Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE059 - Roodkapje

Een sprookje (boek), maandag 01 januari 1973

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een klein meisje met goudblonde haren en blauwe ogen. Als ze naar buiten ging, droeg ze altijd een frisrood mutsje en een mooi rood jasje, en daarom werd ze Roodkapje genoemd.
Roodkapje woonde met haar vader en moeder aan de rand van een groot bos. Maar in dat donkere bos sloop altijd een grote, grommerige wolf rond, zodat Roodkapje daar nooit mocht spelen.
Op een morgen stond Roodkapje in de keuken te kijken naar haar moeder, die een heerlijke cake aan 't bakken was. Opeens kwam de houthakker. Hij was een forse, kloeke man die elke dag het bos in ging om oude bomen te vellen. De houthakker had het zeker warm, want hij had z'n ronde hoed op z'n rug hangen. En op zijn schouder droeg hij de zware bijl, waar zelfs de grote, grommerige wolf in het woud diep en heilig ontzag voor had! 'Ik kom net uit het huisje van je oma', zei de houthakker. 'Ze voelt zich vandaag helemaal niet lekker en vroeg of je haar eens wilt opzoeken.' 'Ik ga meteen !' riep Roodkapje uit. 'Arme oma!' 'Wacht nog eventjes tot ik dit mandje heb gevuld', zei Roodkapjes moeder. En ze begon in alle keukenkastjes te zoeken. 'Eens kijken - ze zal boter nodig hebben, en eieren, en hier is nog een potje lekkere honing.' Roodkapje pakte het mandje en wilde al gaan, toen haar moeder zei: 'Wel allemensen, nou zou ik nog bijna vergeten die pasgebakken, heerlijke cake mee te geven ...' 'Dènk erom dat je niet door het bos gaat', waarschuwde de houthakker, 'want als de grote boze wolf je ziet, dan...' Roodkapje knikte ernstig. Toen zei ze: 'Ik ga eerst nog even naar de koekwinkel in het dorp. Dan koop ik van m'n zakgeld boterkransjes; daar houdt oma immers zoveel van!’
Roodkapje liep vlug naar het dorp, maar ze zorgde wel dat ze het mandje met lekkers niet liet vallen. Ze stapte de koekwinkel binnen en vroeg aan de oude mijnheer achter de toonbank: 'Mag ik alstublieft van die lekkere boterkransjes hebben, want oma is ziek !' 'Och, dat is heel akelig', zei de oude man, terwijl hij een zakje vulde met boterkransjes. 'Maar als jij haar opzoekt, Roodkapje, dan wordt ze vast heel gauw weer beter, dat weet ik zeker !'
Weer buiten op straat kwam Roodkapje enkele grote mensen tegen dìe altijd een vriendelijk praatje met haar maakten. •Eerst de oude mijnheer Boender, de dorpsstraatveger. ‘Ik ga naar het huisje van oma, aan de andere kant van het bos', vertelde ze hem.
En daarna zag ze Arie Haring, de visverkoper. 'Ik heb honing en cake en boterkransjes in m'n mandje', vertelde ze hem. 'Want oma is ziek en dan moet ze lekkere dingen eten.' Toen ontmoette ze de oude juffrouw Wollemijntje, die met haar twee pekineesjes aan 't wandelen was. 'Ik ga helemaal naar oma', vertelde Roodkapje, terwijl ze even bleef staan om de hondjes te aaien. 'Dan moet je het lange zandpad maar nemen, om het bos heen en níet erdoor', waarschuwde juffrouw Wollemijntje met haar hoge, pieperige stemmetje.
Toen Roodkapje op de lange, lange zandweg om het bos kwam, brandde zon uit al haar macht en het was warm en stoffig als een zandweg maar kan wezen.
Het duurde dan ook niet lang of Roodkapje begon naast het pad over het sappige groene gras te huppelen. 'Hè, wat een akelig, stoffig, warm zandpad is dat', zei ze bij zichzelf. 'En in het bos is het lekker koel. Misschien kan ik bèst een klein eindje het bos ingaan om voor oma een boeket mooie bloemen te plukken.' En meteen stapte ze van het zandpad af en liep naar de koele schaduw van de hoge bomen; vrolijk huppelde ze met haar mandje het stille bos in.
