Hoofdtekst
Een wonderlijke gebeurtenis vond op 14 oktober 1653 plaats in de Jordaanse Tuindwarsstraat.
De plaatdrukker Cornelis Karelszn., die daar zijn bedrijfje had, was 's morgens vroeg al druk bezig want hij moest die dag werk afleveren bij een goede klant die stellig moeilijk zou doen als hij zijn bestelling niet op tijd in huis had. Cornelis was al een uurtje aan de gang en strekte z'n rug eens even. 'Hé, wat heb ik nou aan m'n kar hangen,' mompelde hij, hetgeen begrijpelijk was, want boven het plaatsje zaghij een flink uit de kluiten gewassen dame zweven.
Hij wreef zijn ogen eens uit, maar hij had het goed gezien. Onmiskenbaar hing dat vrouwmens daar in de lucht. Boven haar hoofd schitterde een ster en ze had een ketting om haar hals met flonkerende edelstenen. 'Dat heb ik nog nooit op de viool horen spelen,' stamelde Cornelis. Ofschoon dit gezegde hier niet erg toepasselijk was, wilde hij hiermee toch uiting geven aan zijn opperste verbazing. 'Jansje,' riep hij naar zijnvrouw die binnen aan het afstoffen was, 'kom eens kijken, zoiets heb je nog nooit gezien!' Maar Jansje was niet goed gemutst, Ze riep terug: 'Ik heb geen tijd voor die flauwekul van jou, schiet maar een beetje op met je werk!' De plaatwerker maakte een hulpeloos gebaar en dacht: 'Ze heeft het zeker weer op haar heupen, ik smeer hem maar.' Hij keek nog eens naar de wonderlijke verschijning en vertrok toen met het plaatwerk onder zijn arm om dit bij zijn klant te bezorgen.
Deze woonde een flink eind uit de buurt. Een paar uur later kwam Cornelis weer terug in de Tuindwarsstraat. Daar vond hij voor zijn deur een hele troep mensen die erg druk en, naar het scheen, hevig geëmotioneerd aan het discuteren waren.
'Wat nou weer,' dacht hij, 'zou er een ongeluk gebeurd zijn?' Snel duwde hij een paar mensen opzij en ging naar binnen. De huiskamer stond vol buren die allemaal door elkaar aan het praten waren. Hij begreep er niets van' 'Jansje!' schreeuwde hij, om boven het geroezemoes uit te komen, 'wat moet dat allemaal!' Jansje onderbrak haar gesprek, kwam naar hem toe, pakte hem bij z'n hand en trok hem naar het buffet. 'Kijk eens wat daar ligt, niet te geloven hé, maar dat heb ik zoëven op het plaatsje gevonden!' Cornelis keek zijn ogen uit, want voor hem op een rode doek lag de prachtige ketting welke hij dezelfde morgen om de hals van de wonderlijke verschijning had zien hangen! Met bevende handen greep hij naar het flonkerende voorwerp, maar doordat hij nu toch wel erg nerveus geworden was, liet hij de ketting vallen. Deze brak en de juwelen rolden her en der over de vloer.
Paniekerig gingen ze allemaal aan het rapen' tot er niets meer gevonden werd. En daar lag nu een schotel vol prachtige edelstenen.
Het waren geen gierige mensen, Cornelis en Jansje, dus lieten ze de buren en vrienden delen in hun geluk. 'Dat moet gevierd worden,' werd er geroepen. Het wérd gevierd! Het feest dat toen volgde zou jarenlang gesprekstof leveren voor
de hele Jordaan.
De plaatdrukker Cornelis Karelszn., die daar zijn bedrijfje had, was 's morgens vroeg al druk bezig want hij moest die dag werk afleveren bij een goede klant die stellig moeilijk zou doen als hij zijn bestelling niet op tijd in huis had. Cornelis was al een uurtje aan de gang en strekte z'n rug eens even. 'Hé, wat heb ik nou aan m'n kar hangen,' mompelde hij, hetgeen begrijpelijk was, want boven het plaatsje zaghij een flink uit de kluiten gewassen dame zweven.
Hij wreef zijn ogen eens uit, maar hij had het goed gezien. Onmiskenbaar hing dat vrouwmens daar in de lucht. Boven haar hoofd schitterde een ster en ze had een ketting om haar hals met flonkerende edelstenen. 'Dat heb ik nog nooit op de viool horen spelen,' stamelde Cornelis. Ofschoon dit gezegde hier niet erg toepasselijk was, wilde hij hiermee toch uiting geven aan zijn opperste verbazing. 'Jansje,' riep hij naar zijnvrouw die binnen aan het afstoffen was, 'kom eens kijken, zoiets heb je nog nooit gezien!' Maar Jansje was niet goed gemutst, Ze riep terug: 'Ik heb geen tijd voor die flauwekul van jou, schiet maar een beetje op met je werk!' De plaatwerker maakte een hulpeloos gebaar en dacht: 'Ze heeft het zeker weer op haar heupen, ik smeer hem maar.' Hij keek nog eens naar de wonderlijke verschijning en vertrok toen met het plaatwerk onder zijn arm om dit bij zijn klant te bezorgen.
Deze woonde een flink eind uit de buurt. Een paar uur later kwam Cornelis weer terug in de Tuindwarsstraat. Daar vond hij voor zijn deur een hele troep mensen die erg druk en, naar het scheen, hevig geëmotioneerd aan het discuteren waren.
'Wat nou weer,' dacht hij, 'zou er een ongeluk gebeurd zijn?' Snel duwde hij een paar mensen opzij en ging naar binnen. De huiskamer stond vol buren die allemaal door elkaar aan het praten waren. Hij begreep er niets van' 'Jansje!' schreeuwde hij, om boven het geroezemoes uit te komen, 'wat moet dat allemaal!' Jansje onderbrak haar gesprek, kwam naar hem toe, pakte hem bij z'n hand en trok hem naar het buffet. 'Kijk eens wat daar ligt, niet te geloven hé, maar dat heb ik zoëven op het plaatsje gevonden!' Cornelis keek zijn ogen uit, want voor hem op een rode doek lag de prachtige ketting welke hij dezelfde morgen om de hals van de wonderlijke verschijning had zien hangen! Met bevende handen greep hij naar het flonkerende voorwerp, maar doordat hij nu toch wel erg nerveus geworden was, liet hij de ketting vallen. Deze brak en de juwelen rolden her en der over de vloer.
Paniekerig gingen ze allemaal aan het rapen' tot er niets meer gevonden werd. En daar lag nu een schotel vol prachtige edelstenen.
Het waren geen gierige mensen, Cornelis en Jansje, dus lieten ze de buren en vrienden delen in hun geluk. 'Dat moet gevierd worden,' werd er geroepen. Het wérd gevierd! Het feest dat toen volgde zou jarenlang gesprekstof leveren voor
de hele Jordaan.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man ziet een vrouwelijke spookverschijning boven zijn werkplaats. De vrouw draagt een mooie ketting. Bij thuiskomst staat de hele buurt in zijn huis, omdat er een prachtige diamanten ketting in het huis ligt. De man herkent de ketting, laat het van nervositeit vallen en alle juwelen vliegen door de kamer.
Bron
Koord, Ch.: Oude Amsterdamse Volksverhalen. Heerlen 1981. p. 29-30
Naam Locatie in Tekst
Jordaan   
Tuindwarsstraat   
