Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Zoek in de Collectie

   Geavanceerd Zoeken

Zoekresultaten beperken

Itemtype
Type bron
Decennium_group
Provincie(NL)/Gewest(BE)
Plaats van Handelen
Word count group

33 resultaten voor ""

sprookje uit 1971
  • Sit op dy't mei wol Der wie ris in feint, dy tsjinne by in boer en dêr hie er in goed plak. Mar de boer boude foar
  • twivelders. De boer mocht graach beanen. Hy sei gauris: 'Wy treffe it wer — wy ite hjoed beanen'. Dan wie 't foar de feint al
  • Een boerenknecht krijgt van zijn baas altijd bonen te eten, terwijl hij ze niet lust. Op een dag steekt hij zijn lepel
  • met de bolle kant naar boven in de pan, en zegt: "Wie mee wil, ga maar zitten!" Alle bonen glijden van de lepel af. De
  • boer
  • lepel
  • Een boerenknecht krijgt van zijn baas altijd bonen te eten, terwijl hij ze niet lust. Op een dag steekt hij zijn lepel met de bolle kant naar boven in de pan, en zegt: "Wie mee wil, ga maar zitten!"…

mop uit 1977
  • deselde boer. Se krigen dan sop, dêr siet fan alles yn, boltsjes en rys, folle net genôch. As men de leppel der yn sette, dan
  • bleau er rjocht oerein stean. Dy dominy noege de boer út om ek ris in snein by him yn 'e pastorij te iten en dat naam de
  • , goed gevulde soep, waarin zelfs de lepel rechtop blijft staan. De dominee nodigde de boer eens op een zondag uit om bij hem
  • Een dominee preekt wel eens op zondag in andere plaats dan de eigen kerk. Hij eet dan bij dezelfde boer een stevige
  • boer
  • lepel
  • Een dominee preekt wel eens op zondag in andere plaats dan de eigen kerk. Hij eet dan bij dezelfde boer een stevige, goed gevulde soep, waarin zelfs de lepel rechtop blijft staan. De dominee nodigde…

mop uit 1966
  • fierder en op it lêst wienen se wol trije ûren fan hûs. Dêr wenne in boer, dêr hie Jan kunde oan. Jan sei tsjin Griet: "Dêr
  • matte wy fannacht mar bliuwe. De berntsjes matte har sa lang mar rêdde." It jounmiel stie ré en de boer en de boerinne
  • naar eten, en bij een boer mochten ze meeëten. Jan zei tegen Grietje dat ze niet weer zoveel moest eten als de vorige keer
  • boer
  • lepel
  • De arme Jan en Grietje en hun zes kinderen zaten op een avond met lege magen bij het vuur. De ouders gingen op zoek naar eten, en bij een boer mochten ze meeëten. Jan zei tegen Grietje dat ze niet…

mop uit 1966
  • Der wenne in boerefeint by de boer. Op in kear sette de boerinne beantsjes op 'e tafel. Dêr moesten se it miel mei
  • : "Stean op dy't mei wol", mar der bleau net in beantsje op 'e omkearde leppel lizzen. It stie de boer min oan. "Dû kinst der
  • Een boerenknecht zit te mopperen als de boerin boontjes op tafel zet. Hij houdt de lepel omgekeerd in zijn hand en zegt
  • 'Zit op, die mee wil'. Alleen de boontjes die op de lepel zullen blijven zitten, zal hij dus opeten maar de lepel blijft
  • boer
  • lepel
  • Een boerenknecht zit te mopperen als de boerin boontjes op tafel zet. Hij houdt de lepel omgekeerd in zijn hand en zegt 'Zit op, die mee wil'. Alleen de boontjes die op de lepel zullen blijven zitten,…

