Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Zoek in de Collectie

   Geavanceerd Zoeken

Zoekresultaten beperken

Itemtype
Subgenre
Decennium_group
Word count group

220 resultaten voor ""

sprookje uit 1976
  • sprookje
  • boer, Jan van der Veer, wol by ús, tegearre mei syn broer. Hy wenne boppe yn 'e Kompenije oan 'e Dwarswyk. Dat wie in ein
  • er it lân yn. En dêr trof er in boer. Dy boer wie oan 't wurk en dêr song er by. De kening gong nei dy boer ta en sei
  • Er was eens een koning die altijd geld tekort kwam, de schatkist was altijd leeg. Op een keer kwam hij een boer tegen
  • , waarmee hij afsprak om een jaar te ruilen. De boer zou een jaar koning zijn en andersom. Na een jaar kwam de koning weer terug
  • boer
  • Er was eens een koning die altijd geld tekort kwam, de schatkist was altijd leeg. Op een keer kwam hij een boer tegen, waarmee hij afsprak om een jaar te ruilen. De boer zou een jaar koning zijn en…

sprookje uit 1972
  • sprookje
  • Lânhearre en boer It is in boer, dy buorke net te goed. Hy liet de boel fertutearzgje. De stikels yn 'e greide bleauwen
  • '. Hawar, boer en boerinne seinen him ta, it soe oars, se soenen har bêst dwaan, mar de twadde kear dat de rintmaster kaam koe
  • Lânhearre en boer
  • Een boer bewerkt zijn land niet goed. Hij moet bij de landheer komen. Als hij drie onbeantwoordbare vragen goed
  • beantwoordt, mag hij blijven. De boer ziet er tegenop om te gaan, dus gaat de arbeider in zijn plaats. Op een slimme manier weet
  • boer
  • Een boer bewerkt zijn land niet goed. Hij moet bij de landheer komen. Als hij drie onbeantwoordbare vragen goed beantwoordt, mag hij blijven. De boer ziet er tegenop om te gaan, dus gaat de arbeider…

sprookje uit 1971
  • sprookje
  • Sit op dy't mei wol Der wie ris in feint, dy tsjinne by in boer en dêr hie er in goed plak. Mar de boer boude foar
  • twivelders. De boer mocht graach beanen. Hy sei gauris: 'Wy treffe it wer — wy ite hjoed beanen'. Dan wie 't foar de feint al
  • boer, die erg van bonen houdt, is beledigd maar zegt niets. Later, als de knecht getrouwd is en niet meer in dienst van de
  • boer, heeft hij het niet zo breed. Hij komt bij zijn vroegere werkgever bedelen om eten voor zijn familie. De boer heeft
  • boer
  • Een boerenknecht krijgt van zijn baas altijd bonen te eten, terwijl hij ze niet lust. Op een dag steekt hij zijn lepel met de bolle kant naar boven in de pan, en zegt: "Wie mee wil, ga maar zitten!"…

sprookje uit 1973
  • sprookje
  • Yn'e bûse en yn'e mage In naaister kaam ienkear om 'e fjouwer wike by in boer te skroarjen en dan wie se dêr ek op 'e
  • jirpels troch, mei flink spekt`et en in tsjok stik spek der ta. 'Ik kin it my net foarstelle', sei se tsjin'e boer, 'wêr't dy
  • Een naaister eet af en toe bij de boer waar ze voor werkt. Ze vindt dat de knecht altijd zo ontzettend veel eet. De
  • boer zal het uitleggen. Hij geeft de naaister en de knecht allebei een stuk brood om achter hun hemd te stoppen. Tegen de
  • boer
  • Een naaister eet af en toe bij de boer waar ze voor werkt. Ze vindt dat de knecht altijd zo ontzettend veel eet. De boer zal het uitleggen. Hij geeft de naaister en de knecht allebei een stuk brood om…

