Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Zoek in de Collectie

   Geavanceerd Zoeken

Zoekresultaten beperken

Itemtype
Subgenre
Decennium_group
Word count group

70 resultaten voor ""

sprookje uit 1971
  • Sit op dy't mei wol Der wie ris in feint, dy tsjinne by in boer en dêr hie er in goed plak. Mar de boer boude foar
  • twivelders. De boer mocht graach beanen. Hy sei gauris: 'Wy treffe it wer — wy ite hjoed beanen'. Dan wie 't foar de feint al
  • boer, die erg van bonen houdt, is beledigd maar zegt niets. Later, als de knecht getrouwd is en niet meer in dienst van de
  • boer, heeft hij het niet zo breed. Hij komt bij zijn vroegere werkgever bedelen om eten voor zijn familie. De boer heeft
  • boer
  • eten
  • Een boerenknecht krijgt van zijn baas altijd bonen te eten, terwijl hij ze niet lust. Op een dag steekt hij zijn lepel met de bolle kant naar boven in de pan, en zegt: "Wie mee wil, ga maar zitten!"…

sprookje uit 1973
  • Yn'e bûse en yn'e mage In naaister kaam ienkear om 'e fjouwer wike by in boer te skroarjen en dan wie se dêr ek op 'e
  • jirpels troch, mei flink spekt`et en in tsjok stik spek der ta. 'Ik kin it my net foarstelle', sei se tsjin'e boer, 'wêr't dy
  • Een naaister eet af en toe bij de boer waar ze voor werkt. Ze vindt dat de knecht altijd zo ontzettend veel eet. De
  • boer zal het uitleggen. Hij geeft de naaister en de knecht allebei een stuk brood om achter hun hemd te stoppen. Tegen de
  • boer
  • eten
  • Een naaister eet af en toe bij de boer waar ze voor werkt. Ze vindt dat de knecht altijd zo ontzettend veel eet. De boer zal het uitleggen. Hij geeft de naaister en de knecht allebei een stuk brood om…

sprookje uit 1972
  • Kriich yn 't iten Grutte Oege en Lytse Oege wienen feint by deselde boer. Grutte Oege koe ôfgryslik ite. Lytse Oege
  • mocht syn poarsje ek wol, mar fansels, hy koe folle minder bergje. Op in kear: sei de boer: 'Jim binne beide baas iters, mar
  • Twee boerenknechten houden een eetwedstrijd. De één gebruikt een list: in plaats van het eten op te eten, stopt hij het
  • boer
  • eten
  • Twee boerenknechten houden een eetwedstrijd. De één gebruikt een list: in plaats van het eten op te eten, stopt hij het in een zak die hij om zijn nek heeft gehangen. De ander heeft niets in de…

mop uit 1978
  • De poep oan 't molksieden In poep kaam by in boer te meanen en de boerinne hie it fel ôfgryslike nau om 'e noas, se
  • Een Duitse arbeider komt maaien bij een boer. De boerin geeft hem wat melk, om zelf op te warmen, want zij heeft er
  • geen tijd voor. De maaier begint te bidden, of de Heer hem niet wat meer te eten gunt. Op dat moment kookt de melk over. De
  • boer
  • eten
  • Een Duitse arbeider komt maaien bij een boer. De boerin geeft hem wat melk, om zelf op te warmen, want zij heeft er geen tijd voor. De maaier begint te bidden, of de Heer hem niet wat meer te eten…

mop uit 1973
  • Dat docht dy bliuwen Der wienen ris in boer en boerinne, dy gongen folle te besytsjen en dan bleauwen de feint en de
  • faam tegearre op 'e pleats. De boer hie him al ris ôffrege, wat soenen dy twa altyd út 'e wei sette as wy fan hûs binne
  • Een boer verstopt zich op zolder om zijn knecht en dienstmeisje te controleren. Omdat ze denken dat de baas niet thuis
  • is, maken de twee een lekkere uitgebreide maaltijd klaar. Na het eten stelt het meisje voor om nu maar eens aan het werk
  • boer
  • eten
  • Een boer verstopt zich op zolder om zijn knecht en dienstmeisje te controleren. Omdat ze denken dat de baas niet thuis is, maken de twee een lekkere uitgebreide maaltijd klaar. Na het eten stelt het…

