Hoofdtekst
Soms wordt zo'n verhaal tot Kunst verheven, zeker als het door Gerard Reve wordt medegedeeld. Het laatste prachtboek van onze volksschrijver bevat de volgende anecdote (Het Boek van Violet en Dood, 151):
In mijn geboortestad is het nog steeds de gewoonte van zulke vrouwen [die ... zich aan mannen veil ... geven] om, als er vlak bij haar een brand uitbreekt, zich ijlings naar de plaats des onheils te begeven om daar, zo dicht mogelijk bij de vuurzee staand, met een door smart vertrokken gelaat 'Er is nog een kind in! Er is nog een kind in!' te schreeuwen. Deze medemenselijke betrokkenheid heeft reeds aan menig brandweerman het leven gekost, wiens verkoolde lijk wel, maar dat van het 'kind' nimmer gevonden wordt.
(Ludo Jongen: 'Een A.H.-ervaring', in: Meta 31 (1996) 3, p.77-78.)
In mijn geboortestad is het nog steeds de gewoonte van zulke vrouwen [die ... zich aan mannen veil ... geven] om, als er vlak bij haar een brand uitbreekt, zich ijlings naar de plaats des onheils te begeven om daar, zo dicht mogelijk bij de vuurzee staand, met een door smart vertrokken gelaat 'Er is nog een kind in! Er is nog een kind in!' te schreeuwen. Deze medemenselijke betrokkenheid heeft reeds aan menig brandweerman het leven gekost, wiens verkoolde lijk wel, maar dat van het 'kind' nimmer gevonden wordt.
(Ludo Jongen: 'Een A.H.-ervaring', in: Meta 31 (1996) 3, p.77-78.)
Beschrijving
Bepaalde vrouwen gaan naar een brand toe en roepen dat er nog een kind in het huis is. Dit is niet waar, en dat wordt menig brandweerman fataal.
Bron
Ludo Jongen: 'Een A.H.-ervaring', in: Meta 31 (1996) 3, p.77-78.
Commentaar
1996
Naam Overig in Tekst
Gerard Reve   
Het Boek van Violet en Dood   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
