Hoofdtekst
Een ambtenaar komt thuis, en juist op dat moment komt zijn buurman het huis uitlopen, met z'n bovenbroek over z'n arm.
Waarop die man zegt: "Buurman, ik hoop niet dat u er iets van denkt, maar mijn broek was van mijn balkon op uw balkon gewaaid. Die ben ik even wezen halen."
"Nee, natuurlijk niet, buurman, nee hoor, dat is in orde."
Hij loopt naar binnen en zegt in z'n eigen: "Klootzak, we hebben helemaal geen balkon."
(Harry Touw, periode ca. 1965-1975)
Waarop die man zegt: "Buurman, ik hoop niet dat u er iets van denkt, maar mijn broek was van mijn balkon op uw balkon gewaaid. Die ben ik even wezen halen."
"Nee, natuurlijk niet, buurman, nee hoor, dat is in orde."
Hij loopt naar binnen en zegt in z'n eigen: "Klootzak, we hebben helemaal geen balkon."
(Harry Touw, periode ca. 1965-1975)
Beschrijving
Als een man thuis komt, ziet hij de buurman zijn huis verlaten met zijn broek over zijn arm. De buurman beweert dat de broek op het andere balkon is gewaaid. De man doet of hij het gelooft, maar verklaart de buurman even later voor gek: ze hebben helemaal geen balkon.
Bron
<i>Uit het leven van Harry Touw alias Fred Haché. Bakkenboek</i>, verteld aan Kees Haak.
Commentaar
ca. 1965 - 1975
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20