sprookje uit 1972
  • sprookje
  • De boer krijt alles ta syn lêst In mynhear hie him krekt in pear skuon meitsje litten en mei de nije skuon oan gong er
  • er, 'as de hûd op plakken tin is, der is gjin leartouwer dy't dat ferhelpe kin. Nee, it is de boer syn skuld'. Doe moast
  • De boer krijt alles ta syn lêst
  • . De leerlooier zei ook dat hij er niks aan kon doen. Het was de schuld van de boer. De boer zei ook dat hij er niks aan
  • kon doen het was de schuld van de landheer. De landheer zei dat het godslastering was wat de boer zei, en uiteindelijk
  • boer
  • Een meneer had nieuwe schoenen gekocht, maar de zool liet los zodat hij struikelde. Hij ging ermee naar het gerecht. De schoenmaker moest voorkomen, maar hij zei dat het zijn schuld niet was. Het leer…

sprookje uit 1972
  • sprookje
  • Dit is myn lap Der wie ris in jonge bidler, dy skrepte om 'e dochter fan in boer. Der siet wol slinger oan 'e fint, dat
  • dy faam krige smjucht op him. Sadwaandekaam er dêr wol gauris oan 'e doar. Njonkenlytsen krige de boer erch yn wat der
  • Een bedelaar wilde met de dochter van een boer trouwen. De boer wilde dit niet hebben, maar om te bewijzen wat hij
  • allemaal wel niet had, nam de bedelaar de boer mee naar het open veld. Daar tilde hij zijn arm op en wees naar de hoek van het
  • boer
  • Een bedelaar wilde met de dochter van een boer trouwen. De boer wilde dit niet hebben, maar om te bewijzen wat hij allemaal wel niet had, nam de bedelaar de boer mee naar het open veld. Daar tilde hij…

sprookje uit 1973
  • sprookje
  • Trije frijers oan 't pankoekbakken Der wie ris in boer, dy hie oars gjin bern as ien dochter. It wie in kreas fanke en
  • boer
  • Drie mannen dingen om de hand van een boerendochter, maar ze kan niet kiezen. Daarom wordt er een wedstrijd georganiseerd: Degene die het beste kan pannekoekbakken mag haar hebben. De eerste gooit de…

sprookje uit 1972
  • sprookje
  • Kriich yn 't iten Grutte Oege en Lytse Oege wienen feint by deselde boer. Grutte Oege koe ôfgryslik ite. Lytse Oege
  • mocht syn poarsje ek wol, mar fansels, hy koe folle minder bergje. Op in kear: sei de boer: 'Jim binne beide baas iters, mar
  • boer
  • Twee boerenknechten houden een eetwedstrijd. De één gebruikt een list: in plaats van het eten op te eten, stopt hij het in een zak die hij om zijn nek heeft gehangen. De ander heeft niets in de…

sprookje uit 1971
  • sprookje
  • Ien dei baas Der wie ris in boer, dy gong alle freden nei stêd, en dan kaam de lânhearre by de boerinne, want hy wie
  • grut mei har. Dat lêste dêr wie de boer net mei op 'e hichte, mar syn feint wol en dy hie dêr knap argewaasje fan. Doe rûn
  • Een knecht vraagt aan de boer voor wie hij werkt, of hij voor één dag de baas mag zijn. De boer stemt toe. Als de
  • bewuste dag is aangebroken, zegt de knecht tegen de boer dat hij niet, zoals elke week, naar de stad mag gaan. Hij moet in
  • boer
  • Een knecht vraagt aan de boer voor wie hij werkt, of hij voor één dag de baas mag zijn. De boer stemt toe. Als de bewuste dag is aangebroken, zegt de knecht tegen de boer dat hij niet, zoals elke…

