Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VOLKS002 - Hoe 't manneken zijne koe verkocht

Een sprookje (tijdschriftartikel), 1888

Hoofdtekst

Hoe 't manneken zijne koe verkocht
Een manneken leefde met zijnen vader heel en gansch alleen, en hun geld was zoo ver opgeleefd, dat de vader genoodzaakt was, zijne eenige koe te verkoopen. Hij beval dan aan zijn klein manneken, met de koe naar de merkt te gaan, maar ze toch niet te verzetten (verkoopen) aan eenen, die `te erg van muile' was.
"Dat's mij goed," zei het jongsken, en het vertrok.
Maar onderweg kwam hem 'en man tegen, die hem vroeg: "Manneken, waar ga-de met die koe naartoe?"
"Naar de markt," was 't antwoord.
"Zou-de mij auw koe nie willen verkoopen?"
"Neen," zei 't manneken, "ge zijt gij veel te erg van muile," en het manneken trok voort.
Wat verder kwam er hem weer 'en man tegen, die hem zei: "Allo, manneken, verkoop mij auwe koe, dan moet-de gij er zoo ver nie mee gaan."
"Neen, antwoordde de jongen, "ge zijt gij ook al te erg van muile."
Eindelijk kwam 't manneken aan ene kruisstraat en zag daar 'nen grooten kruisefiks staan, en daar die kruisefiks niemendalle zei, ging het jongsken er recht naartoe, en sprak tot den Lieven Heer: "Toe, manneken! koop gij me mijn' koe af."
Maar de Lieve Heer sprak niet.
Het manneken zei nog 'nen keer: "Wil-de gij mijn' koe nie afkoopen? 't Is juist aan zoo 'nen zwijger, dat mijn vader gezeed heeft, dat ik ze moet verkoopen..."
Maar de Lieve Heer sprak nog niet!...
Dan hernam de jongen: "Allo, toe, toe! Zwijgen is toestemmen! Ik zal ik auw mijn' koe maar laten en dan straks om mijn geld komen."
En het manneken bond zijn' koe aan den linken arm van den Lieven Heer en trok gerust en verheugd naar huis. Als het te huis kwam vroeg de vader, hoeveel hij voor zijn' koe gekregen had.
"Dat weet ik nie," zei de jongen.
"Waar is auw geld dan?" vroeg de vader.
"Ik heb gezeed, da 'k er seffens zou omgekomen hên," meende de jongen.
Maar nauw begost de vader te schreeuwen en op te spelen, omdat hij geen geld meer had en dat nu zijn' koe ook weg was.
"Toe, toe!" zei de jongen, "ge moet zoo geen lawaai maken. Ik zal ik er seffens 'nen keer omgaan, want dat zag er mij een heel braaf en eerlijk ventjen uit."
En, zonder nog meer te zeggen, trok de gast met zijn stoksken in zijn' hand er weer op uit. Als hij nu den Lieven Heer bereikte, was de koe met den arm, waar da' ze aan vastgebonden was, al gaan loopen.
"Allo, mijnheer," zei de jongen, "ge' hebt gij nauw mijn koe alweer verkocht, geef mij nauw mijn geld ook!"
Maar de Lieve Heer sprak weer niet.
"Ik zeg auw, dat 'k mijn geld moet hên!"
Weer geen antwoord!
"As ge nauw nie spreekt, zal 'k auw 'nen keer afranselen met het stoksken, dat 'k hier heb, hoorde!"
Maar de Lieve Heer sprak nog nie! En dan begost dat manneken het beeld zoodanig te slaan, dat het in stukken vloog, en als hij den buik vaneen sloeg, viel er 'en groote beurs geld uit, waarmee hij recht naar huis liep. Zijn vader deed de beurs open, en zag, dat er geld voor wel tien koeien in was. Hij begon te zingen en te dansen en daarna wafels te bakken, en tegenwoordig bakt hij misschien nog.
(Wetteren)

Beschrijving

Een arme man vraagt zijn zoon hun koe te verkopen, maar niet aan iemand die te veel praat. Verschillende mensen spreken de jongen aan, maar de jongen verkoopt de koe niet. Dan komt hij langs een kruis en vraagt de Lieve Heer de koe te kopen. De Heer reageert echter niet. De jongen laat de koe achter en besluit later voor het geld terug te komen. Als de vader van deze gang van zaken hoort, is hij erg boos. De jongen gaat het geld halen. Het beeld reageert niet op de jongen. De jongen begint met een stok het beeld te slaan. Dan valt er een grote beurs geld op de grond.

Bron

Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 1 (1888) 8-9

Commentaar

1888
Vergelijk met SINV045

Naam Overig in Tekst

Lieve Heer [Jezus Christus].    Lieve Heer [Jezus Christus].   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20