Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE076 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 2014

Hoofdtekst

Er was eens een meisje dat met haar moeder aan de rand van een groot bos woonde. Dat meisje werd door iedereen Roodkapje genoemd, omdat ze altijd een mutsje van rode stof droeg. Dat had ze gekregen van haar grootmoeder, van wie ze erg veel hield.
Op een dag zei haar moeder: 'Roodkapje, oma is een beetje ziek. Ze kan zelf geen boodschappen doen. Wil jij haar deze mand met lekkere dingen brengen?' 'Natuurlijk, mama,' zei Roodkapje. Haar moeder had twee appels, een paar koekjes, een flesje wijn en nog wat andere lekkere dingen in de mand gedaan. 'Ga nu maar gauw, mijn kind. En blijf op het pad, dan zul je niet verdwalen en kom je vanzelf bij oma.'
Roodkapje beloofde het en ging op weg. De zon scheen en Roodkapje huppelde zingend over het bospad.
Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen
In het bos, in het bos
Ik ga naar grootmoeder koekjes brengen
In het bos
Daar zag ze in de verte de jager aankomen. Toen hij vlakbij was vertelde Roodkapje hem dat haar oma ziek was en dat ze daarom koekjes ging brengen. 'Dat is mooi,' zei de jager. 'Blijf wel op het pad, meisje, anders verdwaal je nog. En je moet weten dat de wolf in de buurt is. Hij heeft zo zijn streken, maar ik houd wel een oogje in het zeil.' Roodkapje wist niet wat dat betekende, dat 'oogje in het zeil', maar ze vond de jager aardig en ze zwaaide naar hem. Terwijl ze verder liep zong ze vrolijk:
Ik ben niet bang voor de boze wolf
'k Ben niet bang, 'k ben niet bang
Ik ben niet bang voor de boze wolf
'k Ben niet bang
Langs het pad stonden mooie bloemen in allerlei kleuren. 'Daar zal oma ook blij mee zijn,' zei Roodkapje. 'Ik pluk een grote bos voor haar!' Plotseling sprong er vanuit het niets een groot, harig dier voor haar voeten. Het was de wolf! Wat was hij groot! 'Waar ga je naartoe, lief kind?' vroeg hij met een wel heel aardige stem, voor een wolf dan. Roodkapje vertelde een beetje bibberend dat ze naar haar oma ging om koekjes te brengen. 'Dat is mooi,' zei de wolf. 'En waar woont jouw oma dan wel?' Roodkapje legde uit dat die midden in het bos woonde en dat ze alleen maar het pad hoefde te volgen om er te komen. De wolf had eigenlijk wel zin in een lekker hapje en zei sluw: 'Weet je dat er verderop nog mooiere bloemen staan?' Roodkapje zag in de verte inderdaad prachtige bloemen staan• Tegelijkertijd bedacht ze dat ze haar moeder beloofd had niet van het pad af te gaan. Maar haar moeder zou het vast ook fijn vinden dat ze zo haar best deed voor haar zieke oma. Ze zei de wolf gedag en huppelde het pad af, het bos in.
De wolf rende intussen snel naar grootmoeders huisje. De wolf vond het huisje zonder problemen en trok aan de bel. 'Wie is daar? vroeg grootmoeder. 'Ik ben het, Roodkapje!' jokte de wolf met een hoog stemmetje. Ik kom wat lekkers brengen!' 'Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open!' riep grootmoeder schor vanuit haar bed. De hongerige wolf trok aan het touwtje en stormde de kamer in. Hij liep rechtstreeks naar grootmoeder toe. In één hap slokte hij haar op. Toen zette hij haar slaapmuts op, deed haar nachtjapon aan en ging in bed liggen. Diep onder de dekens.
