Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINVS026 - Ezeltje-schijt-geld, tafeltje-dek-je en knuppel-uit-de-zak

Een sprookje (boek),

75.jpg

Hoofdtekst

EZELTJE-SCHIJT-GELD, TAFELTJE-DEK-JE EN KNUPPEL-UIT-DE-ZAK
Er was eens een molenaar, die drie zoons had. De oudste was al zo ver dat hij het vak verstond; zijn vader had hem het malen in de molen goed geleerd.
Op een goede dag zei hij tegen hem: "Jongen, je kunt nu je kost zelf wel verdienen; nu moet je ook de wijde wereld in."
"Goed," zei de jongen, "morgen zal ik erop uit gaan."
Hij pakte zijn boeltje bij elkaar en ging de volgende morgen voor dag en dauw op pad. 's Middags kwam hij in een groot bos en toen hij daar wandelde, kwam hem iemand achterop die een praatje met hem maakte.
Nadat ze een tijdje met elkaar gepraat hadden, zei de vreemdeling: "Ik merk, dat je mulder van je ambacht bent; ik kan op mijn molen juist een knecht gebruiken. Als je wilt, kun je bij mij in dienst komen en als je flink je best doet, zul je loon naar werken krijgen. Voel je daar wat voor?"
"Ja zeker," was het antwoord en de oudste zoon ging met zijn nieuwe baas mee naar de molen.
Hij werkte hard en toen het jaar om was, zei de mulder: "Je hebt je werk goed gedaan, daarom zal ik je ook goed belonen. Hier heb je een ezel, daar kun je op gaan zitten en dan brengt hij je waar je wezen wilt... Maar je kunt hem ook nog over zijn rug strelen en als je dan tevens zegt: `ezeltje, ezeltje, schijt geld!' dan rollen de guldens en rijksdaalders uit zijn achterste. Probeer het maar! "
De oudste zoon streelde het ezeltje over de rug en zei: "Ezeltje, ezeltje, schijt geld" en waarachtig, daar vielen een hele hoop guldens en rijksdaalders op de grond.
De jongen danste van plezier in het rond, bedankte zijn baas van harte en reed weg op zijn ezel. Tegen de avond kwam hij in een herberg, waar hij overnachten wilde. Hij zette de ezel op stal, gaf hem haver en hooi, streek hem eens over de rug en zei: "Ezeltje, ezeltje, schijt geld."
Weer rolde het zilvergeld uit het achterste van de ezel en de jongen ving het op in een zakdoek en stak die in zijn zak.
De waard echter had door het sleutelgat alles gezien wat hij gedaan had en 's nachts haalde hij de ezel uit de stal en zette er een andere voor in de plaats.
De andere morgen vertrok de jongen met die ezel en reed ermee naar huis. De vader was blij, dat hij weer thuis was en hij moest vertellen wat hem wedervaren was. Tot slot zou de ezel zijn kunsten vertonen.
Hij streek hem over de rug en zei: "Ezeltje, ezeltje, schijt geld," maar er kwam geen geld te voorschijn; ten lange laatste kwam er wat anders, maar daarbij bleef het.
Ze lachten allemaal, dat begrijp je.
Dezelfde avond zei de vader tegen de tweede zoon: "Nu moet jij de wijde wereld in."
De andere morgen ging de tweede zoon op pad. Hij koos dezelfde weg als zijn broer en kwam in het bos dezelfde man tegen, die hem ook vroeg of hij op zijn molen wilde werken. Ja, dat wilde hij wel en hij verhuurde zich voor een jaar.
Toen het jaar om was, zei de baas: "Je hebt je best gedaan, hier is je loon" en hij wees hem een tafeltje, dat in een hoek van de kamer stond. "Als je erop klopt en zegt: `Tafeltje, tafeltje, dek je,' dan komt er het lekkerste eten op tafel dat je je maar bedenken kunt," zei hij. "Probeer het maar eens."
De jongen klopte op het tafeltje, sprak de toverspreuk en zowaar, daar stond de tafel al vol heerlijk eten. Hij kon zo aanvallen en dat deed hij dan ook.
Toen alles op was, nam hij het tafeltje onder zijn arm, bedankte de baas en ging op weg. Hij kwam aan dezelfde herberg, waar zijn broer overnacht had en wilde daar blijven slapen.
"Ik wil morgen naar huis toe," zei hij, "daarom zullen we nu maar afrekenen, dan kan ik zo vroeg weggaan als ik wil zonder iemand wakker te maken."
"Maar je moet toch eerst iets eten?"
"Neen, dat hoeft niet. Daar heb ik geen tijd voor," zei hij en ging naar zijn slaapkamer met het tafeltje bij zich. Voordat hij naar bed ging, wilde hij eerst nog eens lekker eten. Hij zei zijn `tafeltje, tafeltje, dek je' op, schoof aan en tastte toe.
De waard keek vreemd op, toen hij zag dat de jongen het tafeltje naar zijn kamer meenam. Wat zou daar achter zitten? dacht hij. Hij liep stilletjes naar boven en loerde door het sleutelgat. Zo zag en hoorde hij weer wat er gebeurde.
