|
sprookje
|
|
De vos leert de beer hoe hij moet vissen. De beer moet zijn staart door een gat in het ijs steken en dan wachten tot er een vis aan hangt. De vos laat de beer zo lang zitten, dat zijn staart in het ijs vastvriest. De beer trekt vervolgens zo hard om zijn staart uit het ijs te krijgen, dat zijn staart afbreekt.
|
meer...
|
|
sprookje (aetiologisch)
|
|
De vos leert de beer vis vangen met zijn staart. Als de beer met zijn staart aan het vissen is, vriest de staart aan het ijs vast en breekt af. Zo komt het dat de beer een korte staart heeft.
|
meer...
|
|
|
|
Ook een beer heeft zin in vis, maar weet niet hoe die te vangen. De vos stelt voor dat de beer zijn staart in een wak hangt. Na een tijd krijgt de beer het koud en wil weg, maar merkt dat hij zijn staart niet omhoog krijgt. De andere dieren zeggen dat het komt door de vele vissen en dat hij nog moet blijven zitten. Als de andere dieren helpen trekken blijft de staart in het ijs zitten.
|
meer...
|
|
sprookje
|
Een beer had trek in vis, en de vos zou hem wel helpen. Hij zei dat de beer zijn staart in het water moest hangen, dan zouden de vissen vanzelf wel komen. Maar het vroor, en de beer zat er zolang, dat zijn staart in het water vast vroor. De beer trok zo zijn staart van zijn kont af en de vos lachte hem uit. Sindsdien hebben de beren nooit meer een staart gehad.
|
meer...
|
|
sprookje
|
Een vos zei in de winter eens tegen een beer dat hij vis kon vangen door zijn staart in een wak te hangen. Hoe langer hij zou blijven zitten, hoe meer vis er aan zijn staart zou komen. Maar de beer bleef zo lang zitten, dat zijn staart in het ijs vast vroor. Toen hij wilde gaan staan, brak zijn staart af. Daarom hebben beren zo'n korte staart.
|
meer...
|
|
sprookje
|
|
Beer midden in een koude winter op zoek naar eten ontmoet een vos die een plek weet waar veel vis zit. De vis kan gevangen worden door de staart in het water van een wak te hangen, daar komen de vissen op af. Als de beer zijn staart uit het wak wil halen zit die vastgevroren. Bij het trekken knapt de staart af. vanaf die tijd hebben berten geen staart meer.
|
meer...
|
|
mop
|
Het is winter en een hongerige vos wordt aangeraden zijn staart in een wak te hangen omdat de vissen daar goed zouden bijten. Als de vos zijn staart maar nauwelijks omhoog kan krijgen, denkt hij dat de vissen al goed bijten en hij besluit zijn staart nog even te laten hangen. Als hij de staart even later op wil trekken, zit die vastgevroren.
|
meer...
|
|
sprookje
|
|
De vos leert de beer hoe hij moet vissen. De beer moet zijn staart door een gat in het ijs steken en dan wachten tot er een vis aan hangt. De vos laat de beer zo lang zitten, dat zijn staart in het ijs vastvriest. De beer trekt vervolgens zo hard om zijn staart uit het ijs te krijgen, dat zijn staart afbreekt.
|
meer...
|
|
sprookje
|
|
Een domme wolf wil van een slimme vos leren vissen. De vos legt de wolf uit dat hij zijn staart in de vijver moet doen en dat hij dan veel vis zal vangen. Het vriest hard en de vos knijpt er stiekem tussenuit. Later komt de vos de wolf weer tegen. De wolf is een stuk van zijn staart kwijt doordat die is vastgevroren aan het ijs. Aan de vos verklaart de wolf dat er zoveel vis aan zijn staart hing dat hij hem niet meer kon optrekken.
|
meer...
|
|
sprookje (aetiologisch)
|
De vos leert de beer hoe hij vissen moet vangen. Hij zegt hem dat hij zijn staart in het gat in het ijs moet laten hangen. Als de beer hem er na een tijd uithalen wil, zit de staart vastgevroren en blijft achter in het ijs. Daarom hebben beren geen staart.
|
meer...
|
|
10 treffers
|