Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Zoek in de Collectie

   Geavanceerd Zoeken

Zoekresultaten beperken

Itemtype
Decennium_group
Word count group

71 resultaten voor ""

broodjeaapverhaal uit 1970
  • Foute diagnose Een vrouw die op het platteland met vakantie was met haar gezin kreeg wat paddestoelen van een boer, die
  • Een vrouw kreeg paddestoelen van een boer, die volgens hem veilig waren en zo gegeten konden worden. Voor alle
  • boer
  • jongen
  • Een vrouw kreeg paddestoelen van een boer, die volgens hem veilig waren en zo gegeten konden worden. Voor alle zekerheid probeerde de vrouw ze eerst uit op de poes. Er gebeurde niks, en de hele…

sage uit 1966
  • witen fan 'e boer. Doe sei de koe ynienen: "Jow dy jonge hwat molke, hy hat toarst en de boer sjocht it net." De faem waerd
  • boer mag en weigert. Plotseling begint de koe te spreken en spoort de jongen aan te drinken. Het meisje is zo verbijsterd
  • boer
  • jongen
  • Twee jongens vragen aan een meisje dat de koeien melkt of ze wat melk mogen drinken. Het meisje weet niet of dit van de boer mag en weigert. Plotseling begint de koe te spreken en spoort de jongen aan…

sage uit 1966
  • Pake Harm wenne as jonge al by de boer. Jouns nei 't ôfljochtsjen die de boer alle doarren fêst. Ek dy fan pake syn
  • keammerke. Dy slepte boven de sliepkeamer fan 'e boer en de boerinne. Yn 'e nacht hearde pake dat der dieven wienen. Hy hearde
  • voeten te stampen en met de vuisten op de grond te kloppen wordt de boer wakker. De rovers merken onraad en vluchten.
  • boer
  • jongen
  • Knecht hoort 's nachts dat dieven proberen stenen uit de muur te slaan. Zijn kamerdeur zit op slot, maar door met de voeten te stampen en met de vuisten op de grond te kloppen wordt de boer wakker. De…

sprookje uit 1970
  • DE RAAP DIE SPEK WAS EN DE KAT DIE EEN HAAS WAS Er was eens een arme jongen die als tweede knechtje bij een boer diende
  • dan kon hij hem evengoed missen. Omdat de ouders van de jongen echter heel arm waren, hield de boer hem 's winters ook
  • Een jongen is in dienst van een boer. 's Winters krijgt hij slechts karige maaltijden. De boer beweert dat de koolraap
  • een stuk spek is. De jongen kan er niets tegen inbrengen, omdat hij voor werk en kost van de boer afhankelijk is. In de
  • boer
  • jongen
  • Een jongen is in dienst van een boer. 's Winters krijgt hij slechts karige maaltijden. De boer beweert dat de koolraap een stuk spek is. De jongen kan er niets tegen inbrengen, omdat hij voor werk en…

sage uit 1968
  • Der wenne yn Hantumer Utbuorren in boer, dy hiet van der Heide. Dy hie in hiele grouwe stien op it hiem lizzen. Op in
  • Bij een boer lag een hele grote steen op het erf. Toen een paar jongens deze omdraaiden, stond er op de onderkant te
  • boer
  • jongen
  • Bij een boer lag een hele grote steen op het erf. Toen een paar jongens deze omdraaiden, stond er op de onderkant te lezen 'wat ben ik blij, dat ik lig op de andere zij'.

sage uit 1966
  • boer
  • jongen
  • Een smid kreeg ruzie met zijn sterke knecht en de knecht vertrok. Toen de baas even later in de smidse kwam, was het aambeeld weg. Het stond midden op de weg en de smid had de hulp van de boeren nodig…

mop uit 1966
  • Der wie in boer, dy hie in feint, dat wie noch mar in foech jonge. 't Wie winter. Se sieten by de tafel to iten. Se
  • krigen koalrapen. De jonge hie in boardfol foar him stean. "Der sit gjin spek yn", sei de jonge. "Wis al," sei de boer, "dàt
  • Knecht klaagt dat er geen spek in het maal koolraap zit, de boer betwist dat. De jongen houdt vol, maar als de boer
  • balk loopt. Als de boer blijft volhouden dat het een kat is, zegt de knecht dat als de boer niet zegt dat het een haas is
  • boer
  • jongen
  • Knecht klaagt dat er geen spek in het maal koolraap zit, de boer betwist dat. De jongen houdt vol, maar als de boer zegt dat hij kan vertrekken, geeft hij toe dat het spek is. In de drukke hooitijd…