mop uit 1973
  • knecht en dy moesten dêr bij de boer werke. Onderweg naar dy boer seit dy skilder teugen syn knecht: 'Jan, nou ete we fandaag
  • , oh jee, dêr begint-y al! Se gane an tafel sitten, de baas en de knecht naast elkaar, de boer en de frou an 'e aandere
  • stapt de knecht de verkeerde kamer in. Het eten legt hij in het bed van de boer en de boerin. In de goede kamer aangekomen
  • gulzige eten van zijn knecht onder de ogen van zijn opdrachtgever. Hij spreekt met zijn knecht af dat hij een teken geeft als
  • boer
  • eten
  • Een schilder en zijn knecht krijgen de opdracht om een boerderij te verven. De schilder schaamt zich echter voor het gulzige eten van zijn knecht onder de ogen van zijn opdrachtgever. Hij spreekt met…

mop uit 1966
  • Der wenne in boerefeint by de boer. Op in kear sette de boerinne beantsjes op 'e tafel. Dêr moesten se it miel mei
  • : "Stean op dy't mei wol", mar der bleau net in beantsje op 'e omkearde leppel lizzen. It stie de boer min oan. "Dû kinst der
  • leeg. Jaren later - de knecht is inmiddels getrouwd en werkt niet meer bij de boer - is er bijna geen eten en de knecht
  • op, die mee wil'. De knecht herinnert zich zijn eigen ontevredenheid. De boer draait de schep echter weer om en schept
  • boer
  • eten
  • Een boerenknecht zit te mopperen als de boerin boontjes op tafel zet. Hij houdt de lepel omgekeerd in zijn hand en zegt 'Zit op, die mee wil'. Alleen de boontjes die op de lepel zullen blijven zitten,…

sage uit 1966
  • De nije lytsfeint. Der wie in jonge, dy kaem by de boer as lytsfeint. Oan 'e tafel iet er safolle, dat de greatfeint
  • it tsjuster wie, kaem er mei de sleef by 't forkearde bêd. Dêr leinen de boer en de boerinne togearre. De boerinne lei
  • De nieuwe jongste knecht
  • Een boerenknecht zei tegen de nieuwe jongste knecht dat hij niet zoveel moest eten. Hij zou hem voortaaan wel een schop
  • onder de tafel geven, als teken om zijn lepel neer te leggen. Al heel snel voelde de jongste knecht een schop en 's avonds
  • boer
  • eten
  • Een boerenknecht zei tegen de nieuwe jongste knecht dat hij niet zoveel moest eten. Hij zou hem voortaaan wel een schop onder de tafel geven, als teken om zijn lepel neer te leggen. Al heel snel…

mop uit 1994
  • Een boer en een knecht werken op het land. Als ze 's avonds thuiskomen, staat er een pan boerenkool op tafel. De boer
  • en zijn knecht beginnen flink te eten. Als ze de volgende avond van het land komen, staat er weer boerenkool op tafel. En
  • Een boer en zijn knecht krijgen elke dag boerenkool te eten. Op een dag gooit de boer de pan het raam uit. De knecht
  • gooit er een stoel achteraan: hij denkt dat ze buiten gaan eten.
  • boer
  • eten
  • Een boer en zijn knecht krijgen elke dag boerenkool te eten. Op een dag gooit de boer de pan het raam uit. De knecht gooit er een stoel achteraan: hij denkt dat ze buiten gaan eten.

sprookje uit 1800
  • ; moar Keuteldoemke raip nog rais weer: "Houn'nt mouje hem'n, gruine of witte?" Deur 't geroup worde boer wakker en mouk
  • gruinte, dat doar lag en veur koi'n bestemd was. Dou boer ien melk'nkoamer kwam, vernam hai dus gain onroad en trok weer of en
  • ventje te zingen. Uiteindelijk wordt besloten de zingende koe te slachten. Als de boer een stuk van de koe op wil eten hoort
  • boer
  • eten
  • Een echtpaar wil heel graag een kind. Zelfs al zou het kind maar zo groot zijn als een duim, ze zouden er blij mee zijn. Hun wens wordt letterlijk verhoord. Het kleine mannetje valt op een dag van de…

