Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE100 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1950

Hoofdtekst

ROODKAPJE
Heel, heel lang geleden leefde er eens een klein meisje, dat Roodkapje werd genoemd. Iedereen noemde haar altijd zo, omdat ze een rood kapje droeg. Moeder vond, dat een rood kapje haar kleine meisje zo goed stond. Roodkapje woonde met haar vader en moeder dicht bij een groot bos. Vader was jager, want in die tijd leefden er in de bossen nog veel wild.
Op zekere dag, toen moeder lekkere pannekoeken had gebakken, zei ze tegen haar dochtertje: "Roodkapje, je wordt nu al zo groot, je moest maar eens alléén, naar grootmoeder gaan.” Grootmoeder woonde een heel eind verder en ze was juist een beetje ziek geweest. "Misschien dat grootmoeder wel wat lekkere pannekoeken lust", zei moeder. Moeder pakte in een mandje wat pannekoeken en wat mooie rode appels, en ze deed er ook nog een flesje bessenwijn bij, die ze zelf had gemaakt. Grootmoeder hield daar zo van en het zou haar zeker goed doen na haar ziekte. “Maar luister nu goed, liefje", zei moeder. "Je weet, dat de grote rechte weg het kortst is. Bovendien kom je op de grote weg mensen tegen en dieren durven daar niet te komen. Dwaal dus niet van de grote weg af! Pluk geen bloemen, en loop recht door." Zo waarschuwde moeder haar dus, om voorzichtig te zijn en, Roodkapje beloofde alles precies zo te doen als moeder haar had gezegd. "Ja, ja, moesje, ik zal erg voorzichtig zijn", zei Roodkapje. Want ze vond het natuurlijk wel leuk, om zo heel alleen naar Grootmoeder te mogen gaan. Ze voelde zich al erg groot en gewichtig. En zo ging Roodkapje dus op stap.
En natuurlijk was Roodkapje eerst heel erg gehoorzaam. Ze bleef netjes op de grote weg lopen, waar de boeren langs kwamen, die naar de markt gingen. En aan weerskanten van de weg stonden bloemen. Witte Margrieten, rode klaprozen, korenbloemen, boterbloemen, en nog zoveel meer. Roodkapje keek er naar en dacht: "Het zou toch wel leuk voor Grootmoe zijn, als ik wat van die mooie bloemen voor haar mee kon nemen." Maar neen, moeder had gezegd geen bloemen te plukken en regelrecht naar Grootje te gaan. Roodkapje liep weer een poosje door, maar toen kon ze het niet langer uithouden. "Ach, wat," dacht ze. "Een paar bloempjes plukken die vlak langs de kant staan, dat kan toch geen kwaad." En dus plukte Roodkapje wat madeliefjes. Maar ja, iets verderop stonden nog veel mooiere bloemen, en nòg verder weg stonden zelfs prachtige viooltjes. En vóór Roodkapje het goed en wel wist, was ze een heel eind van de grote weg afgedwaald.
En ons arme Roodkapje wist het nog niet, of liever zag het nog niet, dat van achter een boom een wolf naar haar stond te kijken. Ja, want Roodkapje zat nu diep in het bos en die wolf had allerlei boze plannen. Maar hij durfde op klaarlichte dag Roodkapje geen kwaad te doen. Daarom kwam hij van achter de boom vandaan en zei op lieve toon: "Goede morgen, Roodkapje”. Nu moet je weten, dat het in een sprookje heel gewoon is, dat een dier kan spreken. Roodkapje was dus helemaal niet verbaasd en antwoordde: "Goede morgen, wie ben je eigenlijk?" "Ik ben de wolf", zei hij. Roodkapje schrok erg. “O”, zei ze, "als jij de wolf bent, ga dan maar gauw weg, want moeder heeft mij gezegd, dat ik voor jou moet oppassen." “Maar waarom?", vroeg de wolf. "Ik doe je toch geen kwaad?’ Ja, daar kon Roodkapje geen antwoord op geven. En de wolf zei weer erg lief: "Ik weet waar je naar toe gaat. Naar grootmoeder, niet waar? Je grootmoeder is een heel goede kennis van mij. Zullen we eens zien, wie van ons het eerst bij haar is? Dan neem ik de weg links, en jij gaat rechts." Door al die mooie woorden van de wolf was Roodkapje nu een beetje gerustgesteld, en ze vond het toch ook wel een leuk plannetje. Zo'n spelletje, wie er het eerst zou zijn, leek haar wel aardig. Zo spraken Roodkapje en de wolf af, dat ieder een andere weg zou gaan. Roodkapje ging rechts en de wolf ging links.
Maar de slimme wolf had de kortste weg gekozen! Bovendien rende hij vlug door, terwijl Roodkapje met haar kleine beentjes niet zo erg vlug vooruit kwam. En dan moest ze ook nog de mand met wafels en appels dragen. Zo gebeurde het ook, dat de wolf veel en veel eerder bij grootmoeder's huisje aan kwam. De wolf klopte een paar keer op de deur. Grootmoeder, die in bed lag te lezen, omdat ze al wat opknapte, vond het wel prettig bezoek te krijgen en ze riep vrolijk: "Wie is daar?" De wolf veranderde toen zijn stem en antwoordde: "Ja grootje, hier is Roodkapje." "Kom binnen, kom binnen", riep grootmoeder verheugd. Ze vond het altijd prettig haar kleindochtertje bij zich te hebben. De wolf ging grootmoeder's huisje binnen, en wat er tóén gebeurde … nu, dat kun je je wel voorstellen. Met één hap slokte de wolf die arme grootmoeder naar binnen. Vlug liep de wolf naar de kast en nam er een schone nachtpon uit. Die trok hij aan en ook zette hij een muts van grootmoeder op. Met veel moeite werkte de wolf zich in de nachtpon en toen alles naar zijn zin zat, zette hij grootje's bril nog op en stapte in bed. "Ziezo, nu maar wachten tot Roodkapje komt", dacht hij.
En ja hoor, het duurde niet lang meer of de wolf hoorde getrippel voor de deur. Even later werd er op de deur geklopt. Dat moest Roodkapje zijn. Maar de wolf wilde het toch eerst zeker weten en keek daarom even uit het raam. Jawel hoor, daar stond Roodkapje op de stoep! Het lieve kind, dat geen kwaad vermoedde, klopte nogmaals. "Grootmoeder slaapt zeker", dacht ze. Een, twee, drie! Vlug wipte de wolf weer in bed. Hij zette z'n muts goed en trok de dekens recht en deed toen grootmoeder's stem na. "Wie is daar?" "Ik ben het, grootmoeder, Uw eigen Roodkapje!", riep het kleine meisje op de stoep. “O, kom binnen, kom binnen lieverdje", riep de wolf terug. Roodkapje opende de deur, stapte naar binnen en zette het mandje voor het bed neer. Binnen in het huisje was het een beetje donker, en daarom kon Roodkapje eerst niet goed zien, hoe grootmoeder er uit zag. "Hoe is het nu met U?" vroeg ze. "Moeder heeft pannekoeken voor U gebakken, ze zitten in het mandje. Er zijn ook appels bij. Zal ik er een voor U schillen, grootje?" "Straks, lieve kind, straks", klonk de stem uit bed. "Kom eerst hier een beetje dichter bij mij zitten, zó, vóór het bed. Roodkapje kwam nader en zag toen, dat grootmoeder toch wel erg veranderd was. "U ziet er zo anders dan anders uit, grootmoe," zei ze. "Ja, mijn kindje, ik ben ook heel, heel erg ziek geweest. En daarom zie ik er nu wel een beetje anders uit." "Ja maar", begon Roodkapje weer, "ik vind dat U zulke grote oren hebt." “O, grinnikte de wolf terwijl hij de stem van grootje nabootste, "dan kan ik beter horen." "Maar Uw ogen zijn ook zo groot", zei Roodkapje, die wel een beetje