Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0333

Een mop (mondeling), maandag 06 januari 1902

Hoofdtekst

Nou mot je je voorstelle: je hebbe altaid van die menschen, die erg nieuwsgierig benne. Zoo was er dan ook ers een man en die was dus erg nieuwsgierig.
As ie in de veerschuit zat, dan was het: "Waar gaan jij na toe? Wat mot je daar doen?" en meer zukke vrage.
Nou, dat vonde sommige al erg vervelend en ze hielde num dan ook zoo'n bietje in de gate. Maar nou kwam er es een man in de schuit en die was van te vore in elicht.
Dus toe die nieuwsgierige vroeg "Waar kom je vandaan?" zei die: "O, heel ver."
"En waar gaan je naar toe?"
"Dat weet ik zelf niet."
"Wat doen je den voor de kost?"
"Ja, ik heb veel geld noodig voor me zaakie. Ik ben neuzenkoopman."
"Wat is dat?"
"Nou, ik koop de neuzen van de menschen. Voor de een geef ik vijfentwintig gulden, voor de aar vijftig. Er ben der waar ik wel ƒ300 voor geef."
"Maar hoe doen je dat dan?"
"Nou, ik koop de neus en ik kom hem halen as ie dood is: dan snij ik hem af natuurlijk. Daar heb je bijvoorbeeld uwes neus, die is wel honderd daalders waard."
"Meen je dat? Want dan verkoop ik hem dadelijk. Het ken mijn niks schéle of je hem later afsnijd."
"Da's goed," zeit de ander: "Asjeblief, daar heb je 100 daalders. Wil je dat papiertje maar teekenen in 't bijzijn van de getuige?"
De ander mooi blijd natuurlijk. Maar toe vroeg de gewaande koopman opiens om een kaars en lak.
"Wat moet je daar mee doen?" zeit de ander.
"Nou, ik moet me goed toch merken? Aars kon je me mooi bij het lijf hebbe. Dat ik zel een lak met me stempel erop op je neus zette, en dat mag je er niet afhalen."
Dat wou de ander natuurlijk niet, maar de koopman hiel keep. Op laatst na prate en weer prate most hij ƒ300 geven, den wier van de koop af ezien. Groot gelaik natuurlijk en de ander mooi beschaamd. Ze zegge dat ie na die tijd nooit meer nieuwsgierig eweest is.
(D. Schuurman)

Beschrijving

Nieuwsgierige man wordt in de maling genomen door iemand die zich uitgeeft voor neuzenkoopman. De man verkoopt zijn neus, tekent daar voor, maar schrikt terug voor het stempel dat de koopman op zijn neus wil zetten als blijk van eigendom. De man moet flink betalen om de koop te kunnen ontbinden, en schijnt nooit meer nieuwsgierig te zijn geweest.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

[6 januari 1902] in brief van 25 april 1902

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21