Hoofdtekst
Het geloof aan een "gloeiïge" heeft hier lang bestaan en heel oude lui beweren er ooit een gezien te hebben. Gewoonlijk waren dat lui (die gloeiende) welke een "schaaikaai" (scheidingskei of grensteeken tusschen het land van verschillende eigenaars) verlegd hadden. Het volgende verhaal heb ik hooren vertellen en schrijf dit dan ook maar letterlijk op.
Een scheper (schaapherder) hoedde in de haai (heide) en verlegde om zijn land grooter te maken den schaaikaai. 't Gebeurde in het Hellenendsch haaike. Toen die scheper gestorven was werd hij een gloeijige en moest 's nachts in het Hellenendsch haaike ronddolen met zijn vork en breikous ook gloeiend in de hand altijd door roepende: "Waar moet ik hem laten?" Niemand gaf hem antwoord, daar alleman bang werd als men hem hoorde en ging loopen. Op een goeie keer met Hulsel kermis was er eene laat op de kermis gebleven en was zoo zat als een snep geworden (hier een uitdrukking voor erg dronken) en kwam zoo door de haai. De gloeiende was al roepende weer aan 't dwalen. Toen diejen zatten vent hem hoorde roepen begreep hij er niets van maar riep in zijn zattigheid terug: "Wel, daar ge hem gehaald hebt." Terstond daarna riep de gloeiende: "Goddank," verdween en is nooit meer te zien geweest.
Een scheper (schaapherder) hoedde in de haai (heide) en verlegde om zijn land grooter te maken den schaaikaai. 't Gebeurde in het Hellenendsch haaike. Toen die scheper gestorven was werd hij een gloeijige en moest 's nachts in het Hellenendsch haaike ronddolen met zijn vork en breikous ook gloeiend in de hand altijd door roepende: "Waar moet ik hem laten?" Niemand gaf hem antwoord, daar alleman bang werd als men hem hoorde en ging loopen. Op een goeie keer met Hulsel kermis was er eene laat op de kermis gebleven en was zoo zat als een snep geworden (hier een uitdrukking voor erg dronken) en kwam zoo door de haai. De gloeiende was al roepende weer aan 't dwalen. Toen diejen zatten vent hem hoorde roepen begreep hij er niets van maar riep in zijn zattigheid terug: "Wel, daar ge hem gehaald hebt." Terstond daarna riep de gloeiende: "Goddank," verdween en is nooit meer te zien geweest.
Onderwerp
SINSAG 0195 - Der Grenzsteinversetzer als feuriger Wiedergänger
  
Beschrijving
De gloeiende is een man die een grenssteen ten onrechte heeft verlegd. Na zijn dood moet hij dwalen over de heide en roept hij: "Waar moet ik hem laten?" Iedereen is doodsbang voor hem. Een dronkaard roept echter terug: "Wel daar ge hem gehaald hebt." Nu heeft de gloeiende rust en is hij nooit meer aan iemand verschenen.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
1 januari 1894
Der Grenzsteinversetzer als feuriger Wiedergänger & SINSAG 0404: Wo soll ich ihn hinsetzen?
Naam Overig in Tekst
Hellenendsch   
Naam Locatie in Tekst
Hulsel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