sage uit 1966
  • De nije lytsfeint. Der wie in jonge, dy kaem by de boer as lytsfeint. Oan 'e tafel iet er safolle, dat de greatfeint
  • it tsjuster wie, kaem er mei de sleef by 't forkearde bêd. Dêr leinen de boer en de boerinne togearre. De boerinne lei
  • onder de tafel geven, als teken om zijn lepel neer te leggen. Al heel snel voelde de jongste knecht een schop en 's avonds
  • boer
  • lepel
  • Een boerenknecht zei tegen de nieuwe jongste knecht dat hij niet zoveel moest eten. Hij zou hem voortaaan wel een schop onder de tafel geven, als teken om zijn lepel neer te leggen. Al heel snel…

mop uit 1968
  • Der wienen in man en in frou, dy wienen to praten by de boer. De man wie ien, dy koe noait sêd. Hy sloech alles der
  • Een man at altijd verschrikkelijk veel, hij wist nooit van ophouden. Toen hij en zijn vrouw een keer bij de boer zouden
  • boer
  • lepel
  • Een man at altijd verschrikkelijk veel, hij wist nooit van ophouden. Toen hij en zijn vrouw een keer bij de boer zouden gaan eten, spraken ze af dat zijn vrouw hem een schop onder de tafel zou geven…

mop uit 1967
  • Der wie in boer, dy hie in feintsje. Sy sieten oan 't miel. Sy ieten meiinoar út ien pot. It wienen douwebeannen. It
  • feintsje siet der by mei de hannen oer inoarren. Hy sei: "Dy sil ik net ha." Hwant hy mocht gjin douwebeannen. Doe sei de boer
  • Een boerenknecht wilde eens niet van de boontjes eten en zei: "Zit op, die mee wil." Daarbij hield hij zijn lepel
  • vroeg de boer om wat aardappels. De boer nam hem mee naar de schuur waar heel veel aardappels lagen. Hij hield de schep
  • boer
  • lepel
  • Een boerenknecht wilde eens niet van de boontjes eten en zei: "Zit op, die mee wil." Daarbij hield hij zijn lepel ondersteboven, zodat hij niets binnenkreeg. Jaren later was hij getrouwd en had hij…

mop uit 1967
  • Sit op, dy't mei wol! Der wenne in feint by de boer. Dy hie 't dêr wakkere bêst, mar hy wie oan 'e tiere kant. Hy mocht
  • in deainkelde kear dat der in beantsje by him troch 't kielsgat gong op dy manier. De boer seach it, mar hy sei neat. It
  • hij zijn lepel ondersteboven in de pan, en zei bij het eruithalen tegen de boontjes: "Zit op, die mee wil." Op deze manier
  • kreeg de knecht nooit veel eten binnen, maar de boer zei niets. Toen de knecht jaren later veel kinderen had, en weinig
  • boer
  • lepel
  • Een boerenknecht wilde beslist niet met de anderen uit dezelfde pan eten, maar durfde dit niet te zeggen. Daarom deed hij zijn lepel ondersteboven in de pan, en zei bij het eruithalen tegen de…

sage uit 1966
  • Wytse Sibes de Boer wie greatboer (ek ymker) yn Wijnjeterp. Hy hie ek in skuorre mei drinten, dêr't in skeper op paste
  • De arbeiders van een boer kregen nooit genoeg te eten. De schaapherder beweerde op een dag dat hij die avond genoeg zou
  • Wytse Sibes de Boer
  • boer
  • lepel
  • De arbeiders van een boer kregen nooit genoeg te eten. De schaapherder beweerde op een dag dat hij die avond genoeg zou krijgen. Toen 's avonds de pan met soepenbrij op tafel stond, spuugde hij erin.…

mop uit 1968
  • Daar was in meid, die in dienst was bij de boer en die geen bonen lustte. Het was een heel plezierige meid, maar
  • ze aan de meid toe waren, dan hield ze de lepel op de kop en dan zei ze: "Zit op, die met wil." Maar der ging nooit een
  • Een boerenmeid lustte geen bonen. Elke keer als ze bonen aten, hield ze haar lepel ondersteboven en zei ze: "Zit op
  • , die mee wil." Jaren later was ze arm en kwam ze bij de boer om wat eten vragen. Hij liet haar in de schuur een grote zak
  • boer
  • lepel
  • Een boerenmeid lustte geen bonen. Elke keer als ze bonen aten, hield ze haar lepel ondersteboven en zei ze: "Zit op, die mee wil." Jaren later was ze arm en kwam ze bij de boer om wat eten vragen. Hij…

