Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE042 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1887

Hoofdtekst

ROODKAPJE
Er was eens een klein meisje, dat door ieder Roodkapje werd genoemd, omdat zij een rood kapertje droeg, dat zoo aardig op hare blonde krulletjes stond. Zij had eene grootmoeder, die aan de andere zijde van het bosch woonde, en waar zij heel veel van hield.
Eens op een dag was de oude vrouw ziek. Toen bakte Roodkapje's moeder wafeltjes, en zeide tegen haar dochtertje: "Zet spoedig het mooie kapje op, en breng de wafeltjes met dit potje versche boter aan grootmoeder, maar blijf niet treuzelen onderweg."
Roodkapje beloofde het, en begon de wandeling vrij vlug, maar toen ze een eindje geloopen had, vergat zij het bevel harer moeder, zette haar mandje neer, en begon bloemen te plukken. Opeens kwam er een wolf aan. "Wel, Roodkapje," vroeg hij, "waar gaat dat zoo haastig naar toe?" Naar mijne grootmoeder. Zij is ziek, en nu breng ik haar wafeltjes, die haar stellig lekker zullen smaken." "Dat denk ik ook. Waar woont uwe grootmoeder?" "In dat huisje bij het bruggetje, maar ik mag niet langer blijven staan," sprak Roodkapje. Willen we eens doen, wie er het eerst is?" stelde de wolf voor. Ja, heel graag." Dat vond Roodkapje een prettig spel, maar zij had kleine beentjes en de wolf heel groote; zij had er slechts twee, en hij vier. En, al liep zij hard, hij draafde, en was dus in een oogenblik bij grootmoeders deur.
"Klop, klop!" hij deed het zoo zacht als hij kon. "Wie klopt daar?" hoorde hij grootmoeder bevend vragen. "Roodkapje," antwoordde de wolf, zijne stem zoo zacht makende, als mogelijk was; "ik heb hier lekkere wafeltjes en overheerlijke, versche boter." "Trek maar aan het touwtje, dan zal de deur wel opengaan," riep de oude vrouw, zich verheugende het lieve, kleine meisje te zien. Maar, maar ... die arme grootmoeder! voordat ze nog goed had kunnen zien, wie binnenkwam, was zij al opgegeten. De wolf had zich vreeselijk gehaast, want, voordat Roodkapje kwam, moest hij de kussens nog opschudden, en grootmoeders muts opzetten.
Hij kwam juist klaar, toen zij aanklopte. Met één sprong lag de wolf te bed, en trok de lakens ver over zich heen. "Wie klopt daar?" riep hij. "Wat is grootmoeder verkouden; ik kan het wel hooren aan hare stem", dacht Roodkapje, en riep terug: "ik ben het, uwe kleindochter Roodkapje." Behalve de wafeltjes en de boter droeg zij ook nog de veldbloemen, die ze onderweg geplukt had. Toen zij nu hoorde: "trek maar aan het touwtje, dan zal de deur wel opengaan," was ze blijde alles eens neer te kunnen zetten, en haastte zich naar binnen.
"Kom bij mij in bed," zeide de wolf, "dan kan ik beter met je praten." Het manteltje werd afgedaan, en Roodkapje gehoorzaamde, maar, toen ze grootmoeder aankeek, werd ze bang.
"Grootmoeder, grootmoeder," zeide zij, "wat hebt u groote ooren."
"Zoveel te beter kan ik hooren," zeide de wolf.
"Grootmoeder, grootmoeder, wat hebt u een grooten neus!"
"Zooveel te beter kan ik ruiken."
"Maar grootmoeder, wat hebt u groote ogen!"
"Om je goed te kunnen zien," sprak weer de wolf, en keek Roodkapje met zulke groote oogen aan, dat zij hoe langer hoe angstiger werd, en bijna schreiend zeide: "wat hebt u groote, scherpe tanden ...."
"Dat is om je zooveel te beter te kunnen opeten," sprak de wolf, en sperde zijn bek open, zoo wijd, zoo wijd, dat zeker Roodkapje er geheel in zou zijn verdwenen, als niet juist de houthakkers binnengekomen waren, en den wolf gedood hadden. Roodkapje was gelukkig het gevaar ontkomen. Haar vader, die ook houthakker was, droeg haar op zijne schouders naar huis terug.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder niet te treuzelen, maar ze plukt toch bloemen. In het bos komt ze de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf is als eerste bij grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op, zet haar muts op en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na, en vraagt haar in bed te komen. Roodkapje verbaast zich over de ogen, oren, neus en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar wil opeten. Op dat moment komen houthakkers binnen die de wolf doden.

Bron

Agatha. Er was eens: grootmoeders vertellingen. Amsterdam: Robbers, [1887]
KB: KW SMC K 1072
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Agatha is het pseudoniem van Reinoudina de Goeje
Ills naar John Lawson
Bevat Inleiding; Roodkapje; De gelaarsde kat; Het herderinnetje; Asschepoetster; Het oude besje en haar hondje (Moeder Hubbard); De drie beren; De kinderen in het bosch; Jaap de reuzendooder; De stoute poesjes

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-06-17