Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VOLKS013 - Van het Meisje dat met een Puit trouwde

Een sprookje (tijdschriftartikel), 1888

Hoofdtekst

Van het meisje dat met een puit trouwde
Er was een keer een oud vrouwke, en dat woonde met haar drie dochters aan den zoom van een bosch. Ze sponnen om hun brood te verdienen, en leefden heel gelukkig en tevreden.
Op zekeren dag dat ze heel vlijtig gesponnen hadden, zegde de moeder: "Vandaag, kinderen, zullen wij eens koeken bakken. Gaat nu water halen naar de fontein, en aanstonds daarna zullen wij de spijs beslaan."
Deze woorden van de moeder deed reeds het water in hunnen mond komen, en toch waren zij maar half tevreden, want om water gingen zij niet gaarne. Er zat daar in de bron sedert eenigen tijd een puit, die hen telkens dat zij kwamen putten, met zijn vragen lastig viel; en wanneer zij dan niet deden wat de puit vroeg, toen sprong hij in hunne kruik en dan waren zij vies en moesten het water weer uitgieten. De oudste der drie meisjes nam nu de kruik en ging naar de bron.
Nauwelijks had zij water geschept, of de puit stak zijnen kop boven 't water en schreeuwde haar toe: "Ge moogt van mijn waterken niet putten, of gij moet met mij trouwen."
Terwijl hij dit zei, wipte hij in de kruik. Mistroostig goot het meisje het water weer uit en keerde naar huis terug.
"Moeder," zegde zij, "die onverdragelijke puit is daar weer, en ik moet hem beloven van met hem te trouwen, of hij wil mij geen water laten scheppen."
De tweede dochter ging nu op hare beurt naar de bron en het ging haar niet beter dan haar zuster. Zij goot ook het water uit, en keerde even misnoegd naar huis terug.
"Kind," zei de moeder tot de jongste, "ga gij nu eens, gij zult misschien beter varen dan uw zusters."
"Maar, moeder, hij zal mij ook vragen dat ik met hem zou trouwen!"
"Wel, wel! dat is niets, kind. Beloof het hem maar, hij zal u dan gerust laten. Gij kunt er toch niet bij verliezen."
Het meisje ging nu naar de bron, en nauwelijks had zij haar kruik onder 't water gedoopt, of de puit stak al zijnen kop uit.
"Gij moogt van mijn waterken niet putten, of gij moet met mij trouwen!"
"Ei wel! 'k zal met u trouwen."
"Goed zoo! maar, zeg mij, wat gaat ge met dat water doen?"
"Koeken bakken dezen avond."
"Koeken bakken? Ha, ge gaat koeken bakken," zei de puit blijde.
"Mag ik ook een koekske meeëten?"
"Wel ja!" zei het meisje, "waarom niet?"
Ze zei van ja, om van den puit ontslagen te zijn. Nu keerde zij naar huis en vertelde al wat de puit haar gezegd had.
"Moeder, die leelijke puit die vroeg mij, of hij een koek mocht komen meeëten, en ik heb gezegd van ja. Wij zullen gauw deur en venster sluiten, dat hij niet binnen en kan!"
Toen de koeken gereed waren, zetten zij zich aan tafel en wilden eens hartelijk gaan smullen.
"Laat dien leelijken puit nu maar komen," zeien ze, "hij zal zoo gemakkelijk niet binnen geraken."
Nauwelijks hadden zij deze woorden gesproken of zij hoorden een klein gerucht achter zich. Ze keken om, en ziet: daar zat de puit, die langs het mozegat, dat zij vergeten hadden te sluiten, naar binnen gekropen was!
"Wie zal er mij nu een koekske geven?" riep de puit. "De jongste van de drij!"
"Och moeder," riep het meisje, "nu moet ik den puit een koek geven."
"Wel, geef hem maar eenen," antwoordde de moeder.
Het meisje lei dus een koek op tafel, maar de puit was daarmee niet tevreden, en riep: "Wie zal er mij nu op een stoelke zetten?... De jongste van de drij!"
"Och moeder," knorde het meisje, "nu moet ik hem weerom op een stoel zetten."
"Wel, doe het maar!"
Toen hij aan tafel zat, vroeg de puit weer: "Wie zal nu mijn koekske doorsnijden?... De jongste van de drij!"
"Zie, moeder, nu moet ik dien afschuwelijken puit dienen!"
Als hij zijn buikske vol had, vroeg hij weer: "Wie zal er mij nu in 't beddeken leggen?... De jongste van de drij!"
Het meisje, hoewel meer en meer verstoord, deed wat de puit vroeg.
Als hij nu in 't beddeken lag, vroeg de puit weer: "Wie zal er nu bij mij slapen?... De jongste van de drij!"
Op 't aandringen harer moeder voldeed nu ook het meisje aan dit verzoek en toen vroeg de puit weer: "Wie zal er mij nu opensnijden? De jongste van de drij!"
Het meisje nam een mes en sneed den puit in tweeën. Eensklaps stond voor haar een jonge en schoone koningszoon.
Hij lachte haar minzaam toe en zei: "Lief kind, eens heb ik door een misdaad den vloek mijns vaders op mij geladen, en daarom werd ik veroordeeld om als een puit te leven, tot dat een welwillende hand dien vloek verbrak en mij mijn vroegeren vorm weer teruggaf. Nu hebt gij mij verlost."
En het meisje was schoon, en de koningszoon ook, en zoodra zij elkander gezien hadden, werden ze op elkander verliefd. En de prins nam het meisje mede naar het hof zijns vaders en trouwde met haar. En de oude koning was gelukkig van zijn zoon weder te zien en liet hem den troon over; en het meisje deed haar moeder en zusters ook aan 't hof komen; en ze leefden allemaal heel gelukkig, en het meisje was nu koningin.
En daar kwam een verken met een langen snuit
En het vertelselken is uit!

Onderwerp

AT 0440 - The Frog King or Iron Henry    AT 0440 - The Frog King or Iron Henry   

ATU 0440    ATU 0440   

Beschrijving

Een moeder vraagt haar dochters water te halen uit een put. In de put zit een kikker die belemmert dat zij water scheppen, tenzij ze met hem willen trouwen. De oudste dochter komt onverrichterzake thuis. Vervolgens probeert de tweede dochter water te halen, maar ook zij keert met een lege kruik terug. Tenslotte probeert de jongste dochter het. Zij geeft toe aan de kikker. De kikker gaat mee naar huis, eet mee, gaat tenslotte naar bed. De kikker wil dat het meisje bij hem komt slapen, en wil dat zij hem open snijdt. Ze snijdt de kikker doormidden en dan komt er een mooie prins tevoorschijn. Het meisje en de prins trouwen. Het meisje wordt koningin.

Bron

Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 1 (1888) 48

Motief

B211.7.1 - Speaking frog.    B211.7.1 - Speaking frog.   

S215.1 - Girl promises herself to animal suitor.    S215.1 - Girl promises herself to animal suitor.   

D195 - Transformation: man to frog.    D195 - Transformation: man to frog.   

D711 - Disenchantment by decapitation.    D711 - Disenchantment by decapitation.   

L162 - Lowly heroine marries prince (king).    L162 - Lowly heroine marries prince (king).   

Commentaar

1888
Gittée vermeldt dat dit sprookje een variant is van Grimm,der Froschkönig. Het wordt reeds door Rollenhagen (16de eeuw) vermeld als een van de oudste Duitse Hausmärlein.
Puit betekent kikvors.
The Frog King or Iron Henry

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20