HomeDatabanken

AT 0326

sprookje
Van een boer met 3 zonen wordt elke nacht een schaap gestolen toit de middelste waakt en de zwarte kerel met een vaatje brandewijn dronken voert en de kop afsnijdt. Dan trekt hij de wereld in om te leren wat bang zijn is. Op een kerkhof, waar het spookt, speelt hij met kaarten mee, wint een stoter (geld) en reist verder naar een hoge burcht, waar hemde dochter wordt aangeboden als hij het slot berrijdt van de spoken. Tijdens het kaartspelen gooit hij vuur in hun pruiken en de spoken rennen weg. In de derde nacht brengt het tijdens het pannekoeken bakken uit de schoorsteen vallende spook hem naar de kelder, waar 3 kisten met schatten staan. Dan komt hij bij een boer, in wiens tuin het spookt. Hij verstopt zich op een deur geseten in een boom, 's nachts komen drie kerels en vallen met de deur naar beneden. 's Morgens graaft hij na en vindt 3 kruiken met geld. Hij gaat terug naar de heer van de burcht en trouwt diens dochter, laat zijn broers overkomen.
meer...
 
sage
Niemand durft meer langs het kasteel te lopen omdat het daar spookt. De schout looft een beloning uit voor degene die het spook durft te verjagen. De smid biedt zich aan. Hij gaat met een hamer, met bier, met meel en met een lantaarn 's nachts naar het kasteel toe. Wanneer hij rond middernacht koeken aan het bakken is, vallen allerlei delen van een skelet naar beneden. De delen van het skelet vormen zich tot een volledig geraamte dat de smid wenkt hem te volgen. De smid volgt het geraamte en ziet in de gewelven onder het kasteel drie schatkisten. Het skelet vertelt dat hij de geest is van een man die in zijn leven heel gierig is geweest. Als straf hiervoor moet hij door het kasteel spoken totdat er iemand langskomt aan wie hij de schatten mee kan geven. Hij geeft één schatkist aan de kerk, één aan de armen en één aan de smid, zijn redder. Daarna kan zijn ziel rust vinden.
meer...
 
sprookje
In een huis spookt het. Degene die daar een nacht durft te blijven, zal veel geld krijgen. Verschillende mannen zijn bij hun poging echter al om het leven gekomen. Een arme man wil het nog wel eens proberen. Hij blijft wakker in het huis en ziet twaalf mannen binnenkomen, die hem uitnodigen voor het eten. Hij neemt de uitnodiging aan, maar wil eerst een gebed uitspreken. Zodra hij bij de zin "en verlos ons van den booze" is gekomen, verdwijnen de twaalf mannen om nooit meer terug te keren.
meer...
 
sprookje
Een jongen die nergens bang voor is wordt naar een spookkasteel gebracht, waar hij de nacht door moet brengen. Om wat te doen te hebben, maakt hij een vuur en gaat pap koken. Terwijl hij zit te roeren valt er een been uit de lucht. De jongen zegt tegen het been, dat het niet in zijn pan moet vallen. Dan valt er nog een been en de jongen zegt hetzelfde, zo ook als er een romp valt. Dan valt echter een hoofd, zo raar hoofd dat iedereen ervan zou schrikken, De jongen staat op, zet de lichaamsdelen aan elkaar en zegt goedenavond.
meer...
 
sprookje
Een dominee besluit samen met vijf dappere gemeenteleden een nacht in een spookslot door te brengen. Als ze met zijn zessen om de tafel zijn gaan zitten, verschijnen er achtereenvolgens zes gedaanten. Een van de zes spoken begint de vijf andere spoken te scheren. Als het spook ook de dominee en zijn makkers onder handen wil nemen, spreekt de dominee hem aan. De dominee verneemt de onvervulde wens van het spook: zolang een in de muur gemetselde schat - die ooit aan de spoken toebehoorde - op die plek verborgen blijft, kunnen de spoken geen rust vinden. De dominee laat de schat uitgraven en verdeelt de buit onder arme mensen. Sindsdien heeft het nooit meer gespookt in het slot.


meer...
 
