Hoofdtekst
Dat was een broer van m'n moeder, dat was een veekoper. Die had een vrouw bedrogen in Noordeloos. Hij loopt daat zo'n smal paadje af en in een keer kwam die in 't klare vuur te staan. Hij haalde z'n zakdoek te voorschijn. Hij zegt:
Ben je van God, staat!
Ben je van de duivel, gaat!
en 't was weg. Maar die man geloofde niks.
Ben je van God, staat!
Ben je van de duivel, gaat!
en 't was weg. Maar die man geloofde niks.
Beschrijving
Een man komt tijdens een wandeling in vuur te staan. Hij riep God aan en het vuur was weg.
Bron
Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 230
Naam Locatie in Tekst
Noordeloos   
