Hoofdtekst
Een Nederlander is in Duitsland en vertelt over zijn houtzagerij.
De Duitser begrijpt het niet en vraagt: "Was sagen Sie?"
Zegt de Nederlander: "Planken."
De Duitser begrijpt het niet en vraagt: "Was sagen Sie?"
Zegt de Nederlander: "Planken."
Beschrijving
Een Nederlander is in Duitsland en vertelt over zijn houtzagerij.
De Duitser begrijpt het niet en vraagt: "Was sagen Sie?"
Zegt de Nederlander: "Planken."
De Duitser begrijpt het niet en vraagt: "Was sagen Sie?"
Zegt de Nederlander: "Planken."
Bron
n.v.t.
Commentaar
1995
De grap is dat de Nederlander het "Was sagen Sie?" niet opvat als "Wat zegt u?" maar als "Wat zaagt u?"
Naam Overig in Tekst
Nederlander   
Duitser   
Naam Locatie in Tekst
Duitsland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