mop uit 1901
  • Van den jongen, die den heer te slim af was In de Purmer moet je een boer 'ehad hewwe en die had een zeug, die pas
  • bekijken. Dus zollie uit de wagen. Maar nou had die boer een jongen, die mit die biggen liep en as zollie nou bij ientje wouwe
  • Een boer wil een jongen een lesje leren. De boer nodigt hem uit voor het eten. Als de jongen ook wijn bij het eten wil
  • , moet hij dat gaan halen in de kelder. Daar zou hij door de knecht van de boer afgeranseld worden. Op weg naar de kelder
  • boer
  • eten
  • Een boer wil een jongen een lesje leren. De boer nodigt hem uit voor het eten. Als de jongen ook wijn bij het eten wil, moet hij dat gaan halen in de kelder. Daar zou hij door de knecht van de boer…

sprookje uit 1889
  • onder bezweek, en dood neerviel. De knecht krabde zich achter de ooren, en dacht na, hoe hij zich bij zijnen baas zou
  • hoeve, waar hij vroeg, om te overnachten. Dit werd hem toegestaan, en men wees hem eene plaats op den zolder. De boer was
  • er vandoor. De knecht zegt tegen de boer dat zijn beest de waarheid kan vertellen. Hij laat de raaf krassen en zegt dat
  • lekkere dingen bakt en de pastoor ontvangt. Als ze de boer horen aankomen stopt de vrouw alles in de kast en de pastoor gaat
  • boer
  • eten
  • Een molenaarsknecht gaat bloem uitvoeren maar de oude ezel bezwijkt onderweg. Hij krijgt het idee de raaf te vangen die op het ezellijk zit en er geld mee te verdienen in het gebied waar geen raven…

mop uit 1968
  • . Sy sieten by de boer oan tafel. Se ieten griene earten. Dêr hie de frou stikjes spek en ierdappels yn dien. De lytsfeint
  • fiske der in stik ierdappel út. Doe sei de boer tsjin him: "Dat trefste. Dû hast dêr in moai stikje spek." "Né," sei de
  • In een moeilijke tijd - het werk is schaars en de winter koud - ruzieën een boer en zijn knecht over het eten. De boer
  • beweert dat een stuk aardappel van de knecht een stuk spek is. De knecht beaamt uiteindelijk dat het spek is, omdat de boer
  • boer
  • eten
  • In een moeilijke tijd - het werk is schaars en de winter koud - ruzieën een boer en zijn knecht over het eten. De boer beweert dat een stuk aardappel van de knecht een stuk spek is. De knecht beaamt…

mop uit 1968
  • 't Wie yn 'e minne tiden. It soasialisme kom op. In jonge wie lytsfeint by de boer. Hy wie sa'n fyftsjin jier âld. Hy
  • siet by de boer oan tafel. Sy ieten koalrapen. Doe krige de jonge in grou stik koalraep op 'e foarke. "Dat trefste," sei de
  • In een moeilijke tijd ruzieën een boer en zijn knecht over het eten. De boer beweert dat een stuk koolraap van de
  • knecht een stuk spek is. De knecht beaamt uiteindelijk dat het spek is, omdat de boer dreigt hem niet uit te betalen als hij
  • boer
  • eten
  • In een moeilijke tijd ruzieën een boer en zijn knecht over het eten. De boer beweert dat een stuk koolraap van de knecht een stuk spek is. De knecht beaamt uiteindelijk dat het spek is, omdat de boer…

sage uit 1968
  • De boer en syn frou dy soenen togearre to praten. Se hienen in papegaei. De frou sei tsjin 'e papegaei: "Tink der goed
  • om, hwat der yn 'e hûs gebeurt." De feint en de faem moesten hûswarje. Doe't de boer en de frou fuort wienen, sei de faem
  • Een knecht en een meid hadden eens trek in pannenkoeken, op een avond dat de boer en zijn vrouw uit waren. Ze waren
  • bang dat de papegaai hen zou verraden en de meid zette de koperen wasketel over de kooi. Toen de boer en zijn vrouw
  • boer
  • eten
  • Een knecht en een meid hadden eens trek in pannenkoeken, op een avond dat de boer en zijn vrouw uit waren. Ze waren bang dat de papegaai hen zou verraden en de meid zette de koperen wasketel over de…

