Hoofdtekst
Een vrouw hadde appele staan, achter een muur. Ze was erg gierig, ze ha veul geld. En die jongens, die ginge wel is appele stele. Toen ha die vrouw d'r spelde in gestoke. Toen beet die jonge in de spelde.
Beschrijving
Een paar jongens stalen de appelen van een vrouw. Om de jongens terug te pakken, had de vrouw spelden in de appels gedaan.
Bron
Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 215