Hoofdtekst
Toen het meisje acht jaar werd, bakte haar moeder een lekkere taart. Ze gaf het meisje een pakje en zei: 'Dit heeft grootmoeder gestuurd. Voor je verjaardag. Maak het maar snel open.' O, wat was het meisje blij. Uit het pakje kwam een rood mutsje. 'Wat mooi,' riep ze uit. 'Ik zet dat mutsje altijd op als ik naar buiten ga.' En dat deed ze. Daarom noemde iedereen in het dorp haar Roodkapje.
De vader van Roodkapje was houthakker. Elke dag ging hij naar het bos. Met een bijl en een pakje boterhammen. De hele dag werkte hij hard, samen met de andere houthakkers. Met het houthakken verdiende hij niet zoveel geld. Maar het was genoeg om prettig te kunnen leven. De houthakkers waren nooit bang in het bos. Totdat er op een dag een grote wolf verscheen. Hij sloop door het bos en loerde achter de bomen. Iedereen wist dat de wolf wel zin had in een hapje. En iedereen was dus heel voorzichtig in het bos.
Elke dag bakte de moeder van Roodkapje wel iets lekkers. Broodjes, taart of koekjes. Roodkapje en haar vader smulden daar dan van. Maar op een keer zei moeder: 'Deze koekjes zijn niet voor jullie. Ze zijn voor grootmoeder, omdat ze ziek is.' Ze deed de koekjes in een mandje en vroeg: 'Roodkapje, wil jij dit naar grootmoeder brengen? Je moet wel op de weg blijven hoor en niet in het bos gaan dwalen. En pas op voor de wolf. Ga maar gauw.' Roodkapje ging voor de spiegel staan. Ze deed haar rode mutsje op en zei: 'Dag moeder. Ik zal precies doen wat je hebt gezegd.'
Vrolijk stapte Roodkapje over de weg. De lange weg door het bos. Ze keek naar de bloemetjes en luisterde naar de vogels. Maar ze bleef netjes op het pad. Want dat had ze moeder toch beloofd! Ik moet oppassen voor de wolf, dacht ze. Maar ik weet helemaal niet hoe zo'n beest er uit ziet. Ik heb nog nooit een wolf gezien. Zou hij echt zo gemeen zijn als de mensen zeggen?
In het bos, achter de bomen stond de wolf. Hij had een reuzehonger. Zijn maag knorde ervan. En hij had een van zijn gemene plannetjes bedacht. Daar was hij heel goed in. Met een sprong kwam de wolf te voorschijn. Roodkapje schrok helemaal niet. Ze keek de wolf vriendelijk aan. 'Wie ben jij?' vroeg ze. 'O, ik ben zo maar iemand,' zei de wolf. 'Laten we het daar niet over hebben. Vertel jij me maar eens wie jij bent. En waar je naar toe gaat met dat mandje.' Roodkapje vertelde alles aan de wolf. 'Zo, zo,' lachte het dier gemeen. 'Dus jij gaat je grootmoeder een verrassing brengen. Dat is lief van je. Maar waarom loop je zo recht door het bos. Het lijkt wel of je naar school moet. Kijk toch eens naar al die mooie bloemen. Ze staan overal.' O, wat slim van die wolf. Want toen Roodkapje goed om zich heen keek dacht ze: Ik ga een bosje van die bloemetjes plukken. Voor grootmoeder.
'Zie, zo,' mompelde de wolf. 'Ga jij maar fijn bloemen plukken. Dan ga ik nu vlug naar het huisje van grootmoeder. Mmmmm … en als Roodkapje komt dan … mmm … eet ik haar lekker op. Die zieke grootmoeder bewaar ik tot morgen.' Met zijn lange poten rende de wolf over het pad. Hij raakte helemaal buiten adem, maar stopte niet. 'Ik moet er eerder zijn dan Roodkapje,' hijgde hij. Doodmoe kwam de wolf aan bij het huisje. Even leunde hij tegen de deur. Toen klopte hij aan.
Klop ... klop … klop. .. 'Wie is daar?' riep grootmoeder. De wolf zette zijn liefste stem op. 'Ik ben het, Roodkapje. Moeder heeft lekkere koekjes gebakken en die kom ik u brengen.' Lachend stapte grootmoeder uit bed. 'O mijn lieve kind. Wat fijn dat je bent gekomen. Wacht even, dan doe ik de deur voor je open.' Op haar sloffen liep grootmoeder naar de deur. Het ging allemaal niet zo snel, want ze voelde zich nog helemaal niet lekker. Ongeduldig wachtte de wolf op de stoep. Schiet toch op mens, dacht hij. Langzaam ging de deur open. Tot grootmoeders grote schrik stoof de wolf naar binnen. Het beest pakte haar beet en bond haar vast. Daarna stopte hij haar in een kast. 'Morgen ben jij aan de beurt om opgegeten te worden,' zei hij. 'Ik begin vandaag met het lekkerste hapje. En dat is Roodkapje.'