mop uit 1951
  • Der wennen in feint en in faem by in boer. Op in dei moest de boer nei de merk ta. De feint en de faem bleauwen
  • togearre thús. De jouns doe't de boer wer thús wie, frege er oan 'e papegaei: "Hwat is der hjoed gebeurd?" De papegaei antwurde
  • Een jongen en een meisje werken bij de boer en zijn gewend het er goed van te nemen zodra de boer zijn hielen gelicht
  • heeft. De pratende papegaai brieft echter alles wat er op een dag gebeurd is door aan de boer. Op een dag besluiten de
  • boer
  • jongen
  • Een jongen en een meisje werken bij de boer en zijn gewend het er goed van te nemen zodra de boer zijn hielen gelicht heeft. De pratende papegaai brieft echter alles wat er op een dag gebeurd is door…

sprookje uit 1951
  • twa tofolle. Hwa fan dy jongemannen koe bliuwe? De boer sei: "Dy't it bêst pankoekbakke kin mei joun by myn dochter bliuwe
  • woe wis fan 'e saek wêze, en sokken, sei de boer, koe men allinne mar yn 't boerebidriuw brûke.
  • jongen vraagt een pannenkoekmes en draait de bruine pannenkoek heel voorzichtig om. De boer geeft hem onmiddellijk
  • , besluit de vader een pannenkoekbakwedstrijd te organiseren. De jongen die de beste pannenkoeken bakt, is de meest geschikte
  • boer
  • jongen
  • Drie vrijers dingen naar de hand van een boerendochter. Omdat het meisje maar met een van de jongens kan trouwen, besluit de vader een pannenkoekbakwedstrijd te organiseren. De jongen die de beste…

mop uit 1967
  • Der wie in boer, dy hie in ûnderdûker. 't Wie yn 'e tiid fan 'e oarloch. De boer en 'e frou soenen dy jouns op bisite
  • . De ûnderdûker soe op 'e baerch passe, dy't bigje woe. Mar it wie in lulke baerch. Krekt doe't de boer en boerinne wer
  • boer thuiskomt, ziet hij juist hoe het lelijke dier een eigen jong opeet. De onderduiker verzekert de boer dat dit geen
  • boer
  • jongen
  • In oorlogstijd laat een boerenechtpaar een onderduiker op een varken passen dat op het punt staat te biggen. Als de boer thuiskomt, ziet hij juist hoe het lelijke dier een eigen jong opeet. De…

sprookje uit 1966
  • . Sy krigen goed iten ûnderweis en sliepten de nachts by in boer yn 'e skuorre yn 't hea. De oare deis gongen se fierder
  • . By de earste boer dêr't se skoaiden, krigen se neat. Mar de twadde sei: "Gean mar even yn 'e hutte, dan sil 'k de frou
  • boer
  • jongen
  • Twee jongens vinden dat ze het thuis niet goed genoeg hebben en besluiten een zwervend bestaan te gaan leiden. In hun dagelijkse strijd hun kostje bij elkaar te scharrelen, belanden ze bij een…

sprookje uit 1967
  • it moal leverje moast. De feint fan 'e boer hie krekt de beam fan 'e ezel ôfkapt. Ik gong nei de boer ta en frege om in
  • , de jongen het mooiste paleis mocht uitzoeken wat er in het rijk was. De volgende dag begint de schaapsjongen met het
  • boer
  • jongen
  • Er was eens een koning, die hield veel van verhaaltjes. 's Avonds zat het hele hof bij elkaar, en vertelden ze elkaar verhalen. Een schaapsjongen zei altijd: "Dat lieg je." Maar dat was niet netjes…

mop uit 1968
  • Der wie in jonge, dy tsjinne by de boer. 't Wie yn 'e winter en de boer hie net folle wurk foar him en de jonge wie
  • bliid dat de boer him hâldde, hwant om oar wurk to finen by 't winter foel net ta. Hja sieten to iten en krigen koalrapen yn
  • het land en de knecht zei: "Kijk, daar loopt een kat." De boer zei dat het geen kat was maar een haas. De jongen zei dat
  • In een strenge winter was er eens niet zo veel werk bij de boer. De knecht was blij dat de boer hem toch wilde houden
  • boer
  • jongen
  • In een strenge winter was er eens niet zo veel werk bij de boer. De knecht was blij dat de boer hem toch wilde houden, zo had hij toch te eten. Op een avond kreeg hij een stuk koolraap op zijn bord.…