Maar ja, zie je, de grote boze wolf was juist die dag ook het bos ingegaan, op zoek naar een stevige hap, en je kunt wel begrijpen dat het niet lang duurde of hij had Roodkapje gezien. De wolf verborg zich eerst achter een dikke stam en keek een poosje de kat uit de boom. Toen Roodkapje klaar was met bloemen plukken en het kleurige boeket bovenop haar mandje wilde vleien, kwam hij te voorschijn. ‘Ooo !' riep Roodkapje bang, toen ze de grote zwarte wolf zag. ‘O! O! O!’ 'Je hoeft voor mij toch niet bang te wezen', zei de wolf, grijnzend met zijn blikkerende witte tanden. 'Laten we even een gezellig babbeltje maken !' 'Ik-kik z-zou niet weten waarover wij kunnen b-bab-babbelen', fluisterde Roodkapje, helemaal bevend van angst. 'Héus n-niet.' 'Vertel me dan maar eens waar jij op deze mooie, zonnige dag naar toe gaat', sprak de wolf. 'Ik g-ga m'n o-oma opzoeken', stamelde Roodkapje. 'Ze is z-ziek, z-ziet u, en ik wil haar deze bloemetjes brengen en een p-potje ho-o-ning en...' 'En waar woont jouw oma dan ?' vroeg de wolf vlug, terwijl hij sluw grijnsde. ‘O, het is niet zo ver meer', zei Roodkapje, die begon te denken dat de wolf toch wel een beetje aardig was. 'Ze woont in een huisje aan de andere kant van het bos, helemaal in haar eentje.' 'Wel, dan stap ik maar weer eens op', zei de wolf - en meteen holde hij weg.
Roodkapje keek hem na. 'Nou moe, het is helemáál geen boze wolf, zei ze bij zichzelf. 'Ik vind hem bèst aardig hoor...' Maar de wolf wàs natuurlijk niet aardig, hij was zelfs boosaardig, dàt was hij. Hij holde over het kortste pad door het bos naar oma's huisje en al voorthollend likte hij zijn lippen vast af, zo'n zin had hij in een lekker mals boutje! Toen hij aan het huisje kwam, klopte de wolf op de deur. Toen boog hij zich voorover en riep door het sleutelgat: 'Oma? Doet u de deur even open ?' 'Wie is daar ?' vroeg Roodkapjes grootmoeder. 'Is het mijn eigen lieve kleine Roodkapje ?' 'Ja, ja', riep de wolf terug, terwijl hij zijn grove stem zo zacht en vriendelijk mogelijk liet klinken. 'Ja, ja, ik ben het.' 'Trek dan maar aan het touwtje dat uit de brievenbus hangt, dan gaat de deur vanzelf open', zei Roodkapjes grootmoeder. En de wolf trok aan het touwtje, de deur ging open en toen ...
'Hérem'ntijd!' gilde de oude vrouw toen ze de grote wolf zag, en van schrik ging ze rechtop in bed zitten. 'Help! Help !' En toen gleed ze weer achterover op bed en trok de dekens tot haar oren op, tot aan de rand van haar kanten slaapmuts. Maar dit hielp haar geen zier, want, o jongens nog toe, de boze wolf graaide onder de dekens en at haar in één vreselijk grote hap op - helemaal, behalve de kanten slaapmuts.
Daarna zette hij het knijpbrilletje van de oude vrouw op zijn neus, want dat lag op het tafeltje naast haar breiwerk, sprong in bed, trok de dekens goed over zich heen en ging toen liggen wachten op de dingen die zouden komen.
De boze wolf hoefde niet lang te wachten. Weldra werd er zachtjes op de deur geklopt. 'Wie is daar ?' vroeg de wolf, weer met een zachte en vriendelijke stem pratend. 'Het is uw eigen kleine Roodkapje, die u komt opzoeken', hoorde hij. 'Kom dan maar gáuw binnen', riep de wolf terug. 'Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open !' En Roodkapje kwam binnen. 'Dag oma! Ik heb honing voor u meegebracht en een cake die mama heeft gebakken en boterkransjes waar u zoveel van houdt', zei ze. Maar toen gaf ze een gilletje van schrik. 'Maar óma! Wat ziet ú er raar uit ? Wat heeft u een vreselijk grote ogen!?' 'Dan kan ik je beter zien, m'n kind', antwoordde de wolf. 'En wat heeft u een grote óren gekregen !' 'Dan kan ik je beter hóren.' 'En oma- wat heeft u verschrikkelijk grote tanden !' 'Ahá !' grauwde de wolf, de dekens afwerpend. 'Dan kan ik je beter OPETEN! !' En met een sprong was hij het bed uit en hapte naar Roodkapje.
