|
|
|
type
|
AT 0440 => versies
|
|
omschrijving
|
The Frog King or Iron Henry
|
|
titel
|
Kikkerkoning
|
|
auteur
|
Jurjen van der Kooi
|
|
lemma
|
Er was eens een konigsdochter die trok het bos in en ging bij een koele bron zitten. Zij speelde met haar bal, haar liefste speelgoed, en deze rolde per ongeluk in het water. Op haar geweeklaag steekt een kikker zijn kop uit het water en biedt aan de bal op te duiken, op voorwaarde dat hij aan tafel naast haar zitten mag, van haar gouden bordje eten en in haar bedje slapen mag en zij hem liefhebben zal. Zij neemt de kikker niet erg serieus en stemt toe.
De kikker geeft haar nu de bal. Zij let niet op zijn gekwaak, dat zij haar belofte houden moet, en snelt naar huis. Als ze aan tafel zitten wordt er aan de deur geklopt. De kikker wil er in, maar zij smijt hem de deur voor de neus dicht. Haar vader vraagt nu, wie daar was en zij vertelt hem alles. Dan roept de kikker weer:
Königstochter jüngste
mach mir auf
weißt du nicht was gestern
du zu mir gesagt,
bei dem kühlen Brunnenwasser
Königstochter jüngste
mach mir auf.
De koning dwingt haar, zeer tegen haar zin, want zij is doodsbenauwd voor de koude kikker, hem binnen te laten, aan haar zijde mee te laten eten en vervolgens in haar kamer te dragen. Woedend smijt zij hem tegen de wand van haar bed. Hij valt erin en is plotseling een mooie jonge prins. Toen ging ze bij hem liggen.
De volgende ochtend komt de trouwe dienaar van de prins met een fraai rijtuig. Hij had drie banden om zijn hart gelegd, zo bedroefd was hij over de betovering van zijn prins. De prins en de prinses stappen in het rijtuig om naar zijn rijk te vertrekken. De trouwe dienaar staat achterop. Na een eindje hoort de prins een luid gekraak:
Heinrich der Wagen bricht!
Nein Herr der Wagen nicht
es ist ein Band von meinem Herzen,
das da lag in großen Schmerzen
als ihr an den Brunnen saßt
als ihr eine Fretsche [= Frosch] wart.
Dit sprookje, volgens de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm 'een van de alleroudste en allermooiste sprookjes', staat vanaf de eerste druk van hun Kinder- und Hausmärchen (1812) op de eerste plaats. Het is bekend dat zij, met name Wilhelm, hun teksten voortdurend bewerkten en verfraaiden en vooral dit sprookje, waar zij meerdere versies van kenden, hebben zij vanaf hun 'oertekst', die zij vermoedelijk in 1810 uit Kassel toegestuurd kregen, mogelijkerwijs van de apothekersdochter Dortchen Wild, Wilhelms latere vrouw, in hun verschillende drukken zo bijgeslepen dat het een paradepaardje kon worden van wat zij en de latere sprookjesdeskundigen en -liefhebbers dé ideale sprookjesstijl vonden. Hierboven is die oertekst, vanaf 1812 getiteld 'Der Froschkönig oder der eiserne Heinrich' naverteld.
Hoe zeer Wilhelm Grimm dit sprookje bewerkte, moge blijken uit de eerste anderhalve zin van zijn definitieve tekst, zoals die plaats kreeg in de druk van 1857: "In den alten Zeiten, wo das Wünschen noch geholfen hat, lebte ein König, dessen Tochter waren allen schön, aber die jüngste war so schön, daß die Sonne selber, die doch so viele gesehen hat, sich verwunderte, sooft sie ihr ins Gesicht schien. Nahe bei dem Schlosse des Königs lag ein großer dunkler Wald, und in dem Walde unter einer alten Linde war ein Brunnen; wenn nur der Tag recht heiß war, so ging das Königskind hinaus in den Wald und setze sich an den Rand des kühlen Brunnens." In de oertekst staat nog simpelweg: "Es war einmal eine Königstochter, die ging heraus in den Wald und setzte sich an einen kühlen Brunnen." Niet alleen stilistisch bewerkte hij zo verder de tekst, ook inhoudelijk bracht hij veranderingen aan. Zo versterkte hij de rol van de vader, die een toonbeeld van rechtvaardigheid wordt, laat hij tussen neus en lippen door vertellen dat de prins door een heks betoverd was en laat hij aan het slot alle drie banden om het hart van de trouwe Heinrich springen.
Hoe oud dit sprookje (AT 440: 'The frog king or Iron Henry') is, is moeilijk uit te maken. Het is een typisch onttoveringssprookje (jonge man/vrouw verlost betoverde prinses/prins) en behoort daarmee tot de kern van de wondersprookjes. Rond 1810 was het in Duitsland blijkbaar vrij bekend, maar de oudst bekende lezing, een Schotse, is pas van 1801. Er zijn wel enkele aanwijzingen voor een hogere, tot de middeleeuwen teruggaande ouderdom, maar die zijn zo vaag, dat ze nauwelijks bewijskracht hebben. Het is in elk geval een uitgesproken Europees sprookje. De paar bekende buiten-Europese, met name Amerikaanse versies, gaan duidelijk op Europese voorbeelden terug. Hoewel het sprookje ook enkele keren in Zuid-Europa is genoteerd ligt het kerngebied toch duidelijk in de noordelijke helft van Europa, waarbij de grens ongeveer via Ierland, Engeland, Vlaanderen en Midden-Duitsland naar het oosten getrokken moet worden.