sprookje uit 1930
  • sprookje
  • kost nait meer geven. Doarom ging ze noar 'n boer en vroug, of e nog 'n hulp bruken kon. Joa, zee boer, ik heb doar krekt
  • verlet om, hou eerder dat e komt, hou laiver dat 'k 't heb. Boer dòcht: zoo'n starke kerel komt mie te pas, want hai har zain
  • Jaan is heel sterk en kan ontzettend veel eten. Een boer neemt hem in dienst. Jaan krijgt geen geld voor zijn werk
  • , maar na een jaar mag hij de boer een klap verkopen. Jaan doet veel werk voor de boer, maar hij eet te veel. De boer wil van
  • boer
  • Jaan is heel sterk en kan ontzettend veel eten. Een boer neemt hem in dienst. Jaan krijgt geen geld voor zijn werk, maar na een jaar mag hij de boer een klap verkopen. Jaan doet veel werk voor de…

Trefwoorden: boer, eten, gierig, klap, klok, put, ring, steen, vrouw, water, werk, zoon


sprookje uit 1930
  • sprookje
  • van mie. Nee, zee boer, dei schat, ligt ien mien laand. Zoo hemmen ze der 'n zetje over kibbeld, mor op 'n duur werren ze
  • 't ains met nkanner. Duvel zol twei joar laank ales hemmen wat boven de grond gruide op boer zien laand, en boer zol
  • Een boer vindt een grote schat op zijn land. De boer moet om de schat strijd leveren met een duivel. Ze spreken af dat
  • de duivel twee jaar alles mag hebben wat boven de grond op het land van de boer groeit. De boer poot alleen maar
  • boer
  • Een boer vindt een grote schat op zijn land. De boer moet om de schat strijd leveren met een duivel. Ze spreken af dat de duivel twee jaar alles mag hebben wat boven de grond op het land van de boer…

sprookje uit 1930
  • sprookje
  • besteed bie 'n boer. Boer wint hom zoodoan dat dei 't eerste van heur baaident kwoad wordt, kop en ooren of krigt. Knecht is
  • der 'n dag of drei west, mor krigt gain eten. Boer geft hom niks, mor hai mout wel aarbaiden. Hai krigt slim honger en dou
  • Een boer komt met drie broers overeen dat ze voor hem komen werken. Zowel de boer als de drie broers beloven dat ze
  • . De derde broer lukt het om de boer kwaad te maken en mag de dochter van de boer hebben.
  • boer
  • Ten Boer (Groningen)
  • Ten Boer
  • Ten Boer
  • Een boer komt met drie broers overeen dat ze voor hem komen werken. Zowel de boer als de drie broers beloven dat ze niet kwaad zullen worden. De eerste twee broers worden echter kwaad als ze de hele…

Trefwoorden: boer, boos, broer, dochter, eten, ossen, paarden, werken


sprookje uit 1930
  • sprookje
  • De maaid en de roovers Doer was es 'n boer, dei 'n vrouw, 'n knecht en 'n maaid haar. Boer en vrouw gingen oet. Knecht
  • op. Dou boer en vrouw weer ien hoes komen, let ze heur dei haile boudel bekieken en vertelt, wat zai doan het. Knecht
  • , een boer waarbij de meid al zeer lang in dienst is, geeft een feest om de bruiloft te vieren. Op het feest moet iedereen
  • boer
  • Een dienstmeid past op het huis van haar werkgever en doodt twaalf rovers die in het huis willen binnendringen. Ze verwondt de rovershoofdman. Na zeven jaar krijgt ze verkering met een meneer. Hij wil…

sprookje uit 1930
  • sprookje
  • staait weer 'n heuveling en dei wil hom ook nait deur loaten of hai mout haalfschaid hemmen van 't gain e bedingt. Boer zigt
  • vinden totdat een boer een vis koopt waarin de ring zich bevindt. De boer gaat met de ring naar het paleis, maar twee
  • hovelingen willen hem niet toelaten tot de koning. De eerste hoveling wil dat de boer een derde deel van wat hij bij de koning
  • boer
  • Ten Boer (Groningen)
  • Ten Boer
  • Ten Boer
  • De dochter van de koning van Friesland krijgt bij haar verloving een hele mooie ring. Als ze eens gaat varen verliest ze de ring. De koning belooft dat diegene die de ring vindt een hoge beloning zal…