Dat tafeltje moet ik zien te krijgen, dacht hij. Daarom sloop hij 's nachts heel handig de kamer in, nam het tafeltje en zette er een ander voor in de plaats, dat er op het oog net zo uitzag.
De volgende morgen ging de jongen al vroeg op huis aan met het tafeltje onder de arm.
Toen hij thuiskwam, zette hij het middenin de kamer en zei: "Ziezo moeder, nu hoef je voortaan geen eten meer te koken, schuiven jullie maar aan, dan zal ik wel zorgen voor een maaltijd."
Hij klopte op het tafeltje en zei zijn spreuk op, maar mis hoor... er gebeurde niets.
"Iemand heeft jou bedrogen, zoals hij het mij heeft gedaan," zei de oudste. "Ik geloof stellig, dat de waard ons dat gelapt heeft."
"Ja, maar hoe?" antwoordde de middelste broer. "Ik begrijp niet, hoe hij geweten heeft, dat wij een ezeltje-ezeltje-schijt-geld en een tafeltje-tafeltje-dek-je bij ons hadden."
"Nu moet jij er maar eens op uit," zei de oude mulder diezelfde avond tegen zijn jongste zoon, "maar zorg ervoor dat ze je niet te slim af zijn, zoals ze het je broers waren. Ze noemen je dom, maar laat ze nu eens zien, dat je niet zo dom bent als je er uitziet."
De volgende dag ging de jongste de wijde wereld in. Hij ging dezelfde weg, die zijn broers voor hem gegaan waren en hij kwam in het bos ook de molenaar tegen, die hem voor een jaar in dienst nam.
Toen het jaar om was, zei de baas: "Ik heb je broers voor hun werk goed beloond. Een gaf ik een ezel, waar de guldens en rijksdaalders zomaar uit het achterste rolden, de ander een tafeltje, waar het lekkerste eten op kwam te staan, maar het is hun afgenomen. Wat moet ik jou, die de domste heet te zijn, nu geven? Weet je wat, hier heb je een zak met een knuppel erin. Als je zegt: `Knuppel, knuppel uit de zak, geef Piet of Klaas of wie je maar wilt er eens van langs,' dan vliegt de knuppel eruit en slaat zo lang totdat je zegt: `Knuppel, knuppel in de zak,' maar als je alleen maar zegt: `Knuppel, knuppel uit de zak,' dan krijg je zelf voor je broek. Die zak kan je nog wel eens van pas komen, geloof ik."
De jongste nam de zak onder de arm, zei zijn baas goeiedag en ging op weg. Tegen de avond kwam hij aan de herberg, waar zijn broers ook geslapen hadden, om er te overnachten. Toen hij naar bed wilde gaan, zei hij tegen de waard: "Wil je die zak voor mij bewaren; maar denk erom, dat je hem goed wegbergt en vooral niet zegt: `Knuppel, knuppel uit de zak'."
Pas was hij in zijn kamer of daar hoorde hij beneden een verschrikkelijk lawaai.
De waard kreunde: "Help! Help! Ik word vermoord, ik word doodgeslagen!"
Maar de jongen liep niet al te hard om hem te helpen.
Toen hij eindelijk beneden kwam, zag hij de waard door de gelagkamer springen, met de knuppel achter hem aan, die hem er van langs gaf en hem links en rechts raakte, waar er maar te raken viel.
"Je krijgt wat je verdiend hebt," zei hij. "Waar zijn ezeltje-ezeltje-schijt-geld en 't tafeltje-tafeltje-dek-je van mijn broers?"
"O, o, o, in de stal en in de kast. Ik zal ze je geven, als dat slaan maar ophoudt. O, o, o!"
"Knuppel, knuppel, in de zak," riep de jongen en dadelijk hield het slaan op en zat de knuppel weer in de zak.
De volgende morgen ging de jongste op weg, maar voordat hij de ezel besteeg, streek hij hem toch nog eens over de rug en sprak de toverwoorden en meteen viel het geld op de grond. Ook het tafeltje-tafeltje-dek-je probeerde hij eerst en liet zich het eten goed smaken.
Daarna reed hij op de ezel naar huis, met de zak op de rug en het tafeltje onder de arm.
"Ha, daar heb je de domme," zeiden de broers, toen ze hem zo zagen aankomen; ze waren allebei erg nieuwsgierig om te weten, hoe hij het er afgebracht had.
Hij sprong van de ezel en zei: "Daar ben ik weer zoals je ziet. Je noemt me nu wel de domme, maar ik ben niet zo dom geweest als jullie. Ik heb me niet laten bedriegen door de waard. Hier is ezeltje-ezeltje-schijt-geld en daar is tafeltje-tafeltje-dek-je. Kijk maar eens."
En hij liet de ezel zijn kunststuk vertonen en zette het tafeltje voor hen neer.
De ezel kreeg de beste plaats in de stal, het tafeltje werd in de mooie kamer gezet en de zak kwam in de kast en niemand durfde ooit meer de jongste een domkop te noemen.
(Gelderland)

