Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Zoek in de Collectie

   Geavanceerd Zoeken

Zoekresultaten beperken

Itemtype
Decennium_group
Word count group

67 resultaten voor ""

sprookje uit 1971
  • Sit op dy't mei wol Der wie ris in feint, dy tsjinne by in boer en dêr hie er in goed plak. Mar de boer boude foar
  • twivelders. De boer mocht graach beanen. Hy sei gauris: 'Wy treffe it wer — wy ite hjoed beanen'. Dan wie 't foar de feint al
  • boer, die erg van bonen houdt, is beledigd maar zegt niets. Later, als de knecht getrouwd is en niet meer in dienst van de
  • boer, heeft hij het niet zo breed. Hij komt bij zijn vroegere werkgever bedelen om eten voor zijn familie. De boer heeft
  • armoede
  • boer
  • Een boerenknecht krijgt van zijn baas altijd bonen te eten, terwijl hij ze niet lust. Op een dag steekt hij zijn lepel met de bolle kant naar boven in de pan, en zegt: "Wie mee wil, ga maar zitten!"…

sage uit 1937
  • onvoorzichtigheid en die spotlust kwamen den boer duur te staan. Zijn zaken gingen achteruit. Welvaart maakte plaats voor armoede, die
  • Dat het zaak was de kabouters niet tot vijand te maken, ondervond een boer te Son, die "goed daarheen boerde" gelijk
  • Een boer die al veel geld heeft verdient, hoort op een avond iemand zuchten op de trap. Als hij gaat kijken ziet hij
  • dat een kaboutertje met veel moeite één graankorrel de trap opsleept naar de zolder toe. De boer bespot het kabouterje en
  • armoede
  • boer
  • Een boer die al veel geld heeft verdient, hoort op een avond iemand zuchten op de trap. Als hij gaat kijken ziet hij dat een kaboutertje met veel moeite één graankorrel de trap opsleept naar de…

mop uit 1966
  • Der wenne in boerefeint by de boer. Op in kear sette de boerinne beantsjes op 'e tafel. Dêr moesten se it miel mei
  • : "Stean op dy't mei wol", mar der bleau net in beantsje op 'e omkearde leppel lizzen. It stie de boer min oan. "Dû kinst der
  • leeg. Jaren later - de knecht is inmiddels getrouwd en werkt niet meer bij de boer - is er bijna geen eten en de knecht
  • vraagt zijn oude baas om voedsel. De boer heeft een zak met bonen in de schuur en stopt de schep er omgekeerd in en zegt 'Zit
  • armoede
  • boer
  • Een boerenknecht zit te mopperen als de boerin boontjes op tafel zet. Hij houdt de lepel omgekeerd in zijn hand en zegt 'Zit op, die mee wil'. Alleen de boontjes die op de lepel zullen blijven zitten,…

mop uit 2000
  • Een arme boer met droge akkers wil de listen van de vogels gaan leren. Omdat zijn vrouw niet wil dat hij erop uit trekt
  • , verzint zij een list. Zij verstopt twee verse vissen op de akker, die later door de boer worden gevonden. Hij brengt de vissen
  • armoede
  • boer
  • Een arme boer met droge akkers wil de listen van de vogels gaan leren. Omdat zijn vrouw niet wil dat hij erop uit trekt, verzint zij een list. Zij verstopt twee verse vissen op de akker, die later…

sprookje uit 1970
  • jawel, daar ging het kannetje aan het rollen en het rolde naar de veemarkt. Daar had juist een boer zijn koe verkocht en hij
  • armoede
  • boer
  • Een arme weduwe heeft net haar laatste geld uitgegeven en bezit nog slechts een oud kannetje dat ze buiten de deur neerzet. Het kannetje begint te rollen en komt bij de slager. Een vrouw pakt het op…

sprookje uit 1970
  • DE RAAP DIE SPEK WAS EN DE KAT DIE EEN HAAS WAS Er was eens een arme jongen die als tweede knechtje bij een boer diende
  • . In de zomer, als er zoveel op het land te doen was, kon de boer hem best gebruiken; in de winter echter was het stil en
  • Een jongen is in dienst van een boer. 's Winters krijgt hij slechts karige maaltijden. De boer beweert dat de koolraap
  • een stuk spek is. De jongen kan er niets tegen inbrengen, omdat hij voor werk en kost van de boer afhankelijk is. In de
  • armoede
  • boer
  • Een jongen is in dienst van een boer. 's Winters krijgt hij slechts karige maaltijden. De boer beweert dat de koolraap een stuk spek is. De jongen kan er niets tegen inbrengen, omdat hij voor werk en…

