Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE097

Een sprookje (boek), 1930

Hoofdtekst

In een klein huisje midden in het bos woonde eens een klein meisje met haar Moeder. Dat meisje droeg altijd een rood mutsje, het was altijd rood en nooit eens een andere kleur en daarom werd ze Roodkapje genoemd.
Op een goeden dag riep Moeder Roodkapje bij zich en vertelde haar dat Grootmoeder ziek was en in bed lag. Ze gaf Roodkapje een klein mandje gevuld met allerlei lekkere dingen voor de zieke. Een koek, die Moeder zelf gebakken had, een heerlijk flesje wijn, een heleboel vruchten, een rol beschuit, een pond boter en een lekkere worst. Nu zou Grootmoeder wel gauw beter worden. Moeder vroeg Roodkapje dat bij Grootmoeder te brengen. “Maar", zei Moeder, “je moet flink doorlopen en niet onderweg blijven staan, want de boze Wolf loopt wel eens in het bos. Dus kindlief loop vlug door! Als je dan bij Grootmoeder's huisje bent gekomen, dan trek je maar aan het touwtje en de deur gaat open".
Roodkapje ging gauw op weg naar Grootmoeder. Het was een prachtige zomerdag. Toen ze een eindje in het bos gelopen had, zag ze allemaal mooie bloemen staan. “Dien zal ik voor Grootmoeder plukken, dan breng ik zelf ook wat voor haar mee. En Roodkapje zette haar mandje neer en plukte overal bloemetjes. Ze vergat helemaal wat Moeder haar gezegd had van de Wolf.
Opeens kwam er een grote Wolf voorbij. Roodkapje schrok erg, maar de Wolf zei haar heel vriendelijk goedendag en vroeg voor wie ze bloemetjes plukte. Toen vertelde Roodkapje, dat haar Grootmoeder ziek was en helemaal alleen in haar huisje was en dat zij haar nu een mandje met lekkere dingen ging brengen en dat ze nu ook wat bloemetjes voor de zieke plukte. De Wolf had erge honger en hij had wel trek in Roodkapje, maar toen hij hoorde dat Grootmoeder alleen in haar huisje was, maakte hij een ander plannetje, Hij zei Roodkapje goedendag en holde met grote sprongen gauw naar Grootmoeder.
Hij klopte op de deur en Grootmoeder riep: “Wie is daar"? “Ik ben het, Roodkapje", riep de Wolf met een fijn stemmetje, “ik kom U wat lekkers brengen". “Trek maar aan het touwtje en de deur gaat open", riep Grootmoeder vanuit haar bed. Daar kwam de Wolf binnen, met één sprong was hij bij het bed en hap, hap, daar had hij Grootmoeder opgegeten. Toen zette hij Grootmoeder's mutsje op en haar bril op zijn neus en ging in bed liggen.
Na een poosje kwam Roodkapje aan. Ze had nog een heleboel mooie bloemetjes geplukt; ze klopte op de deur en de Wolf riep met Grootmoeder's stem: “Wie is daar?" “Roodkapje Grootmoeder, mag ik binnen komen, ik heb wat lekkers meegebracht", zei Roodkapje. “Kom maar binnen lieve kind", zei de Wolf toen weer, “trek maar aan het touwtje en de deur gaat open" Daar stapte Roodkapje het huisje binnen, en ging bij Grootmoeders bed op een bankje zitten. “Dag Grootmoeder, ik heb wat lekkers voor je meegebracht. Moeder heeft een koek voor U gebakken en ik denk, dat wanneer U dit flesje wijn hebt opgedronken, dat U wel weer gauw. beter zult zijn. In het bos heb ik voor U wat bloemetjes geplukt. Die zal ik straks eens even voor U in een vaasje zetten.
Maar Grootmoeder, wat heb je een grote ogen", zei ze toen. “Ja kindlief, zei de Wolf, “dat is om je beter te kunnen zien." “En Grootmoeder, wat heb je een grote oren, “Dat is om je stemmetje beter te kunnen horen", antwoordde de Wolf. “Maar Grootmoeder, waarom heb je zo'n grote mond?" vroeg Roodkapje. “En dat is om jou beter op te kunnen eten", zei de Wolf, sprong uit bed en at met twee grote happen Roodkapje op.