Onderwerp

AT 0563 - The Table, the Ass, and the Stick    AT 0563 - The Table, the Ass, and the Stick   

ATU 0563    ATU 0563   

Beschrijving

Een molenaar heeft drie zoons die hij ieder een jaar de wereld instuurt. De oudste zoon vertrekt eerst. Hij gaat werken bij een molenaar die hem beloont met een ezel. Als je het dier over zijn rug strijkt en "Ezeltje, ezeltje, schijt geld" zegt, poept het geld. De zoon keert terug naar huis. Hij overnacht in een herberg. De waard ontdekt het toverkunstje en ruilt stiekem de ezel om voor een gewone ezel. Thuis gebeurt er niets en om de zoon wordt gelachen. Dan vertrekt de tweede zoon. Hij gaat bij dezelfde molenaar werken en wordt beloont met een tafeltje. Als je op het tafeltje klopt en zegt 'tafeltje-dek-je' komt er een hele maaltijd te voorschijn. De jongen overnacht in dezelfde herberg. De waard ruilt het tafeltje om voor een gewoon tafeltje. De twee zonen verdenken de waard. De jongste zoon die de domme wordt genoemd, werkt eveneens bij de molenaar. Hij krijgt een zak met een knuppel. De knuppel ranselt iedereen af, mits je roept 'knuppel-uit-de-zak' en de naam noemt van degene die afgeranseld dient te worden. De waard gebruikt de verkeerde formule en de knuppel ranselt hem af. De jongen krijgt het tafeltje en de ezel terug. Hij is nu niet meer de domme.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Volkssprookjes uit Nederland en Vlaanderen. Den Haag 1978, p. 86-89

Motief

B103.1.1 - Gold-producing ass.    B103.1.1 - Gold-producing ass.   

D1030.1 - Food supplied by magic.    D1030.1 - Food supplied by magic.   

D1401.1 - Magic club (stick) beats person.    D1401.1 - Magic club (stick) beats person.   

D861.1 - Magic object stolen by host (at inn.)    D861.1 - Magic object stolen by host (at inn.)   

K2241 - Treacherous inn-keeper.    K2241 - Treacherous inn-keeper.   

D1601.5 - Automatic cudgel.    D1601.5 - Automatic cudgel.   

D881.2 - Recovery of magic object by use of magic cudgel.    D881.2 - Recovery of magic object by use of magic cudgel.   

Commentaar

Onder de knop Beeld een afbeelding uit een oude Grimm-editie (kleur) <br>
<br>
Motieven:<br>
B103.1.1 Gold-producing ass<br>
D1030.1 Food supplied by magic<br>
D1401.1 Magic club (stick) beats person<br>
D861.1 Magic object stolen by host (at inn.)<br>
K2241 Treacherous inn-keeper<br>
D1601.5 Automatic cudgel<br>
D881.2 Recovery of magic object by use of magic cudgel<br>
The Table, the Ass, and the Stick

Naam Overig in Tekst

Piet    Piet   

Klaas    Klaas   

Ezeltje strek je    Ezeltje strek je   

Knuppel uit de zak    Knuppel uit de zak   

Tafeltje dek je    Tafeltje dek je   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20