sprookje uit 1966
  • sprookje
  • Der wienen in boer en in feint. Dy sieten op in joun by elkoar mei in eintsje kears, dat brânde. De boer seach tige
  • binaud. "Hwat skeelt jo?" frege de feint. Doe fortelde de boer him, dat er syn siele forkocht hie oan 'e duvel. Dêr hied er
  • Een boer en een knecht zitten bij elkaar. Er brandt een kaars en de boer is bang. Hij heeft zijn ziel aan de duivel
  • kan naar de ziel van de boer fluiten.
  • boer
  • Een boer en een knecht zitten bij elkaar. Er brandt een kaars en de boer is bang. Hij heeft zijn ziel aan de duivel verkocht en die komt hem halen als de kaars opgebrand is. De knecht pakt daarop de…

sprookje uit 1973
  • sprookje
  • It lean fan 'e wrâld In boer wie ûnderweis. Hy rûn op in bekend paad en wist, dat er aansen by in saad lâns kaam. Dy
  • bear ûnderyn en dy freget: 'Och boer, help my hjir asjeblyft út. Ik ha fan alles al besocht, mar ik kin der út mysels net
  • Een boer ontmoet een beer die in een lege waterput zit. De beer kan er zelf niet uitkomen en smeekt de boer om hulp. De
  • boer, die bang is verslonden te worden, weigert in eerste instantie, maar laat zich even later toch ompraten. Als dank
  • boer
  • Een boer ontmoet een beer die in een lege waterput zit. De beer kan er zelf niet uitkomen en smeekt de boer om hulp. De boer, die bang is verslonden te worden, weigert in eerste instantie, maar laat…

sprookje uit 1973
  • sprookje
  • pakken. Dy skreaude wakker en de oare guozzen joegen ek in bulte spul út. Meiïens kaam de boer der oan. Dit wienen de boer
  • syn guozzen net om se no sa kwyt te reitsjen. De bear tochte, doe't er dy boer fernaam, ik naai der út. De foks smearde
  • kruipen. Hij krijgt een van de ganzen te pakken. Dan komt de boer eraan. De beer en de vos vluchten allebei weg, maar alleen
  • beer zegt hij, dat de boer het ene eind van de gans vast had en hijzelf het andere, en dat ze toen zo hard hebben staan
  • boer
  • De vos neemt de beer mee op ganzenjacht. Als de beer nou een paar planken opzij duwt, kan de vos door het hek heen kruipen. Hij krijgt een van de ganzen te pakken. Dan komt de boer eraan. De beer en…

Trefwoorden: beer, boer, delen, gans, list, vos


sprookje uit 1971
  • sprookje
  • De fokse en de roek Sa wie der in boer, dy rekke in hiele protte hinnen kwyt, en dat die in fokse. De boer skafte in
  • Bij een boer worden veel kippen geroofd door de vos. De boer schaft een paar honden aan maar dat helpt niet. Hij graaft
  • boer
  • Bij een boer worden veel kippen geroofd door de vos. De boer schaft een paar honden aan maar dat helpt niet. Hij graaft uiteindelijk een grote valkuil en wanneer de vos uit het kippenhok komt valt…

sprookje uit 1976
  • sprookje
  • De skelfink Foarhinne hie de boer folle mear folk: yn alle gefallen in fêste arbeider en in feint. En de frou hie in
  • faam. Sa wienen der ris in boer en in boerinne, dy soenen op in kear fuort. De boer hjitte de arbeider en de feint it wurk
  • De boer en boerin wilden een dagje weg en toen moest de meid op de kleine Greta passen. Ze moets er op letten dat ze
  • boer
  • De boer en boerin wilden een dagje weg en toen moest de meid op de kleine Greta passen. Ze moets er op letten dat ze niet zou verdrinken in de goot. Maar toen de knecht bij de meid in de keuken kwam,…

