De vos en de wolf op kraamvisite bij de aap. De vos prijst de lelijke jongen en wordt vorstelijk onthaald. De wolf zegt dat ze lelijk zijn en wordt afgetuigd.
De haas wil zichzelf verdrinken omdat hij voor alles en iedereen bang is, maar hij krijgt weer moed als hij ziet dat de kikkers uit angst voor hem in het water springen.
The fox is the favorite suitor of the girl the rabbit wants. The rabbit tells the girl that the fox is his horse. She refuses to believe him. She agrees to marry if he will ride to her house. He persuades fox to carry him—usually by feigning…
The rabbit, imprisoned in a hollow tree, induces his guard to look up at him. He spits tobacco juice into the guard's eyes and blinds the guard, and thus effects his escape.
(a) Koning leeuw [B240.4], (a1) een leeuw, heeft een muis gevangen maar laat hem op zijn smeekbeden weer lopen. (b) Koning leeuw, (b1) een leeuw, gevangen in een net, wordt bevrijd door de (een) muis, die het net stukknaagt [B371.1, B437.2, B545.2].