondeling), donderdag 26 december 1901

Hoofdtekst

Vroeger toe had je van die ridders. Wat dat nou precies ware, dat weet ik niet en wat ze uitvoerde, ken ik je ook niet zegge, maar deuze waar ik je van vertelle zel, die hiette de IJzere Ridder.
Nou, die kerel woonde op zoo'n kasteel, zoo'n slot zel ik maar zegge, en deer roofde nie zoo wat van alles. De vrouwe die ie kon krijge, sloot ie op en de kerels sloeg ie dood en dan gooide nie ze in 't water. Nou had ie al lang idee ehad in een meissie dat bij hem in de buurt woonde. Maar daar kon niks van beure, want er vader was er schrikkelijk op teuge. Maar op een goeie dag most er vader na de oorlog, en ging dus ver weg.
Klaar is Kees, docht ie, en op een goeie dag kaapte nie er weg. Toe wou ie maar dadelijk trouwe ook, maar daar wou zij niks van wete. Zij wist het telkens en telkens uit te stellen, maar op 't laatst kwam het toch zoo ver, dat ze mocht er nog twee dagen bedenken, maar langer dan ook niet. Wat zou ze doen? Ze huilde en ze snikte, dat ieder in het slot met er te doen had, maar het gaf er geen steek. Op het bepaalde uur kwam de IJzere Ridder bij der.
Nou had die een poos te vore een jonge kerel opgepikt en gedood, zooas ie docht, en toe in de gracht egooid. Maar die knaap was niet dood: hij was in een onderaardsche gang ekrope, en één van de vrouwe die in het slot opeslote was, had haar voedsel met hem gedeeld.
Die jonge dèn, die hoorde haar ook huile en docht: ik zal die IJzeren Ridder wel helpen.
Even voor de ridder bij het meisje zou komme, doet hij een laken over zijn hoofd en een doodshoofd met een kaars er in. En toe de ridder goed en wel een potje docht te vrijen, komt hij voor de dag. De ridder schrikte zoo geweldig, dat die op de loop. Hij hem achternee, net zoolang dat de ridder buiten het slot vloog en toe gooide ie hem de doodskop nog nee.
Deer stond de ridder, maar toe ie weer bij zijn positieve kwam, docht ie: wat ben ik toch een gek geweest, dat hij maakt anstalte om het slot te bestormen.
Maar net in die tijd kwam de vader van het meisje thuis, en toe die hoorde wat er ebeurd was, ging die regelrecht naar het slot toe. Toe die de ridder buiten allien vond staan, is ie met hem gaan vechten en heb hem tot geslage.
Nou, het end en slot was natuurlijk dat het meisje met die jonge kerel trouwde.
(D. Schuurman)

Onderwerp

AT 0312 - The Giant-killer and his Dog (Bluebeard)    AT 0312 - The Giant-killer and his Dog (Bluebeard)   

ATU 0312    ATU 0312   

Beschrijving

Ridder rooft meisje om met haar te trouwen, maar zij weet dat nog uit te stellen. Een jongen waarvan de ridder denkt dat hij hem heeft gedood, leeft en is in een onderaardse gang gekropen. Als de ridder naar het meisje gaat komt hij in een laken met een doodshoofd en een kaars over zich heen te voorschijn. De ridder schrikt en vlucht naar buiten het kasteel. Daar wordt hij door de vader van het meisje in een gevecht gedood. Tot slot trouwen de jongen en het meisje.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

[26 december 1901] in brief van 25 april 1902
The Giant-killer and his Dog (Bluebeard)

Naam Overig in Tekst

IJzeren Ridder    IJzeren Ridder   

Kees    Kees   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21