Hoofdtekst
Een vent moet bij de rechtbank getuigen over een verkeersongeluk.
Zegt de president: "Hoe ver stond je er vandaan?"
Zegt-ie: "Eén meter, 45 centimeter en 2 millimeter."
Zegt die president: "Zo, heb je het opgemeten?"
Zegt-ie: "Ja."
Vraagt de president: "Waarom heb je dat opgemeten?"
Hij zegt: "Nou, ik dacht bij mezelf, ik zal wel moeten getuigen. Zal er wel een of andere klootzak vragen hoe ver ik er vanaf stond."
(Harry Touw, periode ca. 1965-1975)
Zegt de president: "Hoe ver stond je er vandaan?"
Zegt-ie: "Eén meter, 45 centimeter en 2 millimeter."
Zegt die president: "Zo, heb je het opgemeten?"
Zegt-ie: "Ja."
Vraagt de president: "Waarom heb je dat opgemeten?"
Hij zegt: "Nou, ik dacht bij mezelf, ik zal wel moeten getuigen. Zal er wel een of andere klootzak vragen hoe ver ik er vanaf stond."
(Harry Touw, periode ca. 1965-1975)
Beschrijving
Een getuige weet tijdens een rechtszaak over een verkeersongeluk tot op de millimeter te vertellen hoever hij van het voorval af stond. Hij licht toe: "Nou, ik dacht bij mezelf, ik zal wel moeten getuigen. Zal er wel een of andere klootzak vragen hoe ver ik er vanaf stond."
Bron
<i>Uit het leven van Harry Touw alias Fred Haché. Bakkenboek</i>, verteld aan Kees Haak.
Commentaar
ca. 1965 - 1975
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20