mop uit 1974
  • Der wie in boer, dy kaem ris op 'e joademerk to Ljouwert. Doe seach er dêr kokosnuten lizzen. "Hwat dingen binne dat
  • oaljefanten." De boer kocht in stik of hwat en gong der mei nei hûs. Hy liet se de húshâldster sjen en hy praette mei har ôf, hja
  • Een koopman maakt een boer wijs dat kokosnoten olifantseieren zijn die nog uitgebroed moeten worden. De boer koopt
  • direct wat eieren en spoedt zich naar huis om de eieren te bebroeden. De boer spreekt met zijn huishoudster af de eieren
  • boer
  • jongen
  • Een koopman maakt een boer wijs dat kokosnoten olifantseieren zijn die nog uitgebroed moeten worden. De boer koopt direct wat eieren en spoedt zich naar huis om de eieren te bebroeden. De boer spreekt…

mop uit 1659
  • Een jongen biecht bij een geestelijke die hem nogal onder druk zet. Hij moet alles vertellen anders kan hij geen
  • absolutie krijgen. Uiteindelijk biecht de jongen op dat hij nog een vogelnestje weet, maar de geestelijke mag niets zeggen. Die
  • boer
  • jongen
  • Een jongen biecht bij een geestelijke die hem nogal onder druk zet. Hij moet alles vertellen anders kan hij geen absolutie krijgen. Uiteindelijk biecht de jongen op dat hij nog een vogelnestje weet,…

mop uit 1969
  • Der wie in faem, dy wie hwat sljochthinne, dy soe yn tsjinst nei in boer ta. It wie in arbeidersfamke. De jonge fan 'e
  • Een alledaags arbeidersmeisje gaat in dienst bij een boer. Ze wordt erheen gebracht door de buurjongen. Onderweg zegt
  • ze tegen hem dat ze van haar moeder op haar eer moet passen, maar ze weet niet wat dat is. De jongen zegt dat hij dat wel
  • boer
  • jongen
  • Een alledaags arbeidersmeisje gaat in dienst bij een boer. Ze wordt erheen gebracht door de buurjongen. Onderweg zegt ze tegen hem dat ze van haar moeder op haar eer moet passen, maar ze weet niet wat…

sage uit 1969
  • Der wie in boer dy hie in stik greidlân, dat lei gâns in ein fan hûs en sa hied er ek in stik bou, dat fierôf lei. It
  • greidlân hied er in kuilbult op sitten. Op in kear stjûrde dy boer de feint dêrhinne om in foer kuil to heljen en as er dat op
  • bezetene op de boerderij af, en de knecht en de jongen vielen van de wagen. De meester van de jongen zag hoe de boer met zijn
  • jasje begon te zwaaien, en zo de paarden weer in toom kreeg. De volgende dag zei de meester tegen de jongen dat zijn vader
  • boer
  • jongen
  • Een knecht en een boerenzoon zaten eens op de wagen, toen de paarden hevig schrokken van een auto. Ze renden als een bezetene op de boerderij af, en de knecht en de jongen vielen van de wagen. De…

mop uit 1977
  • Der wie in boer, dy hie trije dochters. Dy hienen alle trije gedoente mei ien en deselde feint, dy hiet fan Gerrit. Op
  • in kear wie hy dêr wer. De boer tocht, dit kin sa noait goed komme. Ien fan 'e trije dochters kin him mar ha. Dat hy rôp
  • Omdat alledrie de dochters van de boer het met dezelfde jongen houden, geeft de boer zijn dochters een raadsel op. De
  • dochter die het raadsel kan oplossen, 'krijgt' de jongen. Als de boer vraagt 'wat groeit het hardst?', weet de jongste
  • boer
  • jongen
  • Boer, Sjouke de
  • Omdat alledrie de dochters van de boer het met dezelfde jongen houden, geeft de boer zijn dochters een raadsel op. De dochter die het raadsel kan oplossen, 'krijgt' de jongen. Als de boer vraagt 'wat …

sage uit 1970
  • finen, mar hy wie der net. En dochs hie heit him klear sjoen. De oare moarns frege er de boer of er wol even fuort mocht
  • boer
  • jongen
  • Vader van verteller zag 's nachts een man op een dam staan. Zijn hond werd bang, vader niet. Op het moment dat hij zei dat de man hem niet zou ontkomen, was de man verdwenen. Ondanks zoeken vond hij…

