Hoofdtekst
Er was eens een jong meisje, en dat woonde op een klein dorp. Zij was zoo. lief en zoo aardig, als men maar bedenken kon. Hare moeder hield veel van haar, en hare grootmoeder nog veel meer. Deze goede vrouw had haar een rood kapje laten maken, dat haar zoo mooi stond, dat men haar overal Rood Kapje noemde.
Eens had hare moeder wafelen gebakken, en zeide tot haar:
-- “Ga eens zien, hoe uwe grootmoeder vaart! .... Ik heb gehoord, dat zij ziek is; en breng haar met een deze wafelen en dit potje met boter!"
Rood Kapje vertrok terstond, om hare grootmoeder te bezoeken, die in een ander dorp woonde. Doch onderweg moest zij door een bosch, en daar kwam ze een’ Wolf tegen, die wel grooten lust had om haar op te eten, maar dit toch niet dorst doen, omdat er eenige houthakkers in het bosch waren. Hij vroeg haar, waar zij naar toe ging; en het arme kind, dat niet wist, hoe gevaarlijk het is, met een' Wolf te blijven staan praten, antwoordde:
-- “Ik ga naar mijne grootmoeder, om eens te zien, hoe zij het maakt, en om haar deze wafelen en dit potje met boter te brengen, dat moeder haar zendt!"
-- “Woont zij nog ver van hier?” vroeg nu de Wolf.
-- “O ja!... Dat geloof ik!" antwoordde Rood Kapje; “Ginds, voorbij den molen, dien gij daar ver, heel ver, ziet staan, in het eerste huis van het dorp!"
“Wel zoo!” hernam de Wolf; “Ik wil haar ook eens opzoeken; doch ik ga langs dien weg, en dan moest gij langs dezen gaan; zoo zullen wij eens zien, wie er het eerst is!" De Wolf, die den kortsten weg had gekozen, liep zoo hard als hij maar kon; terwijl Rood Kapje, die den langsten weg ging, zich onderweg nog ophield met hazelnoten te zoeken, bloempjes te plukken en kapelletjes te vangen.
Zoodra de Wolf bij grootmoeder voor de deur stond, klopte hij aan.
-- “Klop, klop, klop !"
-- “Wie is daar?"
-- “Ik ben het, grootmoeder !... uwe kleindochter, Rood Kapje!" riep de Wolf, de stem van het meisje namakende.
-- “Ik kom u wafelen en een potje met boter brengen, dat moeder u zendt!"
De goede grootmoeder, die in bed lag, omdat zij wat ongesteld was, antwoordde,
-- “Trek dan maar even aan de klink, dan zal de deur van zelve wel open gaan!”
De Wolf trok aan de klink, en de deur ging open. Dadelijk sprong hij het goede grootje op het lijf, en at haar op, of het zoo maar niets was; want hij had wel in geen drie dagen eten gehad. Vervolgens deed hij de deur digt, zette grootmoeders muts op, ging in haar bed liggen, en wachtte zoo Rood Kapje af, die, kort daarna; insgelijks aan de deur klopte.
-- “Klop, klop, klop!"
-- “Wie is daar?"
Rood Kapje hoorde de grove stem van den Wolf, en werd eerst erg bang; maar zij dacht, dat grootmoeder verkouden was, en antwoordde
-- “Ik ben het, grootmoeder! Ik kom u wafelen en een potje met boter brengen, dat moeder u zendt !"
-- “Trek dan maar even aan de klink; dan zal de deur van zelve wel open gaan!” hervatte de Wolf, terwijl hij nu wat zachter sprak.
Rood Kapje trok aan de klink, en de deur ging open. Toen de Wolf haar zag binnenkomen, kroop hij onder de dekens, en zeide:
-- “Zet de wafeltjes en de boter maar op tafel, en kom dan maar bij mij in bed!"
Rood Kapje ontkleedde zich en ging in bed; maar hoe verwonderd was zij, toen zij gewaar werd, dat grootmoeder er zoo vreemd uitzag.
-- “Grootmoê!” zeide zij, “wat hebt gij lange armen!”
-- “Dat is, om je des te beter te kunnen omhelzen, kind-lief!”
-- “Grootmoê! wat hebt gij lange beenen!"
-- “Dat is, om des te harder te kunnen loopen, mijn kind!"
-- “Grootmoê! wat hebt gij groote ooren!"
-- “Dat is, om des te beter te kunnen hooren, kind!"
-- “Grootmoê ! wat hebt gij groote oogen!
-- “Dat is, om je des te beter te kunnen zien!"
-- “Grootmoê! wat hebt gij groote tanden!"
-- “Ja!... En die zijn, om je op te eten!”
Zoodra de Wolf dit gezegd had, sprong hij op Rood Kapje toe, en at haar onmeêdoogend op.
Onderwerp
AT 0333B - The cannibal godfather (godmother)   
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: KW XKW 2846
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Ills Edmund Evans.
Naam Overig in Tekst
Wolf   
Roodkapje   
Rood Kapje   