mop uit 1967
  • Der wie in boer, dy hie in nij feintsje krigen. Hy siet oan tafel. "Sjoch," sei de boer tsjin him, "dêr hast in
  • de boer. "As ik siz it is spek dan is it spek. En nou dû." "It is spek", sei de jonge. Mar hy tocht: "Ik krij dy wol wer
  • Een boer schoof zijn nieuwe knecht een boterham met kaas toe en zei dat het een spekboterham was. De knecht zei dat het
  • geen spek was, maar kaas. De boer zei daarop dat hij de baas was, en dat als hij zei dat het spek was, de knecht dat ook
  • boer
  • eten
  • Een boer schoof zijn nieuwe knecht een boterham met kaas toe en zei dat het een spekboterham was. De knecht zei dat het geen spek was, maar kaas. De boer zei daarop dat hij de baas was, en dat als hij…

mop uit 1967
  • Der wie in boer, dy hie in feintsje. Sy sieten oan 't miel. Sy ieten meiinoar út ien pot. It wienen douwebeannen. It
  • feintsje siet der by mei de hannen oer inoarren. Hy sei: "Dy sil ik net ha." Hwant hy mocht gjin douwebeannen. Doe sei de boer
  • Een boerenknecht wilde eens niet van de boontjes eten en zei: "Zit op, die mee wil." Daarbij hield hij zijn lepel
  • vroeg de boer om wat aardappels. De boer nam hem mee naar de schuur waar heel veel aardappels lagen. Hij hield de schep
  • boer
  • eten
  • Een boerenknecht wilde eens niet van de boontjes eten en zei: "Zit op, die mee wil." Daarbij hield hij zijn lepel ondersteboven, zodat hij niets binnenkreeg. Jaren later was hij getrouwd en had hij…

mop uit 1967
  • Sit op, dy't mei wol! Der wenne in feint by de boer. Dy hie 't dêr wakkere bêst, mar hy wie oan 'e tiere kant. Hy mocht
  • in deainkelde kear dat der in beantsje by him troch 't kielsgat gong op dy manier. De boer seach it, mar hy sei neat. It
  • kreeg de knecht nooit veel eten binnen, maar de boer zei niets. Toen de knecht jaren later veel kinderen had, en weinig
  • eten, vroeg hij de boer om wat bonen. In de schuur nam de boer een schep, maar hij hield de bolle kant boven. Zo schepte
  • boer
  • eten
  • Een boerenknecht wilde beslist niet met de anderen uit dezelfde pan eten, maar durfde dit niet te zeggen. Daarom deed hij zijn lepel ondersteboven in de pan, en zei bij het eruithalen tegen de…

mop uit 1967
  • Der wienen in boer en in frou, dy soenen nei stêd ta. De feint en de faem wienen togearre thús. De feint sei: "Nou
  • spoedig aan het werk." Mar hwat se net wisten, de boer wie ûngemurken stiltsjes thús bleaun en siet yn 'e kleankast en hearde
  • Een boer bespiedde eens zijn knecht en meid, toen deze dachten dat hij naar de stad was. De knecht en de meid lieten
  • zich een heerlijke maaltijd voorschotelen. Na het eten vond de knecht dat ze maar weer gauw aan het werk moesten gaan. De
  • boer
  • eten
  • Een boer bespiedde eens zijn knecht en meid, toen deze dachten dat hij naar de stad was. De knecht en de meid lieten zich een heerlijke maaltijd voorschotelen. Na het eten vond de knecht dat ze maar…

mop uit 1966
  • Der wie in boer, dy hie in feint, dat wie noch mar in foech jonge. 't Wie winter. Se sieten by de tafel to iten. Se
  • krigen koalrapen. De jonge hie in boardfol foar him stean. "Der sit gjin spek yn", sei de jonge. "Wis al," sei de boer, "dàt
  • Knecht klaagt dat er geen spek in het maal koolraap zit, de boer betwist dat. De jongen houdt vol, maar als de boer
  • balk loopt. Als de boer blijft volhouden dat het een kat is, zegt de knecht dat als de boer niet zegt dat het een haas is
  • boer
  • eten
  • Knecht klaagt dat er geen spek in het maal koolraap zit, de boer betwist dat. De jongen houdt vol, maar als de boer zegt dat hij kan vertrekken, geeft hij toe dat het spek is. In de drukke hooitijd…

