Hoofdtekst
Een Amerikaanse piloot springt uit zijn brandende vliegtuig en komt boven op een Nederlandse boerderij terecht.
De boerin loopt naar buiten: "Bert, we hebben geloof ik een piloot op het dak."
De boer komt ook kijken. De piloot komt naar beneden en zegt:
"I'm hungry."
"Ik geloof dat 'ie honger heeft," zegt de boerin.
Ze nemen de piloot mee naar binnen en geven hem te eten.
Daarna zegt de piloot: "I'm sleepy."
"Snap jij wat hij zegt?" vraagt de boer.
De piloot maakt het slaap-gebaar en zegt: "I'm sleepy."
"O, hij heeft slaap," zegt de boerin.
"Da's wel een probleem," zegt de boer, "want we hebben maar één bed."
"Weet je wat?" zegt de boerin: "We laten de piloot naast mij liggen en dan ga jij overdwars aan het voeteneind."
Zo gezegd, zo gedaan.
De piloot heeft wel slaap, maar kan het toch niet laten om aan de boerin te zitten. Hij pakt haar bij een borst en zegt:
"What's that?"
"Da's m'n rechter mem," zegt de boerin.
"Nice rechter mem."
Hij pakt haar andere borst: "What's that?"
"Da's m'n linker mem," zegt de boerin.
"Nice linker mem."
De piloot laat zijn hand naar beneden zakken.
"What's that?"
"Da's m'n buik."
"Nice buik."
Zijn hand zakt nog verder naar beneden.
"What's that?"
Zegt de boer: "Da's mijn grote teen, en die blijft daar zitten tot morgen."
(RTL4, MOPPENTOPPERS, SEPT. - OKT. 1994)
De boerin loopt naar buiten: "Bert, we hebben geloof ik een piloot op het dak."
De boer komt ook kijken. De piloot komt naar beneden en zegt:
"I'm hungry."
"Ik geloof dat 'ie honger heeft," zegt de boerin.
Ze nemen de piloot mee naar binnen en geven hem te eten.
Daarna zegt de piloot: "I'm sleepy."
"Snap jij wat hij zegt?" vraagt de boer.
De piloot maakt het slaap-gebaar en zegt: "I'm sleepy."
"O, hij heeft slaap," zegt de boerin.
"Da's wel een probleem," zegt de boer, "want we hebben maar één bed."
"Weet je wat?" zegt de boerin: "We laten de piloot naast mij liggen en dan ga jij overdwars aan het voeteneind."
Zo gezegd, zo gedaan.
De piloot heeft wel slaap, maar kan het toch niet laten om aan de boerin te zitten. Hij pakt haar bij een borst en zegt:
"What's that?"
"Da's m'n rechter mem," zegt de boerin.
"Nice rechter mem."
Hij pakt haar andere borst: "What's that?"
"Da's m'n linker mem," zegt de boerin.
"Nice linker mem."
De piloot laat zijn hand naar beneden zakken.
"What's that?"
"Da's m'n buik."
"Nice buik."
Zijn hand zakt nog verder naar beneden.
"What's that?"
Zegt de boer: "Da's mijn grote teen, en die blijft daar zitten tot morgen."
(RTL4, MOPPENTOPPERS, SEPT. - OKT. 1994)
Beschrijving
Een Amerikaanse piloot springt uit zijn brandende vliegtuig en krijgt onderdak op een boerderij. Hij krijgt te eten en mag in het echtelijk bed slapen, met de boer aan het voeteneind. De piloot betast eerst de borsten van de boerin en vraagt hoe die heten. Als hij met zijn hand naar beneden gaat en uiteindelijk bij haar kruis weer dezelfde vraag stelt, antwoordt de boer: "Da's mijn grote teen, en die blijft daar zitten tot morgen."
Bron
n.v.t. (RTL4, Moppentoppers, sept. - okt. 1994)
Commentaar
september - oktober 1994
Naam Overig in Tekst
Amerikaans   
Nederlands   
Bert   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