angstig begon te worden. '"Dan kan ik beter zien, mijn hartje", antwoordde de wolf. "Maar, maar Uw mond en Uw tanden zijn ook zo groot", zei Roodkapje weer. Nu kon de wolf zich niet langer inhouden. "Dat is, om je beter te kunnen opeten!", grijnsde hij. En voor het arme kleine meisje wist wat er met haar gebeurde, slokte de wolf haar op! Toen kroop het valse beest weer in bed, want de wolf was vreselijk lui en slaperig geworden. Het duurde dan ook niet lang, of de wolf viel in slaap en snorkte zo hard dat het huisje er van dreunde.
Inmiddels was de vader van Roodkapje, de jager, 's middags thuis gekomen en smulde van de lekkere pannekoeken, die moeder gebakken had. Na het eten wilde hij weer het bos in gaan en nam daarom zijn weitas en riep de hond. "Ach vader", zei moeder, "ga jij meteen Roodkapje even afhalen, die bij grootje is. We horen dan meteen, of grootje de pannekoeken heeft gegeten en hoe ze het maakt'." "Dat zal ik doen, vrouw", zei de jager en hij ging op weg. Vader nam de kortste weg en kwam al gauw bij het huisje van grootmoeder aan. De hond, die een goede neus had, was al een poos lang onrustig. Die had de wolf natuurlijk allang geroken. Toen de jager voor het huisje stond, hoorde hij een vreemd zagen en snorken. Zó deed grootmoeder toch nooit, als ze sliep. De jager werd heel erg ongerust …. Hij gebood zijn hond stil te zijn, en ging toen voorzichtig en zonder te kloppen, naar binnen …. En ja hoor, wat hij gedacht had, zag hij daar. De wolf in grootmoeder's bed. En geen spoor van Grootmoeder en Roodkapje. Met één slag op zijn kop was de wolf geraakt en dood. En omdat de jager er niets van begreep, sneed hij het beest open. Wel erg geschrokken, maar toch springlevend kwamen grootje en Roodkapje te voorschijn. Wat waren ze allemaal blij! Roodkapje moest in geuren en kleuren vertellen wat er allemaal gebeurd was, en grootje moest natuurlijk ook vertellen hoe alles gegaan was. Grootje was door de schrik helemaal niet ziek meer. Ze zette een lekker kopje thee en ze smulden met z'n drieën van de heerlijke pannekoeken. En gelukkig was de boze wolf nu dood. Die zou voortaan het bos niet meer onveilig kunnen maken. Dat Roodkapje vader plechtig beloofde, nooit meer ongehoorzaam te zullen zijn, kun je wel begrijpen. En zo liep alles dus nog goed af!

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks de waarschuwing van moeder gaat Roodkapje onderweg naar grootmoeder toch bloemen plukken, verdwaalt en komt de wolf tegen. De wolf kiest de kortste weg naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, eet grootmoeder op en trekt haar nachtjapon aan en zet haar bril en muts op. Roodkapje merkt op dat grootmoeder grote oren, ogen, mond en tanden heeft, waarop de wolf Roodkapje opeet. Haar vader, een jager, gaat haar ophalen, hoort snurken, hond wordt onrustig, en ziet de wolf in bed. Hij slaat de kop van de wolf in, snijdt hem open, waarna Roodkapje en grootmoeder verschijnen. Roodkapje belooft nooit weer ongehoorzaam te zijn.

Bron

Willy Schermelé. Roodkapje. [S.l.]: [s.n.], [195-?]
KB: KW XKR 2228
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Naar Grimm
Ills Willy Schermelé
Deel uit serie met Hans en Grietje, Klein Duimpje, Sneeuwwitje, Roodkapje. Oorspr. uitg. Turnhout: Kempische Boekhandel, [1940]

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Grootje    Grootje   

Datum Invoer

2019-02-14