De Grimmsche eindversie werd een van de meest geliefde kinderboeksprookjes. Voor zover de mondelinge overlevering van de kikkerkoning niet door deze beïnvloed is -- en zij is dat in opvallende mate (dit geldt bijvoorbeeld ook voor de weinige Nederlandse lezingen) -- maakt deze duidelijk dat de gebroeders Grimm een atypische lezing geconstrueerd hebben. Het is waarschijnlijk dat in de hypothetische oervorm van dit sprookje de prinses de jongste van drie was en dat de betoverde prins zich pas met succes tot haar wendde, toen haar oudere zusters zich niet met de kikker durfden of wilden inlaten. In de Vlaamse varianten vinden we dit nog terug: er is daarin sprake van twee of drie zusters. In een daarvan moet de jongste de puit (= kikker) opensnijden om hem te kunnen verlossen. Meestal is de prins in een kikker omgetoverd, maar vaak ook, vooral in Oost-Europa, is hij tot slang gemaakt -- een nog sterker symbool voor de mannelijke sexualiteit dan de kikker. De door de gebroeders Grimm duidelijk weggepoetste sexuele elementen van dit sprookje zijn in menige niet door hun versie beïnvloede lezing dan ook veel explicieter.
De tweede helft, het IJzeren Heinrich-gedeelte, al zo rudimentair bij de Grimms, ontbreekt vaak elders, maar hoort toch duidelijk bij de kern van dit verhaaltype. Mogelijk is dat dit gedeelte oorspronkelijk niet de dienaar, maar de prinses als handelingsdrager heeft gehad. Na de onttovering gaat dan de prins, met de belofte de prinses later als zijn bruid te zullen komen halen terug naar zijn rijk, maar hij wordt (door zijn moeder, die een andere partner voor hem op het oog heeft) opnieuw betoverd, vergeet haar en hij kiest (of zijn moeder kiest voor hem) een andere bruid. De prinses gaat op zoek naar haar bruidegom en weet zijn geheugen te herstellen en hem terug te veroveren (vergelijk -> Man zoekt zijn verdwenen vrouw).
Kenmerkend voor zowel de mondelinge als voor de (Grimmsche) schriftelijke overlevering zijn de ingestrooide verzen of rijmen, die niet weinig tot de aantrekkingskracht en de charme van het geheel bijdragen.
De Kikkerkoning is, net als bijvoorbeeld -> Hans en Grietje en -> Roodkapje, een schoolvoorbeeld van een sprookje dat zo bekend is geworden (blijkens een enquête uit 1985 kende 86 % van de Duitsers het toen) dat kernmomenten en figuren eruit geïconiseerd konden worden en ook buiten de context van het verhaal, met vaak heel eigen accenten, een eigen leven zijn gaan leiden. De kikkerkoning en de kus zijn zo in de jongste tijd thema geworden van, uitgangspunt geworden voor literair werk (gedichten bijvoorbeeld waarin de schrijfster/schrijver zich identificeert met de prinses of kikker), parodieën, moppen, cartoons, ansichtkaarten en reclames (in 1996 o.a. voor reclames voor het pepdrankje Red Bull en een schootcomputer van Compaq). Zij beginnen vaak daar waar het sprookje zwijgt of ophoudt, bij de sex of bij het met elkaar verder moeten na het ogenschijnlijk gelukkige einde. Opvallend bij de moppen en cartoons is een groep, die de teleurstelling in de liefde en de geliefde thematiseert. Prinses tot prins: "Als kikker kuste je toch beter." Prins: "Was ik maar weer kikker en vrij!"
Ook voor psychologen was dit uitgesproken vrouwensprookje -- het wordt (vaak door vrouwen) vrijwel altijd verteld vanuit het perspectief van de prinses -- voer. Zowel het handelingsverloop en de dit dragende personages, als ook de kenmerkende requisieten zoals de bal (deze, zoals te verwachten viel, vooral bij de zich op Freud oriënterende psychoanalytici) en de bron werden object van interpretatie en speculatie. Het kikkerkoning-sprookje symboliseert het rijpingsproces van het meisje dat nog kind is en speelt tot de jonge vrouw die, geconfronteerd met haar ontwakende sexuele gevoelens en de aantrekkingskracht die zij uitoefent op het andere geslacht, na aanvankelijk tegenspartelen in de vereniging met een jonge man zichzelf en haar plaats in de wereld van de volwassenen ontdekt.
|
|
literatuur
|
Teksten: KHM, nr. 1; Boekenoogen 1901-1902, p. 117-118; De Meyere 1925-1933, 1, p. 257-260; Poortinga 1981, p. 193-194; Stalpaert 1977, p. 154-155.
Studies: AT 440; Sinninghe 1943a, p. 21; VDK p. 326; De Meyer 1968, p. 56; BP 1, p. 1-9; EM 5, 410-424; Liungman 1961, p. 102-103; Mieder 1981, p. 105-112; Mieder 1985, p. 23-41; Mieder 1987, p. 13-22; Röhrich & Lindig 1987; Scherf 1995, 1, p. 138-141, 356-363; 2, p. 893-894, 922-923, 1052-1054, 1388-1389.
|
|
|
|