Toen kroop hij weer lekker in bed en ging fijn liggen slapen. Na een uurtje kwam er een jager voorbij Grootmoeders huisje. Hij hoorde een vreselijk gesnurk en omdat hij zich over Grootmoeder ongerust maakte, keek hij door het raampje naar binnen en daar zag hij tot zijn grote schrik de Wolf slapend in Grootmoeders bed. Hij ging gauw naar binnen, pakte een mes en sneed de buik van de Wolf open en daar sprongen Grootmoeder en Roodkapje springlevend naar buiten.
Wat waren ze blij dat de jager hen gered had. Ze waren wel erg geschrokken en hadden enkele benauwde ogenblikjes doorgemaakt. Met elkaar maakten ze nu een mooi plannetje om de Wolf voorgoed uit de weg te ruimen, zodat hij geen mensen en kinderen meer op zou kunnen eten. Opeens wist de jager wat hij doen zou. Hij ging naar buiten en zocht bij de beek een paar flinke grote keistenen uit. De Wolf sliep nog altijd en merkte niets. De jager stopte deze grote stenen in de buik van de Wolf en naaide alles, weer netjes dicht. Grootmoeder, de jager en Roodkapje gingen toen zachtjes naar de keuken toe en keken door het kiertje van de deur wat de Wolf zou gaan doen.
Toen de Wolf wakker werd had hij zo'n dorst gekregen, dat hij gauw wat water ging drinken bij een beekje achter het huisje. Toen hij zich voorover boog om te drinken, begonnen de stenen in zijn buik te rollen; opeens verloor de Wolf zijn evenwicht en duikelde in het water, kopje onder en kwam niet meer boven.
Wat was het drietal blij toen ze zagen dat de Wolf verdronken was en nu niemand meer kwaad kon doen.
De jager wilde nu afscheid nemen, maar dat wilden Grootmoeder en Roodkapje niet en ze vroegen of hij mee ging naar Roodkapje's Moeder. Met zijn drieën gingen ze toen naar het huisje van de Moeder van Roodkapje. Grootmoeder was nog wel een beetje •zwak, want eigenlijk behoorde ze nog in bed te liggen, maar de jager gaf haar een arm en zo kwamen ze heelhuids thuis. Wat was Moeder blij dat die twee €daar weer aankwamen, want ze was al een beetje ongerust geworden waar Roodkapje toch zo lang bleef. Grootmoeder, Roodkapje en de jager vertelden wat er gebeurd was en Moeder zette maar gauw het eten op tafel, want iedereen had erge honger gekregen. Maar Roodkapje bleef nooit meer lang in het bos treuzelen en liep voortaan ineens door naar Grootmoeder als ze een boodschap moest doen.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks de waarschuwing van haar moeder treuzelt Roodkapje als ze onderweg is naar grootmoeder. Ze vertelt de wolf dat ze naar grootmoeder gaat, waarop de wolf besluit haar en grootmoeder op te eten. Bij haar huis klopt hij aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnen komen, eet groomoeder op en gaat met haar muts en bril op in bed liggen. Roodkapje merkt op dat ze grote oren, ogen en mond heeft, waarna hij haar opeet. Hij gaat slapen, een jager kijkt of grootmoeder snurkt, ziet de wolf en snijdt zijn buik open, waar grootmoeder en Roodkapje uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen, naaien de buik dicht, en kijken hoe de wolf uit de beek wil drinken. De stenen gaan rollen, hij verliest zijn evenwicht, valt in het water en verdrinkt. Roodkapje luistert voortaan naar moeder.

Bron

Roodkapje. [S.l.]: [s.n.], [193-?]
KB: KW XKR 9761
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Naar Grimm

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Grootmoeder    Grootmoeder   

Moeder    Moeder   

Wolf    Wolf   

Datum Invoer

2019-02-14