Hoofdtekst
"Weet u zeker dat dit uw huis is?" vraagt een politieagent in het holst van de nacht aan een aangeschoten man die langdurig aan een huisdeurslot zit te morrelen.
"Natuurlijk," is het antwoord, "kom maar binnen. Ziet u deze TV? Die is van mij en die koelkast is ook van mij."
"Kunt u dat bewijzen?" vraagt de agent.
"Natuurlijk, kom maar boven," zegt de dronkaard.
Hij stommelt een trap op, opent een deur en zegt: "Ziet u dat bed? Dat is van mij. En weet u wie die man is die op dat bed ligt?"
"Nee, wie dan?" wil de nieuwsgierig geworden agent weten.
Zegt de dronkaard: "Dat ben ik?"
"Natuurlijk," is het antwoord, "kom maar binnen. Ziet u deze TV? Die is van mij en die koelkast is ook van mij."
"Kunt u dat bewijzen?" vraagt de agent.
"Natuurlijk, kom maar boven," zegt de dronkaard.
Hij stommelt een trap op, opent een deur en zegt: "Ziet u dat bed? Dat is van mij. En weet u wie die man is die op dat bed ligt?"
"Nee, wie dan?" wil de nieuwsgierig geworden agent weten.
Zegt de dronkaard: "Dat ben ik?"
Beschrijving
Een dronken man moet aan een agent bewijzen dat hij zijn eigen huis is binnengegaan. De dronken man wijst allerlei spullen als zijn eigendom aan. In de slaapkamer zegt hij: "Ziet u dat bed? Dat is van mij. En weet u wie die man is die op dat bed ligt?" "Nee, wie dan?" wil de nieuwsgierig geworden agent weten. Zegt de dronkaard: "Dat ben ik?"
Bron
Gepubliceerd op Internet, 'Nederlandstalige moppen', adres: http://www.hzeeland.nl/~mkort/moppen.html
Commentaar
1996
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21