Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Zoek in de Collectie

   Geavanceerd Zoeken

5 resultaten voor ""

sage uit 1892
  • jongeling
  • jongen
  • 's Nachts komen drie vrienden een vrouw tegen die als de verteller haar falie wegschuift, roodgloeiende ogen heeft. Bij hun vlucht beweert één van hen over een hoge heg te zijn gesprongen.

sage uit 1892
  • Zeven jongen zijn van plan om de meisjes die 's avonds op weg naar huis zijn schrik aan te jagen door als geesten
  • jongeling
  • jongen
  • Zeven jongen zijn van plan om de meisjes die 's avonds op weg naar huis zijn schrik aan te jagen door als geesten verkleed te gaan. Als ze merken ze dat er onverwacht en onopgemerkt een achtste…

sage uit 1903
  • Een jongen vrijde naar een meisje. Hij vroeg en kreeg permissie om 's avonds als de ouders naar bed waren nog een poos
  • de jongeling had verder geen lust in het huwelijk. (C. Bakker: `Iets over kollen en belezen', in: Nederlandsch
  • Jongen die merkt dat om klokslag twaalf uur zijn meisje buiten bewustzijn raakt, legt een zakdoek over haar gezicht en
  • jongeling
  • jongen
  • Jongen die merkt dat om klokslag twaalf uur zijn meisje buiten bewustzijn raakt, legt een zakdoek over haar gezicht en waarschuwt haar ouders. Op hun raad haalt hij de zakdoek weg, waarbij hij ziet…

sprookje uit 1933
  • No. 344. Een jongeman en een meisje zagen elkander doodgaarne. De jongen werd ziek en stierf. 's Nachts na zijn dood
  • jongeling antwoordde: "Wat dragen de geesten zwaar!" Een weinig verder stonden ze voor een breede gracht. Daar moest het paard
  • Een overleden jongen komt zijn geliefde de nacht na zijn dood ophalen op een zwart paard. Gezamenlijk rijden ze naar
  • jongeling
  • jongen
  • Een overleden jongen komt zijn geliefde de nacht na zijn dood ophalen op een zwart paard. Gezamenlijk rijden ze naar het kerkhof, waar ze een graf in springen. Hier liggen zij voortaan samen.

mop uit 1651
  • schaemte of om sijn meesters gesicht t' ontvlieden, wederom in 't huys liep: 'Och, arme jongeling', seyde hij, 'de schand en is
  • , of om zijn meester te ontlopen weer snel terug naar binnen. Aristippus zei hierop: 'Och, arme jongen, de schande zit hem
  • jongeling
  • jongen
  • Aristippus zag één van zijn discipelen uit een kroeg of bordeel komen. Deze discipel zag hem en vluchtte uit schaamte, of om zijn meester te ontlopen weer snel terug naar binnen. Aristippus zei…