mop uit 1974
  • In man en in frou wienen útnoege by in boer om dêr in dei as gast to kommen. De middeis soenen se ite. Mar it frommes
  • de boer witte, dêrom sei er tsjin har: "Nou mastû aenst net safolle ite hear. Ik sil dy wol op 'e foet traepje hwannearst
  • het hoofdeinde gekeerd te slapen. De vrouw ziet het achterwerk van de boer aan voor zijn gezicht en houdt de lepel gereed
  • onopvallend op de voet trappen. Als het stel nog maar net aan tafel is gegaan bij de boer die hen uitgenodigd heeft, trapt de hond
  • boer
  • lepel
  • Een man schaamt zich zo hevig voor zijn gulzige vrouw, dat hij met haar afspreekt haar - wanneer zij ergens op bezoek zijn - een teken te zullen geven als zij naar zijn mening genoeg gegeten heeft. De…

mop uit 1974
  • Der wienen in adfokaet en in boer, dy kamen faek by elkoar. Op in kear wie dat wer it gefal en doe soenen se ite. Doe
  • woun. De adfokaet hie in prachtich lekkens pak oan. De boer krige in leppel fet en smiet dat de advokaet oer de klean en
  • lepel vet op de kleren van de advocaat gooit, zegt hij 'Vet smet'. De advodaat slaat de boer hierop op het hoofd met de
  • Een boer en een advocaat spreken af elkaar met zo min mogelijk woorden - zelfs letters - te beledigen. Als de boer een
  • boer
  • lepel
  • Een boer en een advocaat spreken af elkaar met zo min mogelijk woorden - zelfs letters - te beledigen. Als de boer een lepel vet op de kleren van de advocaat gooit, zegt hij 'Vet smet'. De advodaat…

mop uit 1969
  • Der wienen in feint en in faem, dy tsjinnen by in boer. De boer hie harren biloofd, sy mochten ris in kear togearre nei
  • út bêd om to pisjen. Doe't se werom kom, sei de boer, dy't der krekt ôf kom: "Hwat waer is 't ?" De faem sei: "Der foel
  • Een boer beloofde dat als het eens slecht weer was, de meid en de knecht samen naar de stad mochten. Op een ochtend
  • kwam de meid van buiten en de boer vroeg wat voor weer het was. De meid zei dat het water viel en er een wind uitschoot (ze
  • boer
  • lepel
  • Een boer beloofde dat als het eens slecht weer was, de meid en de knecht samen naar de stad mochten. Op een ochtend kwam de meid van buiten en de boer vroeg wat voor weer het was. De meid zei dat het…

mop uit 1969
  • Op de Groninger Klei woonde een boer. Die boer die had een knecht. Die knecht, die was wat kieskeurig in het eten. Op
  • , deed hij zijn lepel omgekeerd in 't bord en zo bracht hij hem naar de mond, zonder bonen, en hij zei: "Zit op, die met wil
  • Een boerenknecht had eens geen trek in de bruine bonen. Hij at met zijn lepel ondersteboven, zodat hij niets
  • , en de knecht kwam bij de boer om bonen vragen. De boer nam de schep en stak die omgekeerd in de bonen, en hij zei: "Zit
  • boer
  • lepel
  • Een boerenknecht had eens geen trek in de bruine bonen. Hij at met zijn lepel ondersteboven, zodat hij niets binnenkreeg. Bij elke 'hap' zei hij: "Zit op, die mee wil." Jaren later had de knecht een…