Roodkapje was intussen steeds verder van het pad geraakt. Er stonden ook zo veel schattige bloemetjes tussen de bomen. Toen ze een bos had geplukt die ze bijna niet meer kon dragen, keek ze op. Ze schrok, want ze merkte dat het al donker werd. Ze moest opschieten! Gelukkig kon ze het pad snel weer vinden en ze holde naar oma's huisje. Met twee treden tegelijk liep ze de traptreden naar de voordeur op. 'Wie is daar?' Roodkapje kon aan oma's stem wel horen dat ze ziek was. 'Ik ben het, Roodkapje. Ik kom koekjes en appels brengen!' 'Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open,' piepte de wolf. Daar zul je het toetje hebben, dacht hij bij zichzelf. Roodkapje kwam binnen. Ze vond dat haar lieve omaatje er maar raar uitzag. Haar slaapmuts zat ver over haar oren.
'Kom toch verder, lief kind.' Haar stem klonk echt héél verkouden. 'Maar oma, wat heeft u toch grote oren...' 'Dan kan ik je beter horen, mijn kind.' ‘Maar oma, wat heeft u toch grote ogen... Dan kan ik je beter zien, mijn kind.' 'Maar oma, wat heeft u toch grote handen...' 'Dan kan ik je beter pakken, mijn kind.' 'Maar oma, wat heeft u toch verschrikkelijk grote tanden...' 'Dan kan ik je beter.., opeten!'
De jager, die in de buurt was, hoorde het gesnurk. Hij dacht: dat kan toch niet het oude grootmoedertje zijn? Maar toen hij dichterbij kwam, hoorde hij het geluid wel degelijk uit haar huisje komen. En wat vreemd… de deur stond open. De jager keek naar binnen en zag meteen dat het de grote boze wolf was die daar in het bed lag. En aan zijn dikke, ronde buik te zien had hij die arme grootmoeder verslonden! De jager aarzelde geen moment. Hij pakte zijn zakmes en sneed voorzichtig de buik van de slapende wolf open. Floep! Daar kwam niet grootmoeder tevoorschijn, nee, het was Roodkapje! Het rode mutsje zat een beetje scheef op haar hoofd. Vlak nadat de jager Roodkapje uit de buik van de wolf had getild, kwam grootmoeder erachteraan. 'Oef! Wat was het daar donker en benauwd!' zei grootmoeder.
De jager fluisterde: 'We zullen die gemene wolf eens een lesje leren. Roodkapje, haal buiten maar even wat grote stenen. Het meisje vond een paar zware stenen en droeg die naar de jager. Snel stopte hij ze in de buik van de wolf. Grootmoeder naaide de boel daarna weer netjes dicht.
Niet veel later werd de wolf wakker. Hij voelde zich helemaal niet lekker en strompelde het huisje uit, het bos in. Ze hoorden hem nog mompelen: ‘O, wat voel ik me beroerd. Ik heb iets doms gedaan. Nooit meer eet ik mensen op, daar kun je van op aan.' En inderdaad, van de wolf hebben ze nooit meer iets gezien of gehoord.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Met de waarschuwing om op het pad te blijven gaat Roodkapje op weg om een mandje eten naar grootmoeder te brengen. Onderweg ontmoet ze de wolf aan wie ze vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf moedigt haar aan om bloemen verder in het bos te plukken, en gaat zelf naar grootmoeders huis. Hij doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, trekt haar nachtgoed aan en gaat in bed liggen. Als Roodkapje binnenkomt merkt ze op dat grootmoeder er vreemd uitziet, na de opmerking dat ze grote tanden heeft, eet hij haar op. In zijn slaap snurkt hij zo hard dat een jager gaat kijken, de wolf met zijn dikke buik ziet, die opensnijdt, waarna Roodkapje en grootmoeder er uit komen. Ze vullen de buik met stenen en naaien de buik dicht. Als de wolf wakker wordt, voelt hij zich erg beroerd, zegt dat hij nooit meer mensen zal opeten.

Bron

Lea Vervoort. Roodkapje. Amsterdam: Rubinstein, 2014
KB: 14036517
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

Commentaar

Speciale uitgave van het A[lgemeen]D[agblad]

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-02-11