Hoofdtekst
De Vuurman van Arcen
trekt snachts om twaalf uur,
een man die een hiplicht gelijk
straalt van vuur.
En als hij dan ronddwaalt
verneemt men gesteen,
hij jammert:
waar leg ik den gloeiende steen.
Laat stil hem voorbij gaan,
of het gaat u niet goed.
Want reeds meer dan een
ondervond zijne woed.
Eens zei hem een snaak
maar leg hem dan weer,
waar gij hem ten onrecht
gehaald hebt ter neer.
De Vuurman zo rap
als de weerlicht nu schoot,
ineens op hem aan
werd nu klein en dan groot.
Gelukkig had de ander
drie kruisen gemaakt,
zoniet dan ware hij
om het leven geraakt.
Zulk sprookje geloven de lieden schier al,
het heeft ook zijn lesje in ieder geval.
Een grenssteen mag nooit worden verlegd,
want vroeg of laat bereikt u het gerecht.
Zo de sage vermeld behoort de Vuurman toe aan de dorpen Arcen, Lomm en Velden. De Vuurman welnu dwaalt op een afgebakend terrein wat ligt tussen de Hazepoëtjesberg aan de Fossa Eugeniana en het Schandeloo. Hij heeft een gloeiende grenssteen in beide handen waarvan kracht uit straalt. Het figuur straalt tevens door het weglaten van zijn gezicht geheimzinnigheid uit, waardoor hij als geest niet afschrikt maar juist vriendelijk overkomt.
Onderwerp
SINSAG 0195 - Der Grenzsteinversetzer als feuriger Wiedergänger
  
TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Vuurman   
Hazepoëtjesberg   
Fossa Eugeniana   
Schandeloo   
Naam Locatie in Tekst
Arcen   
Lomm   
Velden   
Plaats van Handelen
Arcen   
