Hoofdtekst
Een inwoner van Broek in Waterland diende voor meer dan dertig jaar op Edam. Voor zijn patroon, een bakker, moest hij dagelijks het brood uitventen te Volendam. Eens had hij zich verlaat, zoodat het al donker was, toen hij daar aankwam. Hij haalde ergens een deur open, doch trok die weer dicht, nadat hij zich overtuigd had dat er niemand thuis was. Toen hij verder wilde gaan, werd hij teruggeroepen door de vrouw des huizes, die hem tevens vroeg, waarom hij wilde doorgaan, zonder brood af te geven.
"Dat komt," antwoordde hij gekscherend, "omdat ik je hoofd niet zag."
Dit antwoord had ernstige gevolgen, want als kollen iemand zonder hoofd zien zitten is dat een teeken, dat die persoon gauw sterven zal. De vrouw schrok dan ook hevig, vertelde ieder wat haar overkomen was en dat de bakkersknecht uit Edam een kol was. De vrouw zond haar man, die op zee was, bericht, dat ze gauw sterven ging en het heele dorp was in rep en roer over die gebeurtenis. De volgende dagen werd de bakker met wantrouwen begroet, ja enkelen namen een beslist vijandige houding tegen hem aan. De toen daar staande R.K. geestelijke heeft groote moeite gehad om de vrouw te overtuigen, dat haar meening op een misverstand berustte en de bevolking te kalmeren en haar de overtuiging bij te brengen, dat de bakkersknecht maar een gewoon mensch was. Hij is toen in zijn dienst kunnen blijven, maar werd nog lang met wantrouwen aangekeken.
(Uit den mond van den man, die het ondervonden had toen hij een jongen was, opgeteekend.)
(C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.281-282.)
"Dat komt," antwoordde hij gekscherend, "omdat ik je hoofd niet zag."
Dit antwoord had ernstige gevolgen, want als kollen iemand zonder hoofd zien zitten is dat een teeken, dat die persoon gauw sterven zal. De vrouw schrok dan ook hevig, vertelde ieder wat haar overkomen was en dat de bakkersknecht uit Edam een kol was. De vrouw zond haar man, die op zee was, bericht, dat ze gauw sterven ging en het heele dorp was in rep en roer over die gebeurtenis. De volgende dagen werd de bakker met wantrouwen begroet, ja enkelen namen een beslist vijandige houding tegen hem aan. De toen daar staande R.K. geestelijke heeft groote moeite gehad om de vrouw te overtuigen, dat haar meening op een misverstand berustte en de bevolking te kalmeren en haar de overtuiging bij te brengen, dat de bakkersknecht maar een gewoon mensch was. Hij is toen in zijn dienst kunnen blijven, maar werd nog lang met wantrouwen aangekeken.
(Uit den mond van den man, die het ondervonden had toen hij een jongen was, opgeteekend.)
(C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.281-282.)
Onderwerp
SINSAG 0489 - Das zweite Gesicht   
Beschrijving
Bakkersknecht die meent dat er niemand thuis is gaat verder, maar wordt teruggeroepen door de vrouw. Hij zegt schertsend dat hij haar hoofd niet zag, wat de vrouw doet schrikken. Zij gelooft dat als een kol iemand zonder hoofd ziet deze persoon snel zal sterven. De vrouw vertelt iedereen wat haar is overkomen en dat de man een kol is. De pastoor heeft grote moeite om allen er van te overtuigen dat het een misverstand is.
Bron
C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.281-282.
Commentaar
1922
Das zweite Gesicht
Naam Overig in Tekst
RK   
Rooms Katholiek   
Naam Locatie in Tekst
Broek in Waterland   
Edam   
Volendam   
Plaats van Handelen
Volendam (Noord-Holland)   
Kloekenummer in tekst
E091b   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
