Hoofdtekst
’t Was daar ne vint uut Roeselare en je koste toveren en je zei ne keer tegen m’n joengste zeune: "’k Ga ’t geld uut joene portemonnee toveren." En da joengetje hield heel de weg z’n portemonnee vaste omdat ie z’n geld nie had kwijt geweest en die portemonnee had warme en da werke niet ton.Want dien tovenare zei zelve: "J’houdt z’n portemonnee vaste en j’hèt warme en ‘k hè ton geen macht." En waarlijk z’hèn die vin tuut Roeselare nooit nie meer gezien sedertdien en je was verzekers zijne macht kwijt.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man uit Roeselare kon toveren. De man sprak op een dag tot een jongen: "Ik ga het geld uit je portefeuille toveren". De jongen was bang en hield de hele weg zijn portefeuille tegen zich aan geklemd. Omdat de portefeuille daardoor warm was, had de tovenaar er geen macht over. Later heeft men die man uit Roeselare nooit meer gezien.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (o van houtland)
419
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zwevezele   
Plaats van Handelen
Roeselare   
