Hoofdtekst
Er was eens een meisje zo mooi en zo lief dat iedereen die haar zag meteen van haar hield. Haar moeder natuurlijk ook, maar haar oma wel het meest. Oma was een lieve oude vrouw die Roodkapje vaak cadeautjes gaf. Op een dag gaf ze haar een rode cape met een mutsje. Roodkapje vond dat mutsje zo mooi dat ze het altijd droeg. En daarom noemde iedereen in het dorp haar Roodkapje.
Op een ochtend zei haar moeder: "Roodkapje, oma is een beetje ziek. Ik heb hier een mandje met een koek en een fles wijn. Ga jij die eens brengen. Dat zal ze vast fìjn vinden." "Je kunt maar beter nu meteen gaan, want nu is het nog niet zo warm. En je weet het: blijf op het pad, dan kun je niet verdwalen. Beloof je dat?" Ja, dat beloofde Roodkapje.
Oma woonde in een huisje aan de andere kant van het bos. Roodkapje wandelde rustig het pad af. Ze zag hoe de zonnestralen tussen de bomen dansten. Ze zag de felgekleurde bloemen tussen het donkergroene gras. "Het is nog heel vroeg. Ik heb best nog even tijd om wat bloemen voor oma te plukken", dacht Roodkapje. En dat deed ze. Langs het pad zocht ze de mooiste bloemen. Maar telkens als ze er een plukte zag ze verderop weer een mooiere staan, en nog een, en nog een... Zonder dat ze het zelf wist, liep ze steeds dieper het bos in.
Plotseling stond er een groot beest voor Roodkapje. Ze wist niet dat het de boze wolf was waar alle jagers uit het land naar zochten. Ze was dus ook niet bang. De wolf lachte zelfs naar haar en vroeg: "Zeg Roodkapje, waar ga jij zo vroeg naar toe?" Roodkapje vond de wolf wel aardig en zei: "Ik ga naar mijn oma. Ze is een beetje ziek." "Wat lief van je! Maar vertel eens.., woont ze ver weg?" "Aan de andere kant van het bos, in het huisje bij de drie oude eiken." De wolf had honger. En terwijl hij met Roodkapje praatte, bedacht hij een plan om het meisje en haar oma op te eten. "Ze lijkt me een verrukkelijk toetje, om je vingers bij af te likken..." De ogen van de wolf begonnen te glinsteren. Hij had een idee. "Ik weet iets leuks. Zullen we een wedstrijdje doen wie het eerst bij oma is?" "Ja, leuk!" juichte Roodkapje. "Ga jij over het houthakkerspad of door het paddestoelenbos?" "Over het houthakkerspad", zei Roodkapje. Want dat was minstens vier keer zo snel. "Oké", zei de wolf, "dan ga ik door het paddestoelenbos. Ik ga meteen."
Omdat Roodkapje zeker wist dat ze als eerste zou aankomen, deed ze rustig aan. Ze luisterde naar de vogels, speelde met de vlinders en rook aan de bloemen. Ze was blij en vergat alles ..., ook wat ze haar moeder had beloofd.
Ondertussen rende de wolf zo hard als hij kon naar het huisje van oma. Hij klopte op de deur. "Wie is daar?" vroeg een ziek zwak stemmetje. "Ik ben het, Roodkapje!” zei de wolf heel lief. "Ik lig in bed en kan niet opendoen", zei oma. "Haal de knip maar van de deur, dan gaat hij vanzelf open." Dat hoefde oma geen twee keer te zeggen. De wolf trok de haak weg en de deur ging open. Hij stormde op oma af en schrokte haar in één grote hap haar binnen. Het ging zo snel dat oma nauwelijks in de gaten had wat er allemaal gebeurde. De wolf deed oma's nachthemd aan, trok een slaapmuts over zijn kop, zette oma's bril op zijn grote snuit en viel in slaap.
Ondertussen plukte Roodkapje nog steeds bloemen in het bos. Maar ineens dacht ze aan oma. Ze ging meteen terug naar het pad en rende naar oma's huisje. Ze klopte op de deur. "Wie is daar?", vroeg de wolf. Roodkapje schrok. Wat een zware stem was dat. Oma was vast erg verkouden en veel zieker dan Roodkapje had gedacht. "Ik ben het, Roodkapje. Ik kom een koek brengen en een flesje wijn." "Haal de knip maar van de deur, dan gaat hij vanzelf open." Roodkapje liep het huisje binnen. Nog altijd even vriendelijk zei de wolf: "Zet de mand maar op tafel lief kind, leg de bloemen er maar naast en kom dan maar eens even gezellig bij me op bed zitten." Eigenlijk had Roodkapje helemaal niet zo'n zin om bij oma op bed te komen zitten, maar ze deed het toch maar. Toen ze dichterbij kwam, schrok ze. Wat zag oma er raar uit! "Oma, wat heeft u grote oren!" "Dat is om je beter te kunnen horen, lieve schat." "Maar oma, wat heeft u grote ogen!" "Dat is om je beter te kunnen zien, lieve schat." "Maar oma, wat heeft u grote handen!” "Dat is om je beter te kunnen vastpakken, lieve schat." "Maar oma, wat heeft u grote tanden!" "Dat is om je beter te kunnen opeten", gromde de wolf. De wolf sprong uit bed en schrokte Roodkapje in één hap naar binnen.
Toen had de wolf geen honger meer. Maar hij was wel heel erg moe. Misschien had hij wel een beetje te veel gegeten. Hij ging liggen en viel meteen in slaap. Hij snurkte tevreden en zo hard dat je het tot diep in het bos kon horen.
Even later liep er een jager langs. "Wie ligt daar zo hard te snurken? Dat kan oma niet zijn!" dacht hij bij zichzelf. "Of ze moet wel heel erg ziek zijn." Hij ging het huisje binnen en wat zag hij? De wolf die in oma's bed lag te slapen, volgevreten, met zijn handen op zijn dikke buik. "Daar ben je dus, ouwe schurk? We hebben lang naar je gezocht ... Alle jagers zitten achter je aan!" De jager wilde zijn geweer pakken om de wolf te doden, maar hij bedacht zich. Want waar was oma? De wolf had haar toch niet opgegeten? Misschien was het niet te laat en kon hij oma nog redden. Snel zette hij zijn geweer neer, pakte een schaar en knipte de buik van de wolf open. De wolf sliep zo diep dat hij niet eens wakker werd. In de buik van de wolf zag hij iets roods bewegen... Nog een paar knipjes en daar sprong Roodkapje uit de buik van de wolf. "Wat was ik bang? En wat was het donker daarbinnen?" Even later kwam ook oma uit de buik van de wolf tevoorschijn. Wat een geluk dat de wolf zo gulzig was geweest: hij had niet eens de tijd genomen om te kauwen.
De jager en Roodkapje vulden de buik van de wolf met grote stenen, en daarna naaide oma met een dikke naald en een stevige draad zijn buik snel weer dicht. Na een tijdje werd de wolf wakker. Hij voelde zich helemaal niet lekker en had vreselijke dorst. Hij strompelde naar de vijver. Toen hij zich voorover boog om te drinken rolden de stenen in zijn buik naar voren. Hij viel in het water en verdronk.
Samen met de jager smulden Roodkapje en oma van de koek en de wijn uit de mand. Roodkapje nam zich voor om voortaan op het pad te blijven en altijd te doen wat ze haar moeder had beloofd.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: KW XKR 5390
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
R131.1 - Hunter rescues abandoned child.   
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