sprookje
Een man die nooit angst kent, wil weten hoe het voelt om bang te zijn. Met zijn zoontje trekt hij eropuit, om de angst te leren kennen. De man overnacht met zijn zoontje in een groot huis met zeven kamers. Alhoewel hij allerlei vreemde geluiden hoort, voelt de man zich geen moment bevreesd. Als twee mannen - schurken - een kist in de kamer zetten, kijkt de man er onbevreesd in. In de kist blijkt een dode man te liggen. Als het jongetje alle zeven kamers van het huis wil zien, gaan ze op onderzoek uit. In de eerste kamer treffen ze niets aan. In de tweede kamer zijn zeven mannen aan het kegelen. De man die geen angst kent doet direct mee met kegelen, maar geeft aan graag voor geld te willen spelen. Een van de kegelspelers vertelt hem over een grote geldschat die in het huis verborgen ligt. Een deel van het geld gaat naar de kerk; een ander deel is bestemd voor arme mensen. Het overige mag hij - de man die geen angst kent - hebben, aldus de kegelspeler. De kegelspeler belooft de man dat als de schat gevonden is en op dergelijke wijze verdeeld is, hij en de andere kegelaars niet meer terug zullen komen. De man vervult de wens van de kegelaar. De man zonder angst gaat nog steeds zonder angst, maar met geld, naar huis.
meer...
 
sprookje
Een man wilde weten wat vrees was, en ging met zijn zoontje op stap. Toen hij iemand om onderdak vroeg, mocht hij in diens grote villa overnachten. Maar in die villa spookte het. Maar ook van de spoken die die nacht verschenen, was de man niet bang. Daardoor verdiende hij een hoop geld, en hij mocht de villa ook houden.

meer...
 
sprookje
Haarm weet niet wat angst is. Uit de schuur van zijn vader steelt een reus elke nacht hooi. Haarm is de enige die niet bang voor de reus is en het hooi weer kan terugpakken. Haarm wordt ook niet bang als hij een nacht in een spookhuis overnacht waar delen van een lijk naar hem worden toegegooid en hij een reus met een bijl doodt. Nadat Haarm de nacht in het spookhuis heeft overleefd, mag hij met de dochter van de heer trouwen. Hij leert uiteindelijk griezelen als zijn vrouw een korf met aal in zijn bed gooit.
meer...
 
sage
Jan de soldaat overnacht in een spookhuis, en bakt daar koeken. Er komt een geraamte in losse stukken uit de schouw vallen, dat zichzelf samenvoegt. Het geraamte leidt Jan naar een schat bestaande uit drie potten, één voor de kerk, één voor de armen en één voor Jan zelf.
meer...
 
sprookje
Een boer heeft drie zonen. De middelste zoon doodt een reus die 's nachts altijd een schaap kwam stelen. Hij gaat op reis om te leren wat angst is. Hij blijft een nacht op een kerkhof en gaat daar kaartspelen met heren aan een tafel. Hij wint van een heer, maar als die hem niets geeft, slaat hij hem en de heren worden één heer. Hij reist verder en komt bij een heer die hem belooft geld of zijn dochter te geven als hij drie nachten in een enge kamer verblijft. De eerste nacht, als hij pannekoeken gaat bakken, ontmoet hij een trilbil en er verschijnt een tafel met heren die hij wegjaagt met vuur uit de haard. De tweede avond gebeurt hetzelfde. De derde avond is er behalve de trilbil een man die in delen door de schoorsteen komt vallen. Er verschijnt weer een tafel met heren die hem naar een kamer brengen en drie kisten met schatten uit een kelder halen. De man kan uit de kamer ontsnappen en gaat naar een boer waar hij 's nachts op zijn hof blijft en op een deur in een boom gaat zitten. Drie mannen komen erbij zitten maar ze vallen uit de boom. 's Morgens vindt hij een schat in de boom en daarmee gaat hij terug naar de heer en trouwt met zijn dochter. Zijn vader en broers komen bij hen wonen.
meer...
 
12 treffers , maximaal 10 per pagina
1 - 10 => 11-12