Voor een zieke man, (a1) boer, (a2) jood, schrijft een arts een hoeveelheid van een zeker poeder voor, (b) zoveel als er op een stuiver, (b1) dukaat, liggen kan. (c) De toestand van de patiënt verslechterd, (c1) hij overlijdt, toch, (d) omdat zijn…
(a) Een boer, (a1) ouderling, (a2) man, (b) eet bij een dominee, (b1) boer, (b2) in een hotel (café). (c) Hij is uitgenodigd omdat de dominee ook bij hem gegeten heeft. (d) Als de hem te dunne soep wordt opgediend stelt hij voor, (d1) begint hij, (e)…
(a) Een man, (a1) boer, (a2) bakker, (a3) barbier, is met een lastige vrouw gtrouwd. (b) Hij krijgt van een geestelijke, (b1) dominee, (b2) pastoor, (b3) schilder, (c) bij wie hij zijn nood klaagt, (c1) in een preek, te horen dat hij zijn kruis…
Twee mannen plegen zelfmoord omdat ze altijd hetzelfde op brood krijgen. De derde domme pleegt om dezelfde reden zelfmoord, maar smeert altijd zelf zijn brood.