Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Zoek in de Collectie

   Geavanceerd Zoeken

5 resultaten voor ""

sprookje uit 1970
  • de koning bi'j kòmme van de kabouters. "Is tat de goeie Jan, die ollie wat te ète hét gegeve?" "Jao, dat is Jan". "Breng
  • . En toe was Jan dan weer goed ien odder, en toe moesse bi'j de koning kòmme. Hi'j kreeg van alles. "Mao Jan", zeie, "now
  • daalt af in een bakje aan een touw, dat Piet laat glippen. Jan valt, wordt opgelapt door de kabouterdokter en bij de koning
  • koning
  • Jan en Piet deserteren, trekken de bossen in, stelen aardappels en terwijl Piet op jacht is, kookt Jan de aardappels en krijgt bezoek van een kabouter, die om een aardappel schooit. Als Jan die geeft,…

sprookje uit 1970
  • die zegge: "'t Is toch wat. Hèvig wie dat now mor en kan. Dén koning dén wil zien dochter geve aan iemand die dat paleis
  • hi'j: "Waor is tat tan?" "0, dan moj bi'j de koning zin. De koning het taor een paleis staon; daor kanne noait meer nao toe
  • een betoverd paleis, meldt zich bij de koning, laat een kegelbaan en een draaibank neerzetten. Om middernacht vallen
  • bewakers; het blijken kerels uit de stad. Jan trouwt met de dochter van de koning, wordt onderkoning. Om hem te laten griezelen
  • koning
  • Een man kan niet griezelen. Hij komt op een avond iemand met een paardepoot tegen, gaat met hem mee naar een open plek in het bos, waar veel "zwarten" zijn, die aan het ophangen gaan. Jan kan er niet…

sprookje uit 1970
  • toe. De vrouw mos weer met. Toe komme ze daor nèven 't paleis van de koning, wen dén dag toe was ter op een andere plaats
  • mark. Toe zeit tie vrouw: "Was tat tan veur moai groot huus?" "Jao", zeit tén man, " hier woont de koning; das 't peleis
  • langs het paleis van de koning en nu wil de vrouw ook een paleis en stuurt haar man weer naar de zee, waar deze de vis roept
  • koning
  • Een door hoog water verjaagde visser en zijn vrouw gaan in een ton wonen, terwijl de man gaat vissen. Hij vangt veel vis, waaronder een hele grote, die hem smeekt hem terug te zetten, omdat hij de…

sprookje uit 1970
  • . Dén zei tege de iempte: "Wat sjouwt gillie toch?" "Jao", zeie de iempte, "de winter kan wel is lank zin. De koning die zei
  • . Toe wille nog wiejer gaon. "Hui", zeiter één, "wacht is efkes. Wat wöj?" "lk wòl de koning efkes sprèke". "Dat mowwe dan
  • hol van de sprokiempten, wordt bij de koning gebracht en vraagt om een beetje eten. Deze vraagt of hij zijn voorraad nu al
  • op heeft. De sprinkhaan bekent geen voorraad te hebben aangelegd, krijgt wat eten van de koning, maar mag niet meer
  • koning
  • De sprinkhaan ziet 's zomers de sprokiempten (mieren?) druk in de weer met het aanleggen van de wintervoorraad, maar heeft het zelf veel te druk met muziek maken. Als de winter komt, kan hij weldra…

mop uit 1970
  • bi'j, en ze zegge dasse ons hele darp ien zölle nemme; en dasse de koning gevange zölle nemme; onze koning das zon goeie
  • de revieren al oaver; en now nemme z'ons 't hele boeltjen af, en misschien nemme ze de koning ook wel gevange. En gin
  • kanonskogels afvuurt als je hem schudt. Jan biedt zich aan aan de koning om hem van de vijand te verlossen, wordt erheen gebracht
  • en jaagt met zakje en helm de vijand de rivier in. Hij krijgt de dochter van de koning tot vrouw, gaat voor het huwelijk
  • koning
  • Jan moet bij een boer varkens hoeden, laat een stel verzuipen, snijdt van de anderen de staarten af en steekt die in de modder. De boer is boos, ranselt de jongen, die hard wegrent, het bos in, waar…