mop uit 1973
  • Der wie in feint, dy tsjinne by de boer. Dy feint mocht gjin griene earten. As se by de panne sieten die hy de leppel
  • kear by de boer om in soad iten. 't Wie yn 'e winter. De boer sei tsjin him: "Kom mar mei." Doe gongen se nei de souder ta
  • Een man die bij een boer inwoont eet geen erwten. Als ze op het menu staan doet hij zijn lepel omgekeerd in de pan
  • zolder en deed dan hetzelfde als de jongen vroeger met zijn lepel deed. Toen draaide de boer de schep om en de jongen kreeg
  • boer
  • lepel
  • Een man die bij een boer inwoont eet geen erwten. Als ze op het menu staan doet hij zijn lepel omgekeerd in de pan. Later heeft de man in de winter gebrek aan eten. Hij gaat dan bij de boer langs. Die…

mop uit 1973
  • Der wienen twa knechten, dy tsjinnen by in boer. Hja sliepten byelkoar yn in bêdsté. Op in nacht leinen se op bêd, doe
  • him sêd iten hie oan 'e brij doe kaem er mei in sleefol by 't forkearde bêd, dêr't de boer en de boerinne leinen. De
  • donker vergist hij zich van kamer en staat voor het bed van de boer en boerin. De boerin laat een wind, waarop de knecht zegt
  • boer
  • lepel
  • Twee knechten slapen samen in een bedstee. Midden in de nacht hebben ze honger. Er staat een pan met brij in de kelder en ze spreken af dat de ene zich vol zal eten, en een pollepel vol brij mee zal…

mop uit 1974
  • allegearre leven by de boer op it hiem. Jan sei: "Hwat is hjir to rêdden?" "Ja," sei ien fan 'e arbeiders, "it liket net sa bêst
  • . De boer is der min oan ta. Hy is sa siik as in houn. It is him samar ynienen oankaem. De dokter hat al by him west." "Ik
  • Boer drinkt jeneverfles met doktersdrankje van Jan Hepkes leeg en wordt ziek.
  • boer
  • lepel
  • Boer drinkt jeneverfles met doktersdrankje van Jan Hepkes leeg en wordt ziek. …

mop uit 1974
  • Der wie in man, dy wurke by de boer. Dy man waerd op in kear mei syn wiif troch de boer útnoege om dêr to jounpraten
  • . Doe't se dêr goed en wol wienen waerd it min waer. It bigoun to reinen en to tongerjen en to wjerljochtsjen. De boer sei
  • haar voet, waardoor ze stopt met eten. 's Nachts vindt de vrouw pap. Nadat de vrouw met de lepel een klap op het naakte
  • boer
  • lepel
  • Man zal zijn vrouw op de voet trappen als ze bij op bezoek te veel gaat eten. De hond staat al snel na het begin op haar voet, waardoor ze stopt met eten. 's Nachts vindt de vrouw pap. Nadat de vrouw…

mop uit 1974
  • Jan en Griet. Jan wie arbeider by de boer. Op in kear noadige de boer Jan mei syn wiif Griet út om dêr hinne to
  • sei Jan: "Ik sil dy tsjin 'e foet oanstjitte, as it tiid is fan ophâlden." Hja hienen dêr by dy boer in grouwe houn, en dy
  • boer
  • lepel
  • Man en vrouw hebben de afspraak dat als vrouw bij een bezoek te veel eet, de man haar voet zal aanstoten. Tot twee keer toe stoot de hond haar al snel aan, waardoor de vrouw ophoudt met eten. Ze heeft…

mop uit 1979
  • Jan en Tryn wienen man en wiif. Se wienen ris by de boer útfanhûs. De jouns ieten se rizenbrij. Dêr bleau in moai
  • Een echtpaar logeert bij een boer. Als de vrouw 's nachts honger heeft, stuurt ze haar man uit bed om wat pap voor haar
  • houdt de lepel gereed. Als de boerin hierop een wind laat, zegt de man 'Je hoeft niet te blazen, de pap is niet heet'.
  • boer
  • lepel
  • Een echtpaar logeert bij een boer. Als de vrouw 's nachts honger heeft, stuurt ze haar man uit bed om wat pap voor haar te halen. Als de man de pap gehaald heeft, verdwaalt hij in het huis en belandt…