Al die tijd had Roodkapje bloemen geplukt. Ze legde het bosje in haar mandje. Bovenop de koekjes en de boter. 'Nu snel naar grootmoeder,' zei ze in zichzelf. Bij het huisje aangekomen, klopte Roodkapje op de deur. Klop... klop… klop... De wolf lag in grootmoeders bed. Hij had zelfs haar slaapmuts opgezet. Nu probeerde hij ook nog grootmoeders stem na te doen. 'Kom maar binnen,' zei hij. 'De deur is open.' Roodkapje stapte naar binnen. De wolf was diep onder de dekens gekropen. Alleen zijn kop stak nog boven de lakens uit. 'Pak een stoel, mijn lieve kind,' zei hij zo lief en zacht mogelijk. 'En kom eens gezellig bij me zitten.' Roodkapje liep naar het bed en ging zitten. Wat ziet grootmoeder er vreemd uit, dacht ze. Ze moet wel heel erg ziek zijn. Toen Roodkapje nog eens goed gekeken had, zei ze: 'Grootmoeder. Wat heeft u grote oren.' De wolf probeerde zijn oren onder de slaapmuts te proppen. Hij grijnsde naar Roodkapje en zei: 'Dan kan ik je beter horen, mijn kind.' Het meisje boog zich een beetje over het bed. 'Maar grootmoeder,' zei ze. 'Wat heeft u grote ogen.' 'Dan kan ik je beter zien, liefje.' 'Maar... maar grootmoeder. Wat heeft u een grote mond.' 'Ja,' gromde de wolf. 'Dat moet ook. Dan kan ik je namelijk beter opeten.' De wolf had dit nog niet gezegd, of... hij sprong uit bed. In een grote hap slokte hij Roodkapje naar binnen. Zijn buik was meteen dik en rond. 'Mmmm ... dat smaakt goed,' mompelde hij. 'En nu lekker slapen.' Tevreden waggelde de wolf naar buiten. Op zoek naar een plekje in het bos. Om uit te rusten.
Een poosje later kwam Roodkapje's vader bij het huisje. Hij was klaar met zijn werk en dacht: Ik ga even bij grootmoeder kijken. Misschien kan ik haar nog ergens mee helpen. Wat schrok hij toen hij iemand hoorde bonken. In de kast nog wel. Maar hij schrok nog veel meer toen hij zag dat het grootmoeder was. Ze jammerde: 'O, wat vreselijk. Wat ontzettend. De wolf heeft Roodkapje opgegeten.' De vader van Roodkapje werd woest. 'Wat zeg je?' riep hij uit. 'Heeft dat akelige beest mijn kleine meisje opgegeten? Daar zal hij spijt van krijgen.' Hij stormde naar buiten. Het hele bos rende hij door. Hij keek achter iedere boom en achter iedere struik. Eindelijk vond hij de wolf. Languit lag het dier te snurken. Hij had zijn broek een beetje losgemaakt en zijn dikke buik ging op en neer. 'Jij gemene wolf,' zei de houthakker. 'Door jou heb ik geen dochtertje meer. Ik hak je in honderd-duizend stukjes.' Net toen hij dat wilde doen, klonk er een stemmetje. In de buik van de wolf. De houthakker legde zijn oor op de buik en luisterde. 'Help, help. Wie haalt me hieruit?' Het was de stem van Roodkapje! 'Ze leeft nog!' riep de houthakker blij. 'Ik haal je eruit hoor, Roodkapje. Wees maar niet bang meer!' Voorzichtig sneed hij de buik van de wolf open. Met zijn scherpe bijl. Het beest lag zo vast te slapen, dat hij het niet eens merkte. Al gauw kroop Roodkapje uit de buik. Ze sprong in haar vaders armen en lachte. ‘O lieve vader. U bent net op tijd gekomen. Ik kon bijna geen adem meer halen.' De houthakker danste in het rond. Met Roodkapje in zijn armen. 'Mijn lieve kind. Wat een geluk dat de wolf niet op je heeft gekauwd. Nu ben je nog helemaal heel.' 'Wat moeten we met de wolf doen?' vroeg Roodkapje. Vader lachte. 'Laat dat maar aan mij over,' zei hij. 'Help je me even? We stoppen zijn buik vol met stenen en dan naaien we hem dicht.' Samen hadden ze het zo voor elkaar. 'En nu naar huis,' zei de houthakker. 'Moeder zal zich wel afvragen waar we blijven.'
Toen de wolf wakker werd, bromde hij: 'Oei, dat kleine meisje smaakte lekker. Maar ze ligt wel zwaar op de maag.' Hij strompelde naar een meertje in het bos. 'Even wat drinken. Dan voel ik me vast een stuk beter.' Langzaam bukte hij zich voorover en ... plons ... daar lag hij in het water. Door de zware stenen zonk de wolf meteen. Je zag alleen nog maar een paar belletjes.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: 3004598
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: 3004598
Motief
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Ills. J.M. Lavarello
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
