Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

EDJSL052 - De nachtmerrie

Een sage (boek), 1980

Hoofdtekst

De nachtmerrie
Twee paardenknechten sliepen samen in een bed boven de stal. De ene was een zware knaap die elke dag toenam in gewicht, de ander was zo dun als een lat en vermagerde zienderogen.
Daar kon de dikke met zijn pet niet bij, en op een keer vroeg hij: "Hoe komt het toch dat jij steeds magerder wordt?"
"Daar kan ik niks aan doen," zei de magere. "Iedere nacht staat er een vrouw voor mijn bed, die me een halster over mijn hoofd gooit. Dan verander ik in een paard en moet ik met haar rondrijden tot het aanbreken van de dag."
"Zit het zo?" zei de andere knecht, die niet op zijn achterhoofd was gevallen. "Laat mij dan maar eens vooraan liggen. Ik wil dat wel eens meemaken."
De volgende nacht wisselden zij van plaats.
Tegen elf uur werd de staldeur voorzichtig geopend en kwam er een vrouw binnen met een halster. Ze sloop naar het bed en probeerde de knecht die vooraan lag het halster om te doen. Maar hij was haar te vlug af en gooide het over haar eigen hoofd.
Opeens stond er een mooie grijze merrie voor hem.
"Nu zul je wat beleven, beestje," zei hij. Hij sprong erop, reed de velden in, en liet het paard draven en galopperen tot het aanbreken van de dag.
Daarna stopte hij bij een hoefsmid, liet de merrie beslaan, en reed in galop terug naar de hoeve, waar hij afsteeg en aanklopte. Toen hij het paard even losliet, sprong het weg en was verdwenen.
De andere knecht had de boer intussen verteld wat er gebeurd was, en deze begon zich net zorgen te maken over de dikke, toen hij binnenkwam.
"Hoe is het afgelopen?" vroeg de boer.
"Goed," zei de knecht. "Alleen één ding spijt me, de merrie is weggelopen en ik weet niet waarheen."
"Die komt wel terug," zei de boer. "Jammer, dat mijn vrouw zo ziek is geworden. Ze zou zich doodlachen als ze het hoorde."
Hij zei dat de knecht het haar maar moest gaan vertellen.
Toen hij bij haar bed stond, stak hij haar een hand toe en zei: "Je bent ziek, hoor ik. Hoe gaat het ermee?"
"Slecht," antwoordde de vrouw, zonder hem een hand te geven.
"Krijg ik geen hand?" vroeg de knecht, en trok de dekens van haar bed, want hij dacht nu wel zeker van zijn zaak te zijn.
Aan de handen van de vrouw zaten twee grote hoefijzers.
Zonder nog een woord vuil te maken, rende hij de trap af en legde de hele geschiedenis uit aan de boer.
Die liet zijn vrouw onderzoeken, maar ze was niet meer te redden. Want ze had het toveren uit de zevende hand.
(...)

Onderwerp

SINSAG 0783 - Hufeisen an Händen und Füssen.    SINSAG 0783 - Hufeisen an Händen und Füssen.   

Beschrijving

Knecht vertelt aan andere paardenknecht dat hij elke nacht van een vrouw een halster over zijn hoofd krijgt, in een paard verandert en de hele nacht met haar moet rondrijden. De andere knecht wil dit meemaken, en gaat vooraan in bed liggen. Als de vrouw probeert hem het halster over het hoofd te gooien, weet hij dat over haar hoofd te gooien. Ze verandert in een merrie, de knecht laat haar de hele nacht lopen, laat haar beslaan, gaat terug naar de boerderij, en laat het paard los dat meteen verdwijnt. De boer vertelt dat zijn vrouw ziek is, maar de knecht moet haar toch maar het verhaal vertellen. Zij wil hem geen hand geven, maar als de knecht de deken van haar aftrekt ziet hij twee grote hoefijzers aan haar handen. Ze is niet meer te redden, want ze heeft het toveren uit de zevende hand.

Bron

E. de Jong & P. Klaasse: Sagen en Legenden van de Lage Landen. Bussum 1980, p. 136

Motief

D535 - Transformation to horse (ass.    D535 - Transformation to horse (ass.   

Commentaar

1980
Bron: J.R.W. Sinninghe: Oude volksvertellingen, Oisterwijk 1949, pp. 207-208
Hufeisen an Händen und Füssen.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20