mop uit 1978
  • Jan en Tryn wienen by in boer en boerinne in joun útnoege to iten, en se soenen dêr ek bliuwe to sliepen. Jan wie in
  • Een vrouw spreekt met haar gulzige man af dat zij hem - als ze op bezoek zijn bij een boer en een boerin - een trap op
  • van de boerin aan voor haar gezicht en houdt een lepel pap gereed. Als de boerin hierop een wind laat, zegt de vrouw dat
  • boer
  • lepel
  • Een vrouw spreekt met haar gulzige man af dat zij hem - als ze op bezoek zijn bij een boer en een boerin - een trap op de voet zal geven als hij naar haar mening voldoende gegeten heeft. Als een kat…

mop uit 1979
  • Der wienen twa feinten, dy tsjinnen by in boer. It wienen de greatfeint en de lytsfeint. Se hienen dêr in min plak
  • it sa tsjuster wie forsinde er him en kaem er by 't bêd fan 'e boer en boerinne tolânne. De boerinne lei foar. Se lei mei
  • knecht meeneemt, vergist hij zich in het bed en belandt hij in de kamer van de boer en boerin. Hij ziet de blote billen van
  • de boerin aan voor het gezicht van zijn maat en houdt de lepel pap gereed. Als de boerin een wind laat, zegt de knecht
  • boer
  • lepel
  • Een boerenknecht gaat er 's nachts nogal eens uit om pap te eten in de kelder. Als hij ook eens wat pap voor een andere knecht meeneemt, vergist hij zich in het bed en belandt hij in de kamer van de…

mop uit 1979
  • Der wenne in feint by de boer, dy mocht gjin beantsjes. As dy op tafel kamen, dan hâldde er de leppel omkeard en sa iet
  • in hiel krappe tiid en der kaem in dei, doe hienen se neat to iten. Doe gong er nei syn âld boer ta. Hy sei: "boer, ha jo
  • beroep doet op de boer, wil de boer hem wel een zak boontjes geven. De boer begint daarop met omgekeerde lepel boontjes op te
  • Een boerenknecht die niet van boontjes houdt schept altijd met een omgekeerde lepel zijn boontjes op zodat de boontjes
  • boer
  • lepel
  • Een boerenknecht die niet van boontjes houdt schept altijd met een omgekeerde lepel zijn boontjes op zodat de boontjes nooit in zijn mond belanden. Als de knecht later - hij heeft inmiddels een gezin…

mop uit 1973
  • Jan en Tryn wienen beide by de boer oan 't wurk. Hja soenen dêr ite. Der kaem beantsjebrij op 'e tafel. Hja skikten
  • boer en hie honger as in poep. Mar Tryn hie tsjin him sein: "dû mast dyn mage net oerlade, hear, dat is sa ûnfatsoenlik. As
  • Jan en Tryn zijn bij een boer aan het werk. Ze blijven eten, en Jan, die hard gewerkt heeft, heeft erge honger. Zijn
  • vrouw zegt dat hij niet onbeleefd veel moet eten en ze spreken af dat als zij hem op de tenen trapt, hij de lepel naast zijn
  • boer
  • lepel
  • Jan en Tryn zijn bij een boer aan het werk. Ze blijven eten, en Jan, die hard gewerkt heeft, heeft erge honger. Zijn vrouw zegt dat hij niet onbeleefd veel moet eten en ze spreken af dat als zij hem…

sage uit 1930
  • Zit op wit mit Ze zatten 's middags te eten; boer en vraauw en kinder, knecht en maaid. Ze haren graauwaarten mit
  • spekvet, dat is 't alderbeste eten dat ter is. Mor de knecht was ter nait mit tevree; stak zien lepel der ieder bòd
  • telkens zijn lepel ondersteboven in het eten. Jaren later was het een gure winter. De knecht was nu zelf boer en moest voor
  • Een boer zat met vrouw, knecht en meid te eten. Zij aten erwten met spekvet, maar de knecht was ontevreden. Hij stak
  • boer
  • lepel
  • Een boer zat met vrouw, knecht en meid te eten. Zij aten erwten met spekvet, maar de knecht was ontevreden. Hij stak telkens zijn lepel ondersteboven in het eten. Jaren later was het een gure winter.…