sprookje uit 1978
  • sprookje
  • al oan 'e jûn ta oan 't wrotten west, doe tochten se, der moat mar fersterking komme. Dat alle bargen—de boer hie in stik
  • boer
  • Een boerin maakt het eten klaar voor haar man en zijn personeel, die aan het hooien zijn. Ze is echter vergeten om de boontjes te laten weken, en besluit om dan maar pannekoeken te bakken. De mannen…

sprookje uit 1972
  • sprookje
  • It boatsje Der wie hjir yn Feanwâlden ris in boer, dy hie syn sûkerei levere oan ien yn 'e Falom. Op in jûn stiek er
  • ek huverich — lit ús him mar fierder temjitte gean. Hja joegen har ôf, dat út nei de Falom, en doe makke de boer, dat er
  • Een boer loopt 's nachts naar huis met veel geld op zak. Als hij iemand aan hoort komen, verstopt hij zich onder een
  • zien niet dat de boer eronder zit. De boer hoort hen plannen maken om hem te beroven, en misschien zelfs te vermoorden
  • boer
  • Een boer loopt 's nachts naar huis met veel geld op zak. Als hij iemand aan hoort komen, verstopt hij zich onder een omgekeerd bootje, omdat hij bang is beroofd te zullen worden. Er komen een paar…

sprookje uit 1966
  • sprookje
  • Gekke Hiske Der wie in boer, dy hie trije soannen. De jongste, dat wie gekke Hiske. Dy hie hwat minder forstân as de
  • dief wie gjin spoar to bikennen. Doe sei de boer tsjin 'e âldste soan: "Fannacht hâldstû de wacht yn 'e skuorre. Dû mast de
  • Een boer heeft drie zonen. De jongste heet gekke Hiske. Hij heeft minder verstand en doet nooit iets goed. 's Nachts
  • gestolen. De boer is kwaad. Dan waakt de tweede zoon. Ook hij valt in slaap en weer is er gestolen. Gekke Hiske wil waken. Ze
  • boer
  • Een boer heeft drie zonen. De jongste heet gekke Hiske. Hij heeft minder verstand en doet nooit iets goed. 's Nachts wordt er hooi gestolen. De oudste zoon moet waken in de schuur om de dief te…

sprookje uit 1966
  • sprookje
  • De fokse en de roek Der wie in boer, dy hie in protte lêst fan in fokse, hwant dy friet syn hinnen allegear op. Dêrom
  • Een boer graaft een kuil om de vos te vangen die hem telkens komt bestelen. De vos valt in de kuil en kan er niet meer
  • boer
  • Een boer graaft een kuil om de vos te vangen die hem telkens komt bestelen. De vos valt in de kuil en kan er niet meer uitkomen. In een boom zit een raaf en de vos dreigt de jongen van de raaf op te…

sprookje uit 1966
  • sprookje
  • great boer, dy hie wol tsien kij, mar Knoltsje hie mar ien kou. Hearke seach mei forachting op Knoltsje del. Op in moarn lei
  • Van twee broers die naast elkaar wonen is de één een grote boer met tien koeien. De andere broer heeft maar één koe
  • een boom. De rovers tellen onder de boom gestolen geld. Na een tijdje kan de boer zijn plas niet langer ophouden en plast
  • boer
  • Van twee broers die naast elkaar wonen is de één een grote boer met tien koeien. De andere broer heeft maar één koe. Als die koe dood gaat gaat hij met het koeievel naar de markt in de stad.…

sprookje uit 1966
  • sprookje
  • boer
  • Een boerendochter is erg bijziend. Een man denkt dat dat wel zal meevallen en gaat er heen. De moeder legt op bepaalde plaatsen een dubbeltje op de vloer en de dochter raapt die dan op. De man ziet…

Trefwoorden: bijziend, boer, boter, dochter, ham, kat, tafel