Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINVS009 - Prinses Korenbloem

Een sprookje (boek),

Hoofdtekst

PRINSES KORENBLOEM
Er was eens een rijke heer, die op een groot kasteel woonde en zeven dochters had. Zes dochters waren goed getrouwd, alleen de jongste, die Korenbloem heette, omdat ze ogen had zo blauw als de bloempjes in het koren, was nog thuis. Zij was de mooiste van allen en hield van een vreemde jongen die Pelgrim heette. Pelgrim was wel flink en dapper, maar hij scheen geld noch goed te hebben en daarom vond de rijke heer het niet goed dat hij Korenbloem als vrouw kreeg.
Toen ontvoerde hij haar op een nacht en reed met haar weg op zijn bruine paard, dat Langstaart heette. 's Morgens hoorde Korenbloem's vader wat er gebeurd was en hij zadelde dadelijk het snelste paard van zijn stal, Grijze Vos geheten en joeg hen na, maar hij kon Langstaart met Pelgrim en Korenbloem niet inhalen.
's Avonds kwam hij aan een weiland en daar zag hij een kudde schapen naar huis terugkeren en die kudde was zo lang en zo breed dat hij haar niet kon overzien, en de schapen hadden allemaal blauwzijden banden met zilveren bellen en dat tingelingde dat het uren ver in het rond te horen was.
"Van wie is wel die wei?" vroeg Korenbloem's vader aan de schaapherder.
"Die wei is van mijnheer Pelgrim
Met zijn gestolen vrouwe.
Vanavond heeft hij haar thuisgebracht
En morgen zal hij haar trouwen."zei de schaapherder en dreef de kudde voort.
Korenbloem's vader reed door en een boogschot verder kwam hij in een wei, waar zoveel koeien en kalveren rondliepen dat hun aantal niet te tellen was. Allemaal droegen ze klokjes aan gouden riemen en het klingelde en het tingelde dat het uren ver in het rond klonk.Korenbloem's vader wilde ze tellen, maar er waren er veel te veel en hij moest het opgeven.Toen vroeg hij aan de herder: "Van wie is die wei?"
"Die wei is van mijnheer Pelgrim
Met zijn gestolen vrouwe.
Vanavond heeft hij haar thuisgebracht
En morgen zal hij haar trouwen."zei de koeherder.
Korenbloem's vader reed door en kwam aan een grote weg en zo ver als hij over die weg kon zien, liep er een kudde paarden, die allemaal gouden hoefijzers aan hun voeten hadden en trippelde trappel klonk het op de stenen, dat het uren in het rond te horen was.
"Van wie zijn die paarden?" vroeg Korenbloem's vader aan de paardenknecht.
"'t Zijn hengsten en merries
van mijnheer Pelgrim,
En de veulens die zijn al binnen."
en de paardenknecht reed verder.
Ook Korenbloem's vader reed door en kwam zo aan een prachtig kasteel met wel vijftig poorten en wel duizend vensters en hij ging naar een van de vijftig poorten.
"Van wie is dat kasteel?" vroeg hij aan de poortwachter.
"Van mijnheer Pelgrim
Met zijn gestolen vrouwe.
Vanavond heeft hij haar thuisgebracht
En morgen zal hij haar trouwen."
"Zeg hem dat hij haar mag houwen," zei Korenbloem's vader tegen de poortwachter en tegen zijn paard zei hij: "Draai je om Grijze Vos, want mijn Korenbloempje is beter getrouwd dan de andere zes bij elkaar."
Daarna reed hij vlug naar huis om de goede tijding aan zijn vrouw te gaan vertellen.
(Vlaams Limburg)

Beschrijving

Een rijke heer heeft zeven dochters. De jongste dochter wil trouwen met Pelgrim, een arme jongen. De vader vindt dit niet goed. Daarom ontvoert de jongen haar op zijn paard. De vader gaat hen achterna. Hij haalt hen niet in, maar komt op zijn tocht langs weilanden en stukken land met veel dieren. Als hij vraagt wie de eigenaar is, luidt het antwoord steeds: meneer Pelgrim. De vader besluit dat Pelgrim zijn dochter mag houden en keert terug naar huis.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Volkssprookjes uit Nederland en Vlaanderen. Den Haag 1978, p. 36-38

Naam Overig in Tekst

Korenbloem    Korenbloem   

Korenbloempje    Korenbloempje   

Pelgrim    Pelgrim   

Langstaart    Langstaart   

Grijze Vos.    Grijze Vos.   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20