Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

EDJSL056 - De verwende kabouter

Een sage (boek), 1980

Hoofdtekst

De verwende kabouter
Een molenaar ging op een avond slapen, terwijl in de molen drie zakken koren stonden en een paar boterhammen lagen, die hij niet op kon.
Toen hij de volgende morgen op zijn werk kwam, was het koren gemalen en waren de boterhammen verdwenen. Daar keek hij van op.
Hij kon niet bedenken wie het had gedaan. De volgende avond liet hij weer drie zakken koren staan, legde wat boterhammen klaar, en verborg zich achter een stapel meelzakken.
Uren gingen voorbij. De molenaar begon zich al af te vragen of hij zich niet had vergist en het koren toch zelf had gemalen, toen hij een geluid bij de deur hoorde. In het maanlicht stond een naakte kabouter.
De dwerg griste de boterhammen weg en werkte ze achter elkaar naar binnen. Daarop zette hij de molen in beweging, leegde een zak koren in de trechter, en bond de zak vlug om het meelgat. Af en toe voelde hij als een ervaren molenaar of het meel wel fijn genoeg was, en op een zeker moment zette hij de molen stil om de molenstenen bij te stellen.
De molenaar durfde nauwelijks adem te halen, en volgde met grote ogen wat er gebeurde. Hij genoot van het vakmanschap dat de kabouter aan de dag legde.
Toen de stenen waren bijgesteld, liet het ventje de molen weer draaien en weldra was al het koren tot het fijnste meel gemalen. Hij bond de zakken in een handomdraai dicht, zette er zijn schouders onder en droeg ze naar de schuur.
"Daar heb ik een goeie aan," zei de molenaar bij zichzelf. "En duur is hij ook niet. Ik zal zorgen dat hij bij mij een goed kosthuis heeft."
Iedere avond legde hij voor de kabouter een stapel dikbelegde boterhammen klaar. En al stonden er 's avonds nog zoveel zakken koren te wachten, 's morgens was alles gemalen.
Op den duur voerde de molenaar de hele dag geen slag meer uit, en werd slapend rijk. Hij wilde de dwerg zijn dankbaarheid tonen, maar wist niet hoe; hij gaf hem immers het beste brood en de fijnste boter.
Toen schoot hem te binnen dat de kabouter geen draad aan zijn lijf had. En omdat de winter voor de deur stond, besloot hij hem van top tot teen in de kleren te steken.
Hij ging naar de kleermaker en bestelde voor de kabouter een kostuum naar maat. De kleermaker dacht dat de molenaar hem voor de gek hield, maar hij liet zich overtuigen en ze werden het eens.
De molenaar kocht hemdjes, sokjes en schoentjes, en toen hij een paar dagen later de hele garderobe kompleet had, bracht hij alles naar de molen en hing het daar over een stoel.
Tegen middernacht kwam de kabouter de molen binnen. Toen hij zag wat er voor hem klaarlag, sprong hij een gat in de lucht van vreugde. Hij vergat de boterhammen, en kleedde zich razendsnel aan. Daarna rende hij de molen uit, zo vlug als zijn beentjes hem konden dragen.
De molenaar, die alles had gezien, was blij dat hij de vlijtige dwerg een plezier had gedaan. Dat die er deze keer zonder werken tussenuit was geknepen, deerde hem niet.
Morgen haalt hij het dubbel en dwars in, dacht hij.
Maar het mannetje kwam de volgende dag niet op zijn werk, en ook de daarop volgende dagen niet. De molenaar heeft de kabouter nooit terug gezien. Hij had hem te veel verwend.
(West-Vlaanderen)

Onderwerp

SINSAG 0067 - Zwerge neu angekleidet    SINSAG 0067 - Zwerge neu angekleidet   

Beschrijving

Een molenaar ontdekt dat een kabouter 's nachts het koren voor hem maalt. De kabouter komt elke nacht en doet zijn werk vlot en goed. De molenaar wil de kabouter bedanken. Hij laat kleren voor het mannetje maken. Als de kabouter de kleren ziet is hij dolblij en vertrekt direct. De kabouter komt niet meer terug.

Bron

E. de Jong & P. Klaasse: Sagen en Legenden van de Lage Landen. Bussum 1980, p. 146

Commentaar

1980
Bron: H. Stalpaert: West-Vlaams sagenboek, deel I, Blankenberge 1968, pp. 94-95
Zwerge neu angekleidet.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20