Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VOLKS018

Een sprookje (tijdschriftartikel), 1888

Hoofdtekst

Daar was 'nen keer een heer, die met zijne vrouw op een groot kasteel woonde. Door vele ongelukken was hij gansch ten onderen geraakt, en moest nu eigen huis en goed verkoopen. Op zekeren dag, dat hij droevig in zijnen hof wandelde, komt daar op eens een man voor hem staan, die heel in 't zwart gekleed was.
Deze — 't was Lucifer — stelde voor hem veel, veel geld te geven, op conditie, dat hij zich heel en al aan hem zou overgeven op gestelden tijd! De heer nam 't voorstel aan, en de zwarte verdween! Al bezat hij nu veel geld en mocht hij zijn kasteel behouden, toch bleef de man treurig en somber. Daar zijne vrouw gedurig de reden daarvan vraagde, was hij eindelijk verplicht, heur alles te openbaren. Zij, die eene kristene vrouw was, verloor den moed niet, en nam hare toevlucht tot God.
De dag was eindelijk gekomen, waarop de duivel den heer halen zou!
"Op middernacht," had hij gezegd, "eer de haan kraait, zal ik komen!"
De vrouw zat te bidden voor den `Kruis-lieven-Heer': nog eenige stonden, en 't uur zou slaan! Daar krijgt zij op eens een gedacht, haar als van den hemel ingegeven! Ze loopt buiten, en begint in hare handen te klappen! De haan schiet wakker in zijn kot, en wanende, dat het dag is, begint hij te kraaien, te kraaien, dat het kettert en schettert heinde en ver, en — Lucifer was geschoren!
Na eenigen tijd kwam daar op 't kasteel een jonge zoon, en als die moest gedoopt worden, vond de heer niemand naar zijne goesting, om peter te zijn! Zijn kind moest, zei hij, den rechtvaerdigsten aller menschen tot peter hebben! Terwijl hij op zoek was, kwam hij den duivel tegen, die hem voorstelde peter te zijn: voor goei redenen werd hij ditmaal van de hand gewezen. Dan kwan hij den Heer tegen, die ook vroeg, om peter te zijn.
"Neen," zei de rijke, "want gij zijt niet rechtvaerdig; uwe bermhertigheid gaat boven uwe rechtvaerdigheid! 'k Had mijne ziel aan den booze verkocht, en gij hebt mij door mijne vrouw gered."
Daarna kwam de Dood zich aanmelden, om peter te zijn.
"U wil ik wel aanvaerden," zei de heer, "want gij ten minste zijt rechtvaerdig."
En de Dood werd inderdaad peter van den kleine. Als nu de jongen groot werd, ging hij zijnen peter eens bezoeken, en deze leidde hem zijne woning rond, hem alles toonende en uitleggende, wat zij bevatte. En zoo kwamen ze in eene groote, groote plaats, waar duizenden en millioenen lampkens brandden, het een met veel olie in, het ander met minder, en andere bijna uitgebrand!
"Dit," zei de Dood, "zijn de levens der menschen: wie 't meeste olie heeft, die leeft het langste!"
"En waar is dan mijn lampken, peter?" vroeg de jongen.
En de Dood nam er een uit, dat op zijn laatst gekomen was, en maar een flauw en waggelend licht meer gaf.
"Ach, peetje lief," smeekte de jongen, "giet er nog, als 't u belieft, een weinig olie bij!"
"Neen, jongen," antwoordde de peter, "weenen helpt er niet aan, want ik ben de Dood, en de Dood is rechtvaerdig voor allen."

Beschrijving

Een kasteelheer verliest veel geld en moet zijn kasteel verkopen. De duivel verschijnt en belooft de man rijkdom, mits hij zich op bepaalde tijden aan de duivel overgeeft. De man wordt rijk, maar is niet gelukkig. Hij biecht het voorval met de duivel aan zijn vrouw op. De duivel kondigt aan dat hij om middernacht zal verschijnen, nog voordat de haan zal kraaien. De vrouw krijgt een idee. Ze klapt in haar handen en wekt de haan. De haan begint te kraaien, en de afspraak met de duivel is verbroken.
Later krijgen de kasteelheer en zijn vrouw een zoon. Het jongetje gaat gedoopt worden. De vader wil de rechtvaardigste mens als peter. De duivel acht hij niet geschikt. Ook de Heer, bij wie barmhartigheid boven rechtvaardigheid gaat, is niet de rechtvaardigste man. Tenslotte komt de man de dood tegen. De dood is wel rechtvaardig en wordt peter. Later leidt de dood zijn petekind rond in zijn woning. Overal branden lichtjes van mensen die nog leven. Dan komen ze bij het lampje van de jongen. Het is aan het doven. De jongen smeekt de dood er nog wat olie bij te doen. De dood weigert dit echter omdat hij rechtvaardig is voor iedereen.

Bron

Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 1(1888) 56

Commentaar

1888
Vergelijk met SINV048.

Naam Overig in Tekst

Kruis-Lieven-Heer [Jezus Christus]    Kruis-Lieven-Heer [Jezus Christus]   

Lucifer    Lucifer   

God    God   

Heer [Jezus Christus]    Heer [Jezus Christus]   

Dood.    Dood.   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20