mop uit 1973
  • In feint en in faem dy werkten by in boer. Se wienen oan 't ierpelsykjen. Doe fleach der in keppel fûgels oer. De faem
  • Jongen en meisje zijn aan het aardappelrooien voor de boer. Jongen zegt dat de vogels die overvliegen uiteldetuiten
  • zijn die meisjes de ogen uitpikken. Als ze haar rokken over het hoofd doet zal er niets gebeuren. Jongen gebruikt haar
  • boer
  • jongen
  • Jongen en meisje zijn aan het aardappelrooien voor de boer. Jongen zegt dat de vogels die overvliegen uiteldetuiten zijn die meisjes de ogen uitpikken. Als ze haar rokken over het hoofd doet zal er…

mop uit 1973
  • Der wie in jonge dy moest foar de boer mei in koe nei de bolle. De jonge hie noch noait sjoen hoe't dat gebeurde. Hy
  • bleau neffens de boer to lang wei. Doe't er op 't lêst weromkaem sei de boer: "Hwat hastû lang fuort west." "Ja," sei de
  • Jongen die niet wist hoe dat ging, moest met koe naar de stier. Jongen was zo lang weggebleven omdat de koe niet op de
  • boer
  • jongen
  • Jongen die niet wist hoe dat ging, moest met koe naar de stier. Jongen was zo lang weggebleven omdat de koe niet op de rug had willen liggen.

sprookje uit 1894
  • Van een eend en haar jongen. Achter de walle -n-in 't lange riet En ik 'en ouwe-n-end gezien. Die -n-ouwe-n-end 'ad
  • negen jongen, En ielken jonge-n-'ad een naam. Koppetje: "Daar kruupt 'en luus op Lies 'er mouwe." Lies: "Wa' geef ik om
  • Van een eend en haar jongen.
  • vertelt dat hij een boer, die beweerde dat zijn zakken zo klein zijn en vraagt of hij eruit heeft gestolen, op de schoen nam
  • boer
  • jongen
  • Eend Koppetje wijst op een luis op de mouw van Lies, maar dat kan Lies niet schelen; ze vraagt of hij haar wil helpen dooien. Hij weigert en ze wil hem met een dikke stok slaan, waarop Koppetje in het…

sage uit 1923
  • Heksen aan het werk Op de hoeve "Blijendaal", onder St. Annaland woonde voor een goeie honderd jaar een boer met zijn
  • . Toen ze een poosje samen in de moos 1) gezeten hadden, kreeg het meisje groote vaak, zoodat de jongen zei: "Leun maar tegen
  • Een jongen is op bezoek bij zijn meisje, ze valt in slaap en hij ziet een hommelbij uit haar mond komen en legt een
  • jongen de doek weg en de bij kruipt naar binnen en het meisje komt bij. De jongen breekt de verkering af en gaat naar huis
  • boer
  • jongen
  • Een jongen is op bezoek bij zijn meisje, ze valt in slaap en hij ziet een hommelbij uit haar mond komen en legt een doek erover. Als de bij terugkomt en niet naar binnen kan, loopt het meisje blauw…

sage uit 1972
  • Een jongen kreeg eens een brief van de dienstkeuring, en zijn vader las hem. Hij zei dat ze geen brief hoefden te
  • boer
  • jongen
  • Een jongen kreeg eens een brief van de dienstkeuring, en zijn vader las hem. Hij zei dat ze geen brief hoefden te sturen met de informatie waar zijn zoon geboren was, wanneer en wat zijn naam was. Ook…

mop uit 1979
  • Der wie in boer, dy wenne op in pleats fan 'e roomske tsjerke. Dêr wie in greate tún by mei in great hôf en de pastoar
  • pastoar. Se binne sa weak as skite, jo kinne se sà wol ite." Doe sei de pastoar: "Foei-foei, jongen. Ik zal je een beetje
  • Een boerenknecht overhandigt een pastoor een gedeelte van de pruimenoogst van de boer met de woorden 'Hier zijn de
  • de knecht en besluit de jongen wat fatsoen bij te brengen. De geestelijke zegt de jongen voor hoe hij de vruchten moet
  • boer
  • jongen
  • Een boerenknecht overhandigt een pastoor een gedeelte van de pruimenoogst van de boer met de woorden 'Hier zijn de pruimen voor de pastoor. Je kunt ze zo eten, ze zijn zo week als schijt'. De pastoor…