sprookje uit 1889
  • de ooren van eenen armen schêpersknecht, eenen Duitschman, die de zwarte kunst kende. Hij zegde aan zijnen boer: "Mag ik
  • daar eens naartoe trekken, boer? Ik zal dat wijf wel doen lachen!" De schêper sprong op eene oude merrie, die zijn meester
  • armoede
  • boer
  • Een koning heeft een dochter die nog nooit gelachen heeft. Hij belooft zijn dochter en de helft van zijn rijk aan de jongeling die haar aan het lachen kan krijgen. Een arme knecht, die thuis is in de…

sprookje uit 1889
  • den hooischelf slapen. Toen hij naar zijn logist ging, moest hij de plaats voorbij, waardat de boer zijn waterpot stond
  • , sloeg hij met zijn stoksken, zeggende: "erbarmt u, ontfermt u!" en de pot hing vast aan de boerin haar g[at]! De boer
  • boerderij en zorgt ervoor dat de boerin aan de pot blijft kleven. Vervolgens laat hij de boer, de meid, de knecht, een
  • armoede
  • boer
  • Een rijk heer stuurt zijn knecht de laan uit omdat zijn eigen zoon klaar is met school. De knecht smeekt om te mogen blijven werken, maar de heer zegt hem weer in dienst te nemen en gelijk te stellen…

sprookje uit 1889
  • , maar eerst gereed was... "Zie, mannen," zei de oude boer aan zijne twee oudste zoons, toen de soldaten op zijn dorp het
  • zicht, toen daar op eens een zeer, zeer oud en kamank wijfken voor hen stond, dat waarlijk blonk van magerheid en armoede
  • lacht niet. Een boer met drie zonen raadt zijn twee oudste zoons, die bekendstaan om hun grappen, aan hun geluk te gaan
  • armoede
  • boer
  • Een koning heeft een dochter die nog nooit gelachen heeft. Ze zegt tegen haar vader alleen met die man te willen trouwen die haar voor de eerste keer zal doen lachen. De koning laat dit door heel het…

sprookje uit 1891
  • heel de saeke, daer den boer om haer om haer onnooselheydt stont en sien [d.i. stond te zien], doch van vreese, ofte sy hem
  • Student genomen hadde; den Boer sprong strackx te peerde, ende reed hem naer, om hem sien t'achterhaelen, ende hem alles
  • student kleren en geld mee om aan de man te geven. Als de boer thuiskomt, gaat hij de student achterna om de spullen weer
  • terug te krijgen. De student ziet de boer aankomen en gooit zijn jas en het pak in een droge sloot. Hij zegt tegen de boer
  • armoede
  • boer
  • Een student die al zijn geld verkwist heeft en al zijn kleren verpand, reist, om geld en eten bedelende, naar huis. Een boerin vraagt hem waar hij vandaan komt en verstaat 'paradijs' als hij 'Parijs'…

mop uit 1945
  • winsk oan him ôfstean. De boer ûnthiet it him. Mei de twade skyldwacht, dy't in eintsje fierder stie, wie 't fan itselde
  • lekken in pakje. De boer sei: "Goed, jo sille jou part fan 'e winsk ha." Einlings en to'n lêsten forskynde ús boer foar de
  • boer vindt het kruis. De landeigenaar krijgt er lucht van en vraagt de boer wat hij voor de wens wil hebben. De boer vraagt
  • de boerderij en die van de landeigenaar in eigen bezit. De landeigenaar vindt deze prijs te hoog. Daarop gaat de boer
  • armoede
  • boer
  • De keizer verliest tijdens de jacht een kruis, een duur erfstuk. Hij belooft dat de vinder een wens mag doen. Een arme boer vindt het kruis. De landeigenaar krijgt er lucht van en vraagt de boer wat…

mop uit 1968
  • 't Wie yn 'e minne tiden. It soasialisme kom op. In jonge wie lytsfeint by de boer. Hy wie sa'n fyftsjin jier âld. Hy
  • siet by de boer oan tafel. Sy ieten koalrapen. Doe krige de jonge in grou stik koalraep op 'e foarke. "Dat trefste," sei de
  • In een moeilijke tijd ruzieën een boer en zijn knecht over het eten. De boer beweert dat een stuk koolraap van de
  • knecht een stuk spek is. De knecht beaamt uiteindelijk dat het spek is, omdat de boer dreigt hem niet uit te betalen als hij
  • armoede
  • boer
  • In een moeilijke tijd ruzieën een boer en zijn knecht over het eten. De boer beweert dat een stuk koolraap van de knecht een stuk spek is. De knecht beaamt uiteindelijk dat het spek is, omdat de boer…

