Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0314

Een mop (mondeling), donderdag 26 december 1901

Hoofdtekst

Een boer was er es, en die gong voor waarzegger deur, maar dat gong niet erg. Maar wat wil het geval? Bij den koning was een gouden ring gestolen, en omdat die ehoord had dat ie waar kon zegge, most ie bij hem komme. Hij most binnen drie dagen zeggen, waar de ring was en anders was ie geen goeje waarzegger en den most ie in de gevangenis of dood. Hij zit in de kamer bij de koning. Deer komt een van de lijfknechts binnen.
"Dat is er een," zei die met een zucht.
Hij bedoelde: dat is één dag, en ik weet nog niks.
Maar de knecht die er an debet was, zei tegen zijn maats: "Hij weet het al. Ik gaan niet meer na binnen. Op avontuur loop ik er tegen an en dan ben ik binnen."
Dus most nummer twee hem den volgenden dag bedienen.
Toe ie binnen kwam, zei de boer: "Dat is de tweede al."
Hij bedoelde natuurlijk weer: de tweede dag.
Maar de tweede knecht, die ook in 't complot was, trok dat ook weer an, en zei met een verschrikt gezicht teuge zijn maats: "Hij weet alles. Mijn heb ie ook al angewezen. Het zal - dunkt mijn - maar het beste wezen om alles te bekennen, en te vragen of ie ons wil helpen."
De derde dag gong dus de derde heen, en toe de boer weer zei: "Dat is de derde", openbaarde nie alles en verzocht of ie hun niet verklappen wou.
Dat beloofde de boer, maar dan mosten ze de ring opgeven. Toe ie die goed en wel had, kreeg ie praatjes en beloofde heel deftig voorspraak.
"Nou mot jullie den maar ers zegge, waar de koning zoo geregeld gaat."
Nou, hij kwam dan wel ers bij de kippen.
"Mooi," zeit ie, "dan zel ik zegge dat de kalkoen hem opgeslokt heb."
Dat gebeurde. Hij zei teuge de koning dat geen mensche hem bestolen hadde, maar dat de kalkoensche haan den ring had ingeslikt. Hij zou die slachten en de ring weerom brengen.
Zoo gezeid, zoo gedaan, en jandorie, hij komt met de ring weerom. Dat zaakie was dus mooi bered, maar de koning was ook niet van één winter en geloofde alles maar zoo niet, dat die hiel hem in de gaten. Nou had ie wat uit ehaald - wat, dat weet ik niet precies meer, maar hij zou dood emaakt worden.
Maar na lang smeeken zei de koning teugen hem: "Nou, ik weet goed raad. Hier heb ik een dichte schaal, en deer is wat in. As je nou binnen drie uur kenne zegge wat er in is, dan ben je vrij. Zoo niet, dan wor je opehange."
Nou heette de boer van zijn eigen Kriek. Omdat die docht dat ie het toch niet raden zou, wou ie wegloopen en zei:
"Kriekie zit gevange
En Kriekie die mot hange."
"Net zoo," zei de koning: "Der ben kriekies in. Nou ben jij vrij en nou geloof ik dat je een echte waarzegger ben."
Je moet weten: er ware van die beessies in, die je in een bakkersoven heb en die kriekies heeten.
(D. Schuurman)

Onderwerp

AT 1641 - Doctor Know-All    AT 1641 - Doctor Know-All   

ATU 1641    ATU 1641   

Beschrijving

Boer die gezien wordt als waarzegger moet de koning binnen drie dagen zeggen waar de ring is. Elke dag als hij bij de koning in kamer zit komt een lijfknecht binnen die hoort dat hij resp. een, twee en drie zegt. De knechts denken dat de boer weet dat zij de ring hebben gestolen. De derde bekent en vraagt hem hun niet te verraden. In ruil voor de ring zal hij vertellen dat een kalkoen de ring heeft ingeslikt. De koning houdt hem in de gaten en zegt dat hij binnen drie uur moet zeggen wat er in een dichte schaal zit, op straffe van ophangen. De boer die Kriek heet, denkt het toch niet te weten en zegt in rijm dat Kriekie gevangen zit en moet hangen. Dat is de oplossing: er zitten kriekies [bakkerstorren] in.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Motief

K1956 - Sham wise man.    K1956 - Sham wise man.   

N611.1 - Criminal accidentally detected: “that is the first”--sham wise man.    N611.1 - Criminal accidentally detected: “that is the first”--sham wise man.   

N688 - What is in the dish: “Poor Crab”.    N688 - What is in the dish: “Poor Crab”.   

K1956.2 - Sham wise man hides something and is rewarded for finding it.    K1956.2 - Sham wise man hides something and is rewarded for finding it.   

Commentaar

[26 december 1901] in brief van 25 april 1902
In een brief van 30 juni 1902 merkt Bakker (na een vraag van Boekenoogen) op: "Kriek is in Broek zeer gebruikelijk voor bakkerstor." Op 29 juli 1903 stuurt hij een exemplaar op en schrijft: "In één der door mij aan u meegedeelde sprookjes wordt van een kriek gesproken, een beest dat bij de bakkersovens voorkomt. U vroeg mij toen welk beest dat was. Hiernevens zend ik u een exemplaar, wellicht dat dan één uwer vrienden u de juiste Latijnsche benaming aan de hand kan doen."
Doctor Know-All

Naam Overig in Tekst

Kriek    Kriek   

Kriekie    Kriekie   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21