Hoofdtekst
De paters moesten eens in ons dorp in Beek komen om te preken. De koster moest ze gaan halen in Weert. Zij kwamen samen door den avond naar Beek; en opeens zien ze in de verte de vuurman. Allen schrokken hevig behalve een der paters. Deze zeide tegen den koster: "Moet ik hem eens laten komen?" De pater floot, en de vuurman kwam sneller nader. "Niet korter" gebood de pater. Daarna stuurde de pater de vuurman weer weg. "Koster, gij moogt dit nooit nadoen, wat ik hier deed" zegde de pater.Doch op zekeren avond, toen het uchteren ten einde liep zagen ze weer een vuurman. "Ik zal hem eens laten komen" zei de koster die erbij was. Hij floot op den vuurman. Allen vluchtten het huis in toen de vuurman naderde. ’s Anderendaags vonden ze de verbrande klauwen van den vuurman op de deur staan.Zeven jaar later moest de koster eens "brikken" (= baksteenen) gaan halen. De vuurman heeft hem toen op een avond bij het terugkomen den nek gebroken.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
SINSAG 0196 - Der Feuermann-Mörder (Missetäter)
  
Beschrijving
De koster ging de paters van Weert halen om in Beek te komen prediken. Onderweg zagen de geestelijken in de verte een vuurman. Eén van de paters sprak tot de koster: "Zal ik hem eens dichterbij laten komen?", en hij floot naar de vuurman. Toen de vuurman dicht bij hen stond, zei de pater: "Niet dichter", waarna hij de vuurman weer wegstuurde. "Koster, wat ik nu heb gedaan, mag je nooit zelf doen", zei de pater. Op een avond floot de koster echter toch eens naar de vuurman. De volgende dag stonden de klauwen van de vuurman in de deur gebrand. Toen de koster zeven jaar later ergens bakstenen moest gaan halen, heeft de vuurman hem de nek gebroken.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (noorden)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Weert (paters van)   
Paters van Weert   
Naam Locatie in Tekst
Hamont   
Plaats van Handelen
Weert   
Beek   