mop uit 1970
  • 122. Een boer die had een knech, en dèn was daor al lang gewes. Hi'j was ter al jong gekomme. De zat niks ien
  • . Toe zeit den boer tege dat knechje: "'t Is toch kolder a 'k dach; ik heb mien handschoene vegète. Wi gi'j die efkes hale
  • Een boer zegt zijn knecht zijn handschoenen te halen; deze zegt tegen de boerin en de meid van de boer hen allebei een
  • kus te geven. De boerin gelooft het niet en de knecht roept naar de boer: "Een of allebei?" "Allebei, sufferd!" 's Avonds
  • armoede
  • boer
  • Een boer zegt zijn knecht zijn handschoenen te halen; deze zegt tegen de boerin en de meid van de boer hen allebei een kus te geven. De boerin gelooft het niet en de knecht roept naar de boer: "Een of…

sage uit 1967
  • de boer út 'e bult helle. Hearke wie doe stille plysje. Hy stie achter in dyk en seach it. Doe't dy man it earste sekfol
  • sekfol ek mar op. Bring se mar thús, dan mast mar sjen hwat der fan komt. Ik sil wol mei de boer prate." Hearke gong nei de
  • Toen Sterke Hearke bij de stille politie was, zag hij eens een man een zak aardappels stelen bij een boer. Maar omdat
  • hij wist dat de man heel arm was, is hij met de boer gaan praten. De man mocht toen de aardappels houden.
  • armoede
  • boer
  • Toen Sterke Hearke bij de stille politie was, zag hij eens een man een zak aardappels stelen bij een boer. Maar omdat hij wist dat de man heel arm was, is hij met de boer gaan praten. De man mocht…

mop uit 1967
  • Sit op, dy't mei wol! Der wenne in feint by de boer. Dy hie 't dêr wakkere bêst, mar hy wie oan 'e tiere kant. Hy mocht
  • in deainkelde kear dat der in beantsje by him troch 't kielsgat gong op dy manier. De boer seach it, mar hy sei neat. It
  • kreeg de knecht nooit veel eten binnen, maar de boer zei niets. Toen de knecht jaren later veel kinderen had, en weinig
  • eten, vroeg hij de boer om wat bonen. In de schuur nam de boer een schep, maar hij hield de bolle kant boven. Zo schepte
  • armoede
  • boer
  • Een boerenknecht wilde beslist niet met de anderen uit dezelfde pan eten, maar durfde dit niet te zeggen. Daarom deed hij zijn lepel ondersteboven in de pan, en zei bij het eruithalen tegen de…

mop uit 1968
  • Der tsjinne in feint by de boer. 't Wie yn 'e winter en de minsken hienen 't krap. Der wie hast gjin wurk to krijen. De
  • ?" frege de boer. "Ja," sei de feint, "ik socht om in stikje spek." "Dat sit der yn", sei de boer. "It sit der net yn", sei de
  • In krappe tijden dwingt een boer zijn knecht toe te geven dat er ook stukjes spek in de wortel- en uienmaaltijd zitten
  • armoede
  • boer
  • In krappe tijden dwingt een boer zijn knecht toe te geven dat er ook stukjes spek in de wortel- en uienmaaltijd zitten. Tijdens de hooioogst, als hij niet gemist kan worden, draait de knecht de rollen…

sprookje uit 2000
  • Een boer die heel arm was, heel eerlijk maar arm, die ploegt elke dag zo... Er kwam plotseling een vogel uit de hemel
  • te staan, die boer. En hij werd een soort uh... of de maan of een planeet... En daar was veel goud beneden, hè? Stenen
  • Een arme boer mag van een vogel een wens doen. Hij wenst zich naar een planeet waar goud te vinden is. De boer mag
  • binnen de gestelde tijd goud meenemen. De boer neemt drie bescheiden klompjes goud mee en wordt op aarde rijk. Een
  • armoede
  • boer
  • Een arme boer mag van een vogel een wens doen. Hij wenst zich naar een planeet waar goud te vinden is. De boer mag binnen de gestelde tijd goud meenemen. De boer neemt drie bescheiden klompjes goud…

sage uit 1967
  • Der wie in boer, dy biwenne in hiele âlde rottrige pleats, in rottekleaster. De pleats wie o sa min. Mar hy koe noait
  • earste hoanne kraeit. Dêr foar mat er dus klear wêze." De boer gong dêr akkoard mei. De hiele nacht gong it drok op in
  • Een arme boer bewoont een bouwvallig schuurtje. Het is financieel voor hem niet mogelijk een beter optrekje voor
  • vrij van de duivel. De boer stemt toch toe en samen gaan ze hard aan de slag. Tegen de ochtend staat het hele huisje er, op
  • armoede
  • boer
  • Een arme boer bewoont een bouwvallig schuurtje. Het is financieel voor hem niet mogelijk een beter optrekje voor zichzelf te bouwen. Op een dag stelt een man - de duivel - voor hem te helpen met de…

legende uit 1950
  • In boer wie troud mei in frou, dy wie o sa goed. Hja koe gjin earmoed sjen en joech winterdeis altyd in soad jirpels
  • wei. De boer wie in nepert en koe soks net daeije. Hy sei: "Astû safolle jirpels weijowste, bou ik takomme jier de helte
  • armoede
  • boer
  • Een aardappelboer kan het niet hebben dat zijn liefdadige vrouw zoveel van de oogst weggeeft aan arme mensen en verbouwt expres de helft minder aardappels. Het daaropvolgend jaar is de oogst echter…

sage uit 1967
  • armoede
  • boer
  • In Eestrum waren de mensen nogal arm. De dominee van Oostermeer zei dat als hij alle boeren van het dorp op hun kop zou houden, er nog geen rijksdaalder uit hun zak zou vallen. Als er een rijksdaalder…

mop uit 1966
  • Dûmny kaem by in boer, dy't tsien bern hie. Syn earwearde sei: "Een groot gezin is een groot gewin, een zegen des Heren
  • ." De boer sei fuort dêrop: "Maar ze vreten mij de nop van de kleren."
  • De dominee zei tegen een boer met tien kinderen: "Een groot gezin is een groot gewin, een zegen des Heren." De boer zei
  • armoede
  • boer
  • De dominee zei tegen een boer met tien kinderen: "Een groot gezin is een groot gewin, een zegen des Heren." De boer zei prompt daarop: "Maar ze vreten me de noppen van de kleren."

mop uit 1968
  • Daar was in meid, die in dienst was bij de boer en die geen bonen lustte. Het was een heel plezierige meid, maar
  • boon met vanself, want de lepel die hield ze op de kop. Maar jaren later, toen zat ze in de armoede. Der was niks meer te
  • , die mee wil." Jaren later was ze arm en kwam ze bij de boer om wat eten vragen. Hij liet haar in de schuur een grote zak
  • armoede
  • boer
  • Een boerenmeid lustte geen bonen. Elke keer als ze bonen aten, hield ze haar lepel ondersteboven en zei ze: "Zit op, die mee wil." Jaren later was ze arm en kwam ze bij de boer om wat eten vragen. Hij…

mop uit 1974
  • Der wienen in doomny en in boer. Doomny kaem faek by de boer en de boer kaem faek by de doomny. It wie in doomny mei in
  • greate snor. De doomny hie 't better foarinoar as de boer. De doomny hie in closet, en de boer net. Men hoefde by de doomny
  • Een rijke dominee met een enorme snor en een arme boer bezoeken elkaar vaak. De dominee is in het bezit van een hele
  • er een borstel tevoorschijn die zijn billen schoonpoetst. De boer wil niet onderdoen voor de dominee en laat zijn knecht
  • armoede
  • boer
  • Een rijke dominee met een enorme snor en een arme boer bezoeken elkaar vaak. De dominee is in het bezit van een hele luxe wc: als de dominee op een knopje drukt, wordt alles netjes weggespoeld; als de…

sage uit 1968
  • Der wie in boer, dy hie in jonkje. Dat jonkje rekke siik. Sy wennen midden yn 'e heide. Doe gong dy boer nei de
  • neat mear to iten. Doe gong er nei dy boer ta om ierpels. Mar hy koe gjin krije. De boer krige nòch in jonkje, en dat
  • Een ziek kindje - zoontje van een boer - wordt genezen door een duivelbanner. Als de boer in tijden van schaarste
  • weigert de duivelbanner aardappels te geven, laat de duivelbanner het vervolgens na een tweede ziek kind van de boer te
  • armoede
  • boer
  • Een ziek kindje - zoontje van een boer - wordt genezen door een duivelbanner. Als de boer in tijden van schaarste weigert de duivelbanner aardappels te geven, laat de duivelbanner het vervolgens na…

mop uit 1969
  • Op de Groninger Klei woonde een boer. Die boer die had een knecht. Die knecht, die was wat kieskeurig in het eten. Op
  • zonder werk en had geen eten in huis. Toen ging hij met een zakje naar diezelfde boer, waar hij vroeger knecht geweest was en
  • , en de knecht kwam bij de boer om bonen vragen. De boer nam de schep en stak die omgekeerd in de bonen, en hij zei: "Zit
  • op, die mee wil." De knecht begreep dadelijk wat de boer bedoelde en begon te schreien. Daarna gaf de boer hem de
  • armoede
  • boer
  • Een boerenknecht had eens geen trek in de bruine bonen. Hij at met zijn lepel ondersteboven, zodat hij niets binnenkreeg. Bij elke 'hap' zei hij: "Zit op, die mee wil." Jaren later had de knecht een…