Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE024 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1860

Hoofdtekst

ROODKAPJE
Er was eens een jong meisje, en dat woonde op een klein dorp. Zij was zoo. lief en zoo aardig, als men maar bedenken kon. Hare moeder hield veel van haar, en hare grootmoeder nog veel meer. Deze goede vrouw had haar een rood kapje laten maken, dat haar zoo mooi stond, dat men haar overal Rood Kapje noemde.
Eens had hare moeder wafelen gebakken, en zeide tot haar:
-- “Ga eens zien, hoe uwe grootmoeder vaart! .... Ik heb gehoord, dat zij ziek is; en breng haar met een deze wafelen en dit potje met boter!"
Rood Kapje vertrok terstond, om hare grootmoeder te bezoeken, die in een ander dorp woonde. Doch onderweg moest zij door een bosch, en daar kwam ze een’ Wolf tegen, die wel grooten lust had om haar op te eten, maar dit toch niet dorst doen, omdat er eenige houthakkers in het bosch waren. Hij vroeg haar, waar zij naar toe ging; en het arme kind, dat niet wist, hoe gevaarlijk het is, met een' Wolf te blijven staan praten, antwoordde:
-- “Ik ga naar mijne grootmoeder, om eens te zien, hoe zij het maakt, en om haar deze wafelen en dit potje met boter te brengen, dat moeder haar zendt!"
-- “Woont zij nog ver van hier?” vroeg nu de Wolf.
-- “O ja!... Dat geloof ik!" antwoordde Rood Kapje; “Ginds, voorbij den molen, dien gij daar ver, heel ver, ziet staan, in het eerste huis van het dorp!"
“Wel zoo!” hernam de Wolf; “Ik wil haar ook eens opzoeken; doch ik ga langs dien weg, en dan moest gij langs dezen gaan; zoo zullen wij eens zien, wie er het eerst is!" De Wolf, die den kortsten weg had gekozen, liep zoo hard als hij maar kon; terwijl Rood Kapje, die den langsten weg ging, zich onderweg nog ophield met hazelnoten te zoeken, bloempjes te plukken en kapelletjes te vangen.
Zoodra de Wolf bij grootmoeder voor de deur stond, klopte hij aan.
-- “Klop, klop, klop !"
-- “Wie is daar?"
-- “Ik ben het, grootmoeder !... uwe kleindochter, Rood Kapje!" riep de Wolf, de stem van het meisje namakende.
-- “Ik kom u wafelen en een potje met boter brengen, dat moeder u zendt!"
De goede grootmoeder, die in bed lag, omdat zij wat ongesteld was, antwoordde,
-- “Trek dan maar even aan de klink, dan zal de deur van zelve wel open gaan!”
De Wolf trok aan de klink, en de deur ging open. Dadelijk sprong hij het goede grootje op het lijf, en at haar op, of het zoo maar niets was; want hij had wel in geen drie dagen eten gehad. Vervolgens deed hij de deur digt, zette grootmoeders muts op, ging in haar bed liggen, en wachtte zoo Rood Kapje af, die, kort daarna; insgelijks aan de deur klopte.
-- “Klop, klop, klop!"
-- “Wie is daar?"
Rood Kapje hoorde de grove stem van den Wolf, en werd eerst erg bang; maar zij dacht, dat grootmoeder verkouden was, en antwoordde
-- “Ik ben het, grootmoeder! Ik kom u wafelen en een potje met boter brengen, dat moeder u zendt !"
-- “Trek dan maar even aan de klink; dan zal de deur van zelve wel open gaan!” hervatte de Wolf, terwijl hij nu wat zachter sprak.
Rood Kapje trok aan de klink, en de deur ging open. Toen de Wolf haar zag binnenkomen, kroop hij onder de dekens, en zeide:
-- “Zet de wafeltjes en de boter maar op tafel, en kom dan maar bij mij in bed!"
Rood Kapje ontkleedde zich en ging in bed; maar hoe verwonderd was zij, toen zij gewaar werd, dat grootmoeder er zoo vreemd uitzag.
-- “Grootmoê!” zeide zij, “wat hebt gij lange armen!”
-- “Dat is, om je des te beter te kunnen omhelzen, kind-lief!”
-- “Grootmoê! wat hebt gij lange beenen!"
-- “Dat is, om des te harder te kunnen loopen, mijn kind!"
-- “Grootmoê! wat hebt gij groote ooren!"
-- “Dat is, om des te beter te kunnen hooren, kind!"
-- “Grootmoê ! wat hebt gij groote oogen!
-- “Dat is, om je des te beter te kunnen zien!"
-- “Grootmoê! wat hebt gij groote tanden!"
-- “Ja!... En die zijn, om je op te eten!”
Zoodra de Wolf dit gezegd had, sprong hij op Rood Kapje toe, en at haar onmeêdoogend op.

Onderwerp

AT 0333B - The cannibal godfather (godmother)    AT 0333B - The cannibal godfather (godmother)   

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Roodkapje brengt haar zieke grootmoeder wafel en boter. In het bos komt ze de wolf tegen, en - niet wetende dat het gevaarlijk is om met een wolf te praten - vertelt ze wat haar doel is en waar grootmoeder woont. De wolf stelt voor dat ze elk een andere weg te nemen om te kijken wie het snelst is. Hij wijst Roodkapje de langste weg en neemt zelf de kortste. Bovendien gaat Roodkapje nog hazelnoten zoeken, bloemen plukken en achter vlinders aan. Hij klopt aan bij grootmoeder, en geeft antwoord met de nagemaakte stem van Roodkapje, mag binnenkomen en eet grootmoeder op. Daarna gaat hij met haar muts op in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet hij de stem van grootmoeder na, en vraagt haar bij hem in bed te komen. Het valt Roodkapje op dat grootmoeder lange armen en benen, grote oren, ogen en tanden heeft. Zodra de wolf heeft gezegd dat hij grote tanden heeft om haar op te eten, springt hij op haar toe en eet haar op.

Bron

Roodkapje. Amsterdam: Bom, [186-?]
KB: KW XKW 2846
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Naar Charles Perrault.
Ills Edmund Evans.

Naam Overig in Tekst

Wolf    Wolf   

Roodkapje    Roodkapje   

Rood Kapje    Rood Kapje