Hoofdtekst
De kraai en de puit
Daar zat eens eene kraai op den boord van eene gracht, en riep: "Puit, kruip uit!"
"Neen-ik!" zei de puit, "ge zoudt gij me pakken!"
"Maar 'k en doe," zei de kraai.
De puit laat zich gezeggen, en ... kruipt uit.
"Pakke!" zei de kraai.
"'k Hào 't gepeisd!" zei de puit.
Daar zat eens eene kraai op den boord van eene gracht, en riep: "Puit, kruip uit!"
"Neen-ik!" zei de puit, "ge zoudt gij me pakken!"
"Maar 'k en doe," zei de kraai.
De puit laat zich gezeggen, en ... kruipt uit.
"Pakke!" zei de kraai.
"'k Hào 't gepeisd!" zei de puit.
Beschrijving
Een kraai zit op de rand van een gracht en zegt tegen de kikker dat hij eruit moet kruipen: hij belooft dat hij de kikker niets zal doen. De kikker komt uit de gracht en wordt meteen gegrepen door de kraai. Zegt de kikker: "Dacht ik het niet?"
Bron
Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 2 (1889) p. 110
Commentaar
1889
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20