Hoofdtekst
Op een dag zei haar moeder: 'Roodkapje, oma is ziek. Wil jij haar een mandje met lekkers brengen? Dat zal haar goed doen.' Roodkapje trok haar rode jasje en haar rode laarsjes aan, want het was nat in het bos. 'Ik ga meteen naar haar toe', zei ze. 'Goed, maar blijf op het pad. En pas op voor de grote, boze Wolf', riep haar moeder haar nog na. Maar Roodkapje hoorde het niet meer. Dat was jammer, want Roodkapje hield van dieren. En de dieren hielden van haar. Ze dacht dat alle dieren lief waren...
Roodkapje stapte flink door, want het was zeker een half uurtje lopen naar oma. Midden in het bos kwam ze de Wolf tegen. Dag meisje, zei de Wolf. 'Ik ben de Wolf. Hoe heet jij?' 'Dag meneer de Wolf', zei Roodkapje beleefd. 'Ik ben Roodkapje.' 'Waar ga je naartoe, Roodkapje?', kwijlde de Wolf. Roodkapje vertelde hem dat ze naar haar zieke oma ging. 'Wat zit er in dat mandje?', vroeg de Wolf. Hij likte met zijn grote tong zijn lippen af. 'Broodjes, appels, koekjes en een fles wijn', zei Roodkapje. 'Dat is goed voor oma.' 'Waar woont jouw oma, Roodkapje?', vroeg de Wolf. Roodkapje vertelde hem dat haar oma in een klein huisje op een open plek in het bos woonde. 'Bij de beek. Het is een kwartiertje lopen. Die kant op', wees Roodkapje. O ja!’ riep de Wolf. 'Dat huisje ken ik. Waarom pluk je niet een bosje bloemen voor oma? Dat zal ze leuk vinden.' Hij wees tussen de bomen. Roodkapje keek naar de mooie bloemen. 'Ik moet van mama op het pad blijven', zei ze. 'Jammer', zei de Wolf schijnheilig. 'Maar ja, als het niet mag...' Roodkapje keek nog eens naar de bloemen. ‘Ach', zei ze, 'het is vlak naast het pad. Ik denk dat ik het toch maar doe.' 'Mooi zo, dag meisje!', riep de Wolf en hij ging er als een haas vandoor.
Roodkapje plukte paardenbloemen en madeliefjes. Ze vond het zo leuk, dat ze de tijd vergat. Intussen rende de Wolf naar oma's huis. Hij klopte op de deur. 'Wie is daar?', vroeg oma. 'Roodkapje', piepte de Wolf. 'Kom maar binnen, lieverd', zei oma. 'De deur is open. BOEM! De Wolf gooide de deur met een klap open en sprong naar binnen. In één hap slokte hij oma op. Toen liep hij naar de kast en greep een lange nachtpon. In een hoekje lag een oude slaapmuts. Die zette hij op zijn kop. Snel kroop hij in bed en trok het dekbed over zijn grote snuit. Daar wachtte hij op Roodkapje.
In het bos zag Roodkapje dat de zon achter de bomen verdween. Ze schrok. Het was vast al laat. En ze had haar moeder beloofd voor het donker thuis te zijn. Vlug rende ze naar oma's huisje. Dat was vreemd. De deur stond open. Voorzichtig liep Roodkapje naar binnen, maar alles zag er gewoon uit. 'Dag oma!', riep ze. Het bleef stil. Roodkapje liep op haar tenen naar het bed. Daar lag oma met haar muts over haar gezicht onder de dekens. Ze zag er vreemd uit. 'Oma?', vroeg Roodkapje. ‘Ja, Roodkapje?' 'Wat klinkt uw stem raar!' komt omdat ik verkouden ben, kind.' 'Oma, wat hebt u grote oren!' 'Dan kan ik je beter horen, schat.' 'En oma, wat hebt u grote ogen!’ 'Dan kan ik je beter zien, meiske.' 'En oma, wat hebt u grote handen!' 'Dan kan ik je beter vasthouden, kindje.' 'En... oma, wat hebt u grote tanden?' 'Dan kan ik je beter opeten, lieverd.'
Nadat hij dat had gezegd, sprong de Wolf uit bed. Met één grote hap slokte hij Roodkapje naar binnen. Toen kroop hij terug in bed, waar hij zich nog eens lekker omdraaide. Hij viel meteen in slaap en begon keihard te snurken.
Even later kwam er een jager voorbij. 'Zo, die oma kan snurken', dacht hij. 'Eens kijken of alles in orde is.' Hij stapte het huisje binnen en liep naar het bed. Daar zag hij de Wolf liggen waarnaar hij al zo lang gezocht had. 'Zo, ben je daar, lelijke boef', zei de jager. 'Nu ontsnap je mij niet meer, jongen. Maar wat heb je een dikke buik. Eens kijken wat daarin zit.' De jager pakte zijn mes en sneed de buik van de Wolf met één haal open. De Wolf sliep zo diep dat hij er niets van merkte. Er kwam een rood mutsje tevoorschijn en een rood laarsje... Het was Roodkapje. Ze was helemaal vies en nat van het slijm. Maar ze mankeerde gelukkig niets. Dank u wel, meneer de jager', zei Roodkapje. 'Ik was zó bang! Het was pikdonker in de buik van de Wolf.' 'Help mij eens een handje', klonk het vanbinnen. Het was oma. De jager en Roodkapje pakten oma bij de hand en trokken haar uit de buik van de Wolf. Bibberend ging ze in haar schommelstoel zitten. 'Ik moet even bijkomen, hoor', zei ze met bevende stem. 'Ik ben zo geschrokken!' 'Wat doen we nu met de Wolf?', vroeg Roodkapje. 'Wacht maar. Ik heb een idee', zei de jager. Hij liep de deur uit en kwam even later terug met een armvol grote stenen uit de beek. Die stopte hij in de buik van de Wolf. Zo, nu naaien we hem weer netjes dicht', zei de jager. 'Dat zal hij niet leuk vinden als hij wakker wordt.' Oma haalde een grote stopnaald en een lange draad uit haar naaimandje. Roodkapje stak de draad in het oog van de naald en de jager naaide de buik van de Wolf met grote steken dicht.
Even later werd de Wolf wakker. Hij geeuwde en rekte zich eens lekker uit. Hij wilde rechtop gaan zitten, maar dat lukte niet. Zijn buik was veel te zwaar. Dat vond hij helemaal niet leuk. 'Au!', jankte de Wolf. 'Wat heb ik een buikpijn. Ik heb veel te veel gegeten, Ik had Roodkapje voor later moeten bewaren.' Kreunend rolde hij zich op zijn zij en viel pardoes uit bed. Hij was morsdood. Roodkapje, oma en de jager waren blij dat de Wolf dood was. 'Ik neem hem zo wel mee', zei de jager. 'Ik kan zijn pels wel gebruiken. Ik heb nog een kleedje nodig voor bij de haard.' Oma zette een lekker kopje thee en iedereen kreeg een koekje uit het mandje. Later, toen de jager weg was, zei Roodkapje tegen oma: 'Ik ga nooit meer van het pad af als mama zegt dat het niet mag. En als ik een boze wolf zie, ren ik heel hard weg.'
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: 4262750
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Wolf   