Maar die was hem te vlug af. Al gillend rende ze om de tafel heen, waarop ze haar mandje had gezet. En toen vluchtte ze achter oma's grote, blauwe schommelstoel. 'Help! Help !' riep Roodkapje zo hard ze kon, terwijl de wolf over de schommelstoel probeerde te klimmen. Maar hij gleed eraf en viel op zijn boze bek. 'Help !' gilde Roodkapje weer. Heel kwaad krabbelde de wolf weer op zijn poten en nu wilde hij een sprong nemen, over de schommelstoel heen.
Maar -- wat denk je? Nét op dàt moment kwam de houthakker langs het raam gelopen. Hij was op de konijnejacht en had zijn geladen geweer in de aanslag. 'Pàng! Pàng !' klonk het en de grote, zwarte, boze wolf rolde boem! dood op de grond. Zodra Roodkapje zag dat de wolf geen kwaad meer kon doen, holde ze naar de deur om de houthakker binnen te laten. De houthakker tilde Roodkapje op zijn arm. Toen keek hij rond waar oma was. 'Oma z-zit zeker binnen in de b-boze w-wolf!' snikte Roodkapje. 'Kijk maar - hij heeft haar kanten slaapmuts nog op !' 'Zo, dan zullen we maar eens gauw kijken', zei de houthakker. Hij haalde zijn grote jachtmes te voorschijn en met één haal had hij rrrits - de hele wolf opengemaakt. En wat denk je ? - Ja hoor: Roodkapjes oma stapte levend en wel uit de buik van de dode boze wolf! ‘Ik voel me weer helemaal beter!’ zei de oude vrouw blij, terwijl ze haar knijpbril en haar kanten slaapmuts weer opzette. ‘M’n hoofdpijn is ineens verdwenen…’ En dadelijk ging ze in haar schommelstoel zitten en begon te breien alsof er níets aan de hand was geweest. 'Een lekker kopje thee zou ik wel lusten zei de houthakker glimlachend. 'En er is brood en honing en boterkransjes en cake!' riep Roodkapje blij, terwijl ze naar het volle mandje liep. 'Nu kunnen we met z'n drietjes lekker picknicken.'
De houthakker zette thee en Roodkapje smeerde boterhammetjes met honing en zette de cake en een schaal boterkransjes klaar. Ze was zo vrolijk dat ze er een liedje bij zong. En toen haar oma zei dat ze honger had als een wolf - wel, toen moesten de houthakker en Roodkapje allebei heel hard lachen, dat kun je begrijpen!
Na de thee en de picknick tilde de houthakker Roodkapje op zijn schouders en droeg haar weer veilig terug naar het huisje van haar vader en moeder - en daarmee was het angstige avontuur van Roodkapje gelukkig tòch nog goed afgelopen!

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Beschrijving uiterlijk Roodkapje; gaat met mandje met lekkers naar zieke grootmoeder; ontmoeting met de wolf; bloemen plukken; wolf gaat ondertussen naar grootmoeder, doet Roodkapje na; eet na binnenkomst grootmoeder op; gaat in bed liggen met mutsje en bril; doet grootmoeder na als Roodkapje aanklopt; Roodkapje merkt grote ogen, oren en tanden op. Wolf zit Roodkapje achterna, houthakker die langskomt schiet de wolf dood. Houthakker snijdt buik wolf open, grootmoeder komt er levend uit.

Bron

Jane Carruth. Roodkapje. Helmond: Helmond, [1973]
KB: KW BJ 51957
Collectie Roodkapje/Karsdorp


Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Elisabeth Embleton, Gerry A. Embleton. Vert. uit het Engels

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Boender    Boender   

Arie Haring    Arie Haring   

Wollemijntje    Wollemijntje   

Datum Invoer

2019-01-28