Hoofdtekst
Een ijsbeertje loopt met zijn moeder over de Noordpool.
"Ik ben een ijsbeer, hè?" vraagt het ijbeertje aan zijn moeder.
"Ja, dat klopt," zegt zijn moeder.
Even later vraagt het ijsbeertje: "Mamma, jij bent ook een ijsbeer hè?"
"Ja,", zegt zijn moeder, "ik ben ook een ijsbeer."
Weer even later vraagt het ijsbeertje: "En pappa? Is pappa ook een ijsbeer?"
"Ja," zegt zijn moeder, "pappa is ook een ijsbeer. Maar waarom vraag je dat toch?"
Het ijsbeertje blaast op zijn pootjes en zegt: "Fffft, ik heb het zo koud!"
(Theo Meder, gehoord in de jaren '80)
"Ik ben een ijsbeer, hè?" vraagt het ijbeertje aan zijn moeder.
"Ja, dat klopt," zegt zijn moeder.
Even later vraagt het ijsbeertje: "Mamma, jij bent ook een ijsbeer hè?"
"Ja,", zegt zijn moeder, "ik ben ook een ijsbeer."
Weer even later vraagt het ijsbeertje: "En pappa? Is pappa ook een ijsbeer?"
"Ja," zegt zijn moeder, "pappa is ook een ijsbeer. Maar waarom vraag je dat toch?"
Het ijsbeertje blaast op zijn pootjes en zegt: "Fffft, ik heb het zo koud!"
(Theo Meder, gehoord in de jaren '80)
Beschrijving
Een klein ijsbeertje zeurt zijn moeder aan het hoofd met vragen over zijn ijsberenfamilie. Zijn moeder wordt het beu en vraagt waarom hij daar steeds naar vraagt. Het ijsbeertje blaast op zijn pootjes en zegt: "Fffft, ik heb het zo koud!"
Bron
n.v.t.
Commentaar
tussen 1980 en 1990
Naam Overig in Tekst
Noordpool   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