mop uit 1951
  • Der kom us in poep by in boer yn 'e haeijing. Sy sieten by de boer krekt oan 'e moarnsbrogge. De boer wie gleonhastich
  • ta. Hy sei: "Boer, ik wyt noch better rie. As wy nou ek fuort mar it jounsmiel bihimmelen, dan wienen wy der yn ien kear
  • verzetten. De boer vindt dit een prima plan en aldus geschiedt het. Na het eten gaat de knecht niet aan de slag. Hij stelt de
  • Een Duitse maaier, ook wel 'Poep' geheten, komt in dienst bij een zeer gehaaste boer. De boer raadt zijn knecht aan
  • boer
  • eten
  • Een Duitse maaier, ook wel 'Poep' geheten, komt in dienst bij een zeer gehaaste boer. De boer raadt zijn knecht aan direct na het ontbijt ook gelijk te lunchen, teneinde aan een stuk door op het land…

mop uit 1967
  • Der wienen twa boaden, in feint en in faem, dy tsjinnen by deselde boer. Op in kear wie der bisite by de boer. De
  • gasten sieten foar by de boer en boerinne to iten. Der woarden allegearre hearlikheden op tafel set. Mar achter sieten de
  • Knecht en meid krijgen zure en koude bonen als maaltijd, terwijl de boer en zijn gasten in het voorhuis lekkernijen
  • eten. De knecht gaat er met zijn bord heen en zegt dat zijn maag geen koud en zuur verdraagt, maar dat zoet en vet hem niet
  • boer
  • eten
  • Knecht en meid krijgen zure en koude bonen als maaltijd, terwijl de boer en zijn gasten in het voorhuis lekkernijen eten. De knecht gaat er met zijn bord heen en zegt dat zijn maag geen koud en zuur…

mop uit 1968
  • Der wie in jonge, dy tsjinne by de boer. 't Wie yn 'e winter en de boer hie net folle wurk foar him en de jonge wie
  • bliid dat de boer him hâldde, hwant om oar wurk to finen by 't winter foel net ta. Hja sieten to iten en krigen koalrapen yn
  • In een strenge winter was er eens niet zo veel werk bij de boer. De knecht was blij dat de boer hem toch wilde houden
  • , zo had hij toch te eten. Op een avond kreeg hij een stuk koolraap op zijn bord. De boer zei dat hij een groot stuk spek
  • boer
  • eten
  • In een strenge winter was er eens niet zo veel werk bij de boer. De knecht was blij dat de boer hem toch wilde houden, zo had hij toch te eten. Op een avond kreeg hij een stuk koolraap op zijn bord.…

mop uit 1971
  • En toen de hemel van koper was In feint en in faam wennen by in boer en dy boer hie in pappegaai. Op in kear soenen de
  • boer en de frou in dei fan hûs. De frou wiisde de faam oan, wat hja en de feint dy deis ite koenen—gewoane, dagelikse kost
  • Een boer en boerin hebben een papegaai. Als ze een keer van huis gaan, nemen de knecht en dienstbode het er lekker van
  • dat hij ze niet zal verraden. Na thuiskomst van de boer en boerin gaan ze eten en dan zegt de papegaai: 'en toen de hemel
  • boer
  • eten
  • Een boer en boerin hebben een papegaai. Als ze een keer van huis gaan, nemen de knecht en dienstbode het er lekker van en gaan in plaats van het werk doen pannekoeken bakken. Voordat ze beginnen…

mop uit 1659
  • Seeckere aensprake van een Dienst-knecht gedaen aen sijn voorige Heerschap. Een seecker Boeren Knecht, Quirte ghenaemt
  • , dienende op Ruynder-wolt, by een rijcke gierige Boer, alwaer niet wel gheschaft [p. 249] en worde, ende leet aldaer grooten
  • Seeckere aensprake van een Dienst-knecht gedaen aen sijn voorige Heerschap.
  • Een knecht werkte een tijd bij een gierige boer en kreeg slecht te eten. Wanneer hij nieuw werk gevonden heeft en daar
  • goed te eten krijgt, besluit hij wraak te nemen op zijn oude baas. Hij laat hem voor het gerecht komen, niet om hem te
  • boer
  • eten
  • Een knecht werkte een tijd bij een gierige boer en kreeg slecht te eten. Wanneer hij nieuw werk gevonden heeft en daar goed te eten krijgt, besluit hij wraak te nemen op zijn oude